Banner

RamDam Filmfestival 2018 Blog

David Vanden Bossche - 12 januari 2019

Van 12 tot en met 22 januari, loopt in Doornik de negende editie van het RamDam filmfestival. Op het programma staan dit jaar een aantal belangrijke titels die ook het Filmfest Gent eerder al bracht (waaronder het fantastische High Life van Claire Denis, maar ook Styx en Felix Van Groeningens Beautiful Boy), een prestigieuze première (het in de Verenigde Staten bejubelde Green Book) en vooral een zeer breed competitieluik dat gewijd is aan documentaires. De komende week brengt Enola u een beoordeling van de belangrijkste nieuwe titels en uiteraard geven we aan het eind van het festival ook het palmares mee. Voor de volledige programmatie, verwijzen we graag naar de webpagina van het festival: www.ramdamfestival.be

Zaterdag 12 januari

Chris the Swiss

In 1992 stierf Christian Würtenberg in Kroatië. De zesentwintigjarige Zwitserse jongeman was een free-lance oorlogsjournalist die verslag bracht over de chaos in voormalig Joegoslavië , maar gaandeweg zijn neutraliteit als reporter inruilde voor een rol als huurling in een klein internationaal regiment, dat zich afscheurde van het Kroatische bevrijdingsleger en op eigen houtje bloedige etnische zuiveringen uitvoerde. Würtenberg werkte aan een boek over de gruwel en zijn ongemakkelijke spreidstand tussen betrokkenheid en kritische observator werd hem wellicht fataal.

Meer dan vijfentwintig jaar later besloot zijn nicht Anja Kofmel om via een documentaire annex persoonlijk portret, uit te zoeken wat de precieze drijfveren waren van haar neef. Ze beschikte daarvoor over zijn bewaarde journalistieke werk, de verklaringen van enkele bevoorrechte getuigen, archiefmateriaal en haar eigen jeugdherinneringen en de verhalen die ze als kind opving van familieleden. Dat materiaal vult ze aan met expressieve zwart-wit tekeningen die proberen haar eigen gevoelens te vatten, maar ook een poging doen om de gevoels- en belevingswereld van Chris te visualiseren.

Aanvankelijk is Chris the Swiss een wat ongemakkelijke mix van ‘talking heads’ en didactische archiefbeelden die de achtergrond van de oorlog schetsen, aangevuld met sterke stukjes animatie. Gaandeweg echter, vindt Kofmel een beter evenwicht en nemen de soms hallucinante tekeningen steeds meer de bovenhand. Daaruit ontstaat een angstaanjagend portret van een man die in oorlogsomgeving oog in oog komt te staan met zijn eigen duistere fascinaties (Würtenberg volgde eerder al een militaire opleiding bij een rebellengroep in Namibië) en steeds verder wegzinkt in het moeras dat hij daar vindt. Het is duidelijk dat Kofmel geen hagiografie voor ogen heeft en de troebele acties van haar neef alles behalve wil goedpraten. De commentaren van familieleden en collega’s zijn ook vaak pijnlijk eerlijk: Chris was een idealistische jongeman, die echter zelf te veel gefascineerd was door extremen en het moment dat hij uiteindelijk tegen zijn eigen morele grens aanliep, bekocht heeft met zijn leven (de these is dat zijn groepscommandant hem liet ombrengen op het moment dat hij aangegeven had te willen terugkeren naar de reguliere journalistiek).

Chris the Swiss (de bijnaam die de journalist kreeg van zijn kompanen) is zeker geen vernieuwende of echt overweldigende ervaring, maar cineaste Anja Kofmel slaagt er in om haar persoonlijke zoektocht wel bredere relevantie te geven, zonder daarom uit de zeer bijzondere levensloop van haar neef allerlei universele waarheden te willen distilleren.

Chris the Swiss, Zwitserland - 2018, Regie: Anja Kofmel, Acteurs: Anja Kofmel, Megan Gay, 90 minuten, Score: 7/10

Á L’Infini

De Franse documentaire À L’Infini biedt een intieme kijk op het dagelijkse reilen en zeilen in het Opvangtehuis Maud Mannoni, waar een gespecialiseerde équipe van verplegers en dokters de zorg op zich neemt voor een kleine groep mensen met een zware mentale beperking. Regisseur Edmond Carrère, mijdt daarbij elke vorm van narratieve structuur en gebruikt zijn camera enkel voor het registreren van gesprekken, voorvallen en de interactie met de vaak zeer specifieke noden van de patiënten.

Uit die verzorgd in beeld gebrachte kleine tableaus, groeit een bijna rituele film, die laat zien hoe dezelfde problemen, botsingen, discussies en besprekingen, keer op keer terugkomen en herhaald worden (de titel behelst uiteraard dit proces). Doorheen al die handelingen en conversaties, leren we zowel het team als de inwoners kennen en wordt een raak en gevoelig portret geschetst van deze besloten samenleving.

Á L'Infini, Frankrijk - 2018, Regie: Edmond Carrère, Acteurs: /, 72 minuten, Score: 7/10

Zondag 13 januari

Premières Solitudes

De Franse cineaste Claire Simon is geen naam die meteen een belletje doet rinkelen, al heeft ze sinds de jaren negentig wel een behoorlijke reputatie opgebouwd op festivals met haar hybride documentaires, die feit, fictie en narratief mengen.

Haar jongste – geselecteerd voor de documentaire sectie van het festival van Berlijn in 2018 – past helemaal in die aanpak en focust op de levens van een aantal scholieren die school lopen in een college in Ivry-Sur-Seine, nabij Parijs. Simon gaf de jongeren een aantal trefwoorden en liet hen vervolgens vrij om daar conversaties rond te voeren die ze registreert met een camera die zo afwezig mogelijk probeert te zijn, een benadering die nog teruggrijpt naar die van de Amerikaanse ‘direct cinema’ uit de jaren negentienzestig. Het concept doet vaagweg denken aan het baanbrekende La Pyramide Humaine van Jean Rouch uit 1961, waarin studenten uit Abidjan die in dezelfde klas zitten, discussies en gesprekken voeren over een reeks onderwerpen die Rouch hen aanreikte. Simon is evenwel geen Rouch en wat bij die laatste aanleiding gaf tot een bespiegeling over de vorm van de documentaire, zoals hij dat eerder ook al deed voor de etnografische film, levert bij Simon een bijna ondraaglijk saai portret op dat nauwelijks iets boeiends te brengen heeft.

De gesprekjes tussen de leerlingen voelen voortdurend geforceerd aan en de manier waarop de cineaste het ‘fly-on-the-wall’ procedé kost wat kost wil handhaven, is in hetzelfde bedje ziek. Er is niks mis met een sobere registratie, maar de hele film is zo futloos en ongeïnspireerd en drijft op zulke oppervlakkige conversaties, dat het allemaal al heel snel gaat vervelen.

Hoe nadrukkelijk Premières Solitudes wel is, mag blijken uit momenten zoals die waarin Simon na een verhaal over een vader die al reizend met de gitaar door de wereld trok, vervolgens een leerlinge met gitaar opvoert; of de scène waarin twee jongeren het hebben over het realiteitsgehalte van La La Land. Het zorgt voor een film die op elk moment vals aanvoelt en die vooral geen seconde weet te boeien.

Premières Solitudes, Frankrijk – 2018, Regie: Claire Simon, Acteurs: /, 100 minuten, Score: 4/10

Maandag 14 januari

Welcome to Sodom

Elk jaar komt ongeveer 250 000 ton aan illegaal verscheept elektronisch afval terecht in Agbogbloshie, Ghana, waar het uiteen gehaald, verwerkt en gerecycleerd wordt door de duizenden mensen die leven op de giftige afvalberg die het gebied geworden is. ‘Sodom’ noemen de inwoners de apocalyptisch ogende toxische vlakte, een dikke laag van vastgekoekt afval, drijvend op wat eigenlijk ooit een lagune was. De computers, smartphones en aanverwanten, bevatten nog steeds kostbare zware (en uiteraard giftige) metalen die in voldoende hoeveelheid geld opbrengen. Deze bizarre economie, die leeft van de westerse wegwerpmaatschappij, wordt door Christian Krönes en Florian Weigensamer, op afstandelijke, observerende wijze gadegeslagen. Dat is een troef, maar tegelijkertijd is het jammer dat er niet meer context gegeven wordt. Wie te snel oordeelt zou gaan geloven dat toestellen die snel kapot gaan een zegen zijn voor deze straatarme gemeenschap, terwijl uiteraard het feit dat de grondstoffen die origineel in Afrika ontgonnen worden en niet aan een correcte prijs door grote firma’s gekocht worden, er precies voor zorgt dat dit een plaats is waar mensen uiteindelijk hun toevlucht moeten zoeken.

Het sterkste element in Welcome to Sodom is de manier waarop de HD camera ondanks alle ellende, toch ook een blik werpt op een levendige microcosmos, volgestouwd met verhalen en unieke persoonlijkheden. Deze docu weigert resoluut om de kaart van het goedkope sentiment te trekken en wordt zo een ode aan de menselijke veerkracht. Er komen talloze bewoners aan bod (die in eigen bewoordingen hun verhaal vertellen) en dat levert een mozaïek van levens op. Een van de meest beklijvende verhalen is dat van een voormalig geneesheer – met vlekkeloos Engels accent en een voorliefde voor Shakespeare – die tot de gegoede klasse behoorde, maar zijn land moest ontvluchten omwille van de onmenselijke wetgeving omtrent homoseksualiteit. Van deze tragische figuur komt ook de meest opvallende uitspraak: ‘Being a refugee is a harrasement on its own, it means feeling like you don’t belong anywhere ...’. Ook het jonge meisje dat zich kaalscheert en kleedt als een jongen omdat zware metalen zoeken nu eenmaal meer opbrengt dan gezuiverd water verkopen (de voornaamste bezigheid voor dames), blijft bij.

Te midden van de giftige dampen veroorzaakt door het afbranden van plastieken kabels, de eindeloze smurrie en de afgedankte symbolen van westers comfort, wordt de prijs van onze welvaart betaald door mensen die de rest van hun leven zullen doorbrengen met het rapen van afval. Welcome to Sodom leidt ons binnen in deze onzichtbare wereld op een indringende, zij het dan zeker geen vernieuwende, manier.

Welcome to Sodom, Oostenrijk – 2018, Regie: Christian Krönes en Florian Weigensamer, Acteurs: Mohammed Abubakar, Awal Mohammed, Kwasi Yefter, 90 minuten, Score: 7/10

Green Book

Op maandagavond, presenteerde het RamDam Festival de Belgische avant-première van Green Book, in aanwezigheid van Waals Minister-President Rudy Demotte en acteur Dimiter D. Marinov, die een van de muzikanten speelt in dit drama over raciale verhoudingen in de jaren negentienzestig.Aangezien de film eind januari in de zalen komt en de filmredactie dan een uitgebreide recensie wijdt aan de prent, volstaat het om de lezer hier mee te geven dat het in de Verenigde Staten fel bejubelde - winnaar ook van drie Golden Globes - Green Book, zeker geen onverdeelde triomf is. Regisseur Peter Farrelly die we vooral kennen van de komedies die hij draaide met zijn jongere broer Bobby (oa Dumb and Dumber), waagt zich hier aan dramatisch materiaal, gebaseerd op het leven van Tony Vallelonga, vader van de scenarioschrijver. Die vader ging – zeer tegen zijn eigen raciale vooroordelen - in op een jobaanbieding om als chauffeur te fungeren voor een concerttour die de zwarte pianist Dr. Don Shirley (Mahershala Ali) met zijn platenlabel had opgezet. De grote troef van de film is de vertolking van Viggo Mortensen, maar verder is dit een zeer goedbedoeld en stichtend pamflet dat zowel de emoties als de boodschap veel te dik aanzet en weinig te maken heft met echt sterke cinema.

Green Book, Usa - 2018, Regie: Peter Farrelly, Acteurs: Viggo Mortensen, Mahershala Ali, Linda Cardellini, 130 minuten, Score: 6/10

Dinsdag 15 januari

#Female Pleasure

Gedurende vijf jaar, trok documentairemaakster Barbara Miller met haar camera de wereld rond om vrouwen te filmen die elk op hun manier een strijd voeren voor de bevrijding van de vrouwelijke seksualiteit en het recht van vrouwen om zelf over die seksualiteit te beschikken. De vijf portretten die dat oplevert zijn zeer uiteenlopend. Deborah Feldman verliet na een gedwongen huwelijk een streng orthodoxe Joodse gemeenschap en voerde een lange strijd in de media om erkenning. Leyla Hussein voert wereldwijd campagne tegen de traditie van genitale vrouwelijke verminking. Rokudenashiko is een Japanse kunstenares die een afgietsel liet maken van haar vagina en via 3D printing dit model gebruikt voor haar werk. Aangezien afbeeldingen van het vrouwelijke geslachtsorgaan nog steeds taboe zijn in Japan, werd ze gearresteerd en moest ze voor de rechter verschijnen op beschuldiging van het publiek verspreiden van obsceniteiten. Doris Wagner was een non die in Rome verschillende keren aangerand werd door haar mannelijke overste en zelfs na een brief aan de Paus geen gehoor vond. De Indische Vithika Yadav voert dan weer een publieke strijd tegen de straffeloosheid die nog steeds in het land heerst ten opzichte van verkrachting en ongewenste seksuele intimiteiten jegens vrouwen. Religie en religieuze praktijken lopen als een rode draad doorheen al deze werelden en #Female Pleasure getroost zich dan ook grote moeite – soms heel opzichtig via teksten uit verschillende boeken – om die verstrengeling tussen de onderdrukking van vrouwelijke seksualiteit en lichamelijkheid enerzijds en religieuze voorschriften anderzijds, te benadrukken.

De film heeft zeker zijn beklijvende momenten, zoals de scène waarin Hussein met een schaar een uitvergrote, in klei vervaardigde, vagina bewerkt om aan jonge mannen duidelijk te maken wat ‘vrouwelijke genitale mutilatie’ precies betekent. Ook de kijker zal deze confronterende materie niet licht vergeten.

Helaas is de vormtaal die Miller voor dit alles hanteert behoorlijk gedateerd en achterhaald. Haar camera doet weinig meer dan de dames in kwestie te filmen terwijl ze wandelen of mijmerend voor zich uitstaren en via voice-over hun bedenkingen formuleren bij beelden van hun acties. Dat levert een docu op die ondanks de relevante onderwerpen veel te veel blijft steken in brave educatieve plaatjes, iets wat je associeert met slechte televisiedocumentaires van decennia terug, eerder dan met cinema van de eenentwintigste eeuw.

#Female Pleasure, Duitsland/Zwitserland – 2018, Regie: Barbara Miller, Acteurs: Deborah Feldman, Leyla Hussein, Rokudenashiko, 97 minuten, Score: 6/10

Woensdag 16 januari

RBG

Van bij de openingsbeelden is duidelijk dat RBG een documentaire is die niet meer in deze tijd thuishoort: een ouverture die in snel tempo samenvat wat er gaat komen, gesneden op de tekst van songs waarvan de tekst netjes een begeleiding vormt van wat we zien. Wat volgt is zo mogelijk nog erger: een aaneenschakeling van ‘talking heads’, afgewisseld met archiefbeelden. Geen enkele televisiezender durft nog uitpakken met dit soort veredelde schooltelevisie (voor wie te jong is: educatieve stichtende filmpjes van ongeveer een lesuur lang, die de schoolgaande jeugd – liefst in de namiddag – moest stilhouden én één en ander bijbrengen), laat staan dat het een docu is die thuishoort in het programma van een filmfestival.

De centrale figuur , Ruth Bader Ginsburg, was als rechter bij het Amerikaanse hooggerechtshof een van de belangrijkste voorvechtsters voor vrouwenrechten van de twintigstee eeuw, maar het feit dat er geen echte biografie over haar bestaat, is nog geen reden om over te gaan tot een dergelijk formaat. RBG is niet meer dan een opsomming van feitjes, zonder visie, zonder inzicht en zonder zelfs maar het minste gevoel voor de vormtaal van het documentaire genre.

RBG, Usa – 2018, Regie: Julie Cohen, Betsy West, Acteurs: Bill Clinton, Ruth Bader Ginsburg, James Steven Ginsburg, 98 minuten, Score: 3/10

Donderdag 17 januari

Anote’s Ark

Een vijftal jaar geleden – ongeveer ten tijde van de klimaatconferentie in Parijs – was het even een nieuwsitem dat wat aandacht kreeg: het eerste land dat volledig zou verdwijnen ten gevolge van de opwarming van de aarde (en dus de stijgende zeespiegel) was de republiek Kiribati, gesitueerd ten midden van de Pacifische Oceaan. Over die staat zegt president Anote Tong bij de start van Anote’s Ark, dat het ‘het centrum van de wereld is’: een plaats die zowel tot het noordelijke als zuidelijke halfrond behoort én die op de internationale datumgrens ligt (recent werd die wat verschoven om praktische problemen op het eiland op te lossen).

Tong voerde zijn hele presidentschap strijd om de internationale gemeenschap bewust te maken van het probleem en andere landen aan te zetten tot het bieden van hulp. ‘Wij hebben niks meer aan akkoorden over verminderde uitstoot, Kiribati zal sowieso verdwijnen, maar tot wie gaan we ons richten voor hulp wanneer het zo ver is ? ’. De eilandstaat is gedoemd om onder te lopen en heeft nu al te maken met cyclonen die in het gebied normaalgezien uiterst zelden voorkomen. Anote probeert ook zelf oplossingen te vinden, door bijvoorbeeld ontwerpen te bekijken voor kunstmatige eilanden en door land aan te kopen in Nieuw-Zeeland, waarnaar inwoners van zijn republiek kunnen emigreren.

Deze documentaire van de Canadees Matthieu Rytz, volgt niet alleen het bezoek van Anote Tong aan de klimaatconferentie in Parijs, maar ook de realiteit van het emigreren naar het nieuwe land. Rytz is antropoloog van opleiding en combineert dat met een achtergrond in fotografie en fotografische installaties. Hij heeft duidelijk een goed oog voor de bijzonderheden van een plaats en cultuur en weet Kiribati te vatten in sterke beelden, die nooit enkel mooie plaatjes zijn van de natuurpracht. Rytz slaagt er in zelfs de meest majestueuze vista’s een zekere dreiging en een sluier van droefheid mee te geven die ook betekenis schenkt aan zijn beeldtaal.

Anote’s Ark is soms wat te didactisch en mist wat stuwende kracht in het meanderende ritme, maar bevat zeker een aantal sterke momenten, zoals dat waarin de president na een televisietoespraak aan de cameraman vraagt wat hij dacht van de woorden en die de tragiek van de strijd perfect illustreert door te antwoorden ‘sorry, ik was te veel bezig met andere dingen om echt aandacht te besteden aan wat u zei, maar het klonk dat u het over waardevolle dingen had en daar ben ik wel blij om’.

Anote’s Ark, Canada – 2018, Regie: Matthieu Rytz, Acteurs: Anote Tong, 77 minuten, Score: 6/10

Zaterdag 19 januari

Genesis 2.0

De documentaire Genesis 2.0 opent met een scène waarin robuust uitziende mannen in een bootje een ruw terrein bevaren op de – zo leren we - New Siberian Islands, terwijl een vrouwenstem dingen fluistert over een losgelaten duivel en naderend onheil. We snappen meteen dat we ontzag moeten voelen: mist, muziek, stoïcijns kijkende kerels en een voice-over die uit de proloog van The Lord of the Rings lijkt te komen. Maar deze opening wordt meteen in juxtapositie geplaatst met een ander, gelijkaardig moment: de voice-over is ditmaal van regisseur Christian Frei, die zijn collega-cineast op de eilanden (Maxim Arbugaev) een mail stuurt terwijl hij zelf filmt op een wetenschappelijk congres in de Verenigde Staten. Nu is de stem misprijzend en zelfs wat lacherig, hier op dit congres zijn de ‘onwetenden’ aan het werk, diegenen waarvoor de vrouw waarschuwde … De baarlijke duivel blijkt George Church te zijn, een expert in genetisch onderzoek die dieren (en mensen ?) wil klonen.

De opening is symptomatisch voor de weinig subtiele manier waarop de makers van Genesis 2.0 de kijker voortdurend manipuleren: ze laten naar goeddunken weg wat niet strookt met hun visie. Zo horen we Church nooit praten over zijn werk, waardoor hij overkomt als niet meer dan een aandachtsgeile excentriekeling, terwijl zijn ‘moreel goede’ tegenhanger uitgebreid mag reflecteren over zijn twijfels en bedenkingen. Omgekeerd worden de mannen die de tanden van mammoeten zoeken op de eilanden (DNA van deze dieren zou kunnen leiden tot het terugbrengen van de soort) schaamteloos verheerlijkt, terwijl men zou kunnen zeggen dat ze teren op het feit dat de opwarming van de aarde de permafrost dermate heeft aangevreten, dat het mogelijk wordt om nu fossielen te vinden die eeuwenlang in de bevroren ondergrond hebben gezeten.

Documentaires zijn nooit vrij van waarden en overtuigingen en dat hoeft ook niet. Maar wie een dergelijk complex onderwerp aansnijdt moet ofwel de intellectuele eerlijkheid hebben om alle nuances aan bod te laten komen, ofwel duidelijk maken dat er een kant gekozen wordt. In zijn beste werken – Roger & Me, Bowling for Columbine – is dat precies wat Michael Moore deed: op radicale manier een stelling innemen, maar de vormtaal van zijn films liet er dan ook geen twijfel over bestaan aan welke zijde de maker stond. Arbugaev en Frei doen dat niet. Ze presenteren alles op een manier die schijnbaar objectief is (we vergeten even het toevoegen van goed gekozen muziek en het verschil in cameravoering en fotografie) terwijl het ‘realisme’ dat ze opvoeren volkomen vals is.

Het maakt van Genesis 2.0 niet alleen een bijzonder saai document (de plaatjes van de slagtandjagers zijn tergend repetitief), maar ook een moreel verwerpelijke film.

Genesis 2.0, Zwitserland/China/Rusland/Zuid-Korea/Usa – 2018, Regie: Christian Frei en Maxim Arbugaev, Acteurs: Maxim Arbugaev, Christian Frei, Peter Grigoriev, 113 minuten, Score: 3/10

Maandag 21 januari

Of Fathers and Sons

Gedwongen door omstandigheden keerde Talal Derki in volle oorlog terug naar zijn geboorteland Syrië, waar hij – door te veinzen hun ideeëngoed te delen – onderdak vond bij een familie die de radicale Jihad aanhangt. Twee jaar lang leefde hij met deze mensen samen en ondertussen registreerde hij met zijn camera het dagelijkse leven in het dorp, dat deel uitmaakte van het zogenaamde ‘Kalifaat’.

Derki deed eerder ervaring op als cameraman voor CNN en sleepte met zijn docu Return to Homs zelf een prijs in de wacht op het Sundance Festival. Het hoeft dan ook absoluut niet te verwonderen dat Of Fathers and Sons op het vlak van beeldregie zeker weet te scoren. Derki heeft oog voor fraaie composities en weet dagelijkse rituelen zoals het spel van de kinderen of het opruimen van achtergebleven mijnen, een sterke visuele signatuur mee te geven.

Iets problematischer is het gesteld met de zeer delicate lijn die deze documentaire bewandelt inzake het verschil tussen observator en medeplichtige. Het is absoluut waar dat enkel het pretenderen een aanhanger te zijn van de radicale ideologie die de familie predikt, de gelegenheid verschaft om deze vaak onrustwekkende beelden te kunnen maken ( de pater familias houdt er extreme ideeën op na, die werkelijk alle verbeelding tarten). Anderzijds wordt het verschil tussen deelnemen en kijken wel heel erg dun wanneer tijdens een interview met een sluipschutter, die daadwerkelijk iemand neerschiet, of wanneer de camera onbewogen toekijkt hoe de vader – ondertussen zelf een voet verloren bij het ontmijnen – rustig alle ingrediënten verstuurt, voor wat naderhand met absolute zekerheid een bom zal worden die ingezet wordt voor een aanslag. Precies omdat Talal Derki een begenadigd regisseur is, is het zeer moeilijk om vast te stellen wat geënsceneerd is, wat spontaan is en wat enkel plaatsvindt omdat de camera nu eenmaal in de buurt is.

Die vragen maken van Of Fathers and Sons geen echt problematische film, maar het is niettemin een document dat met de nodige omzichtigheid dient te worden benadert en dat naderhand ook al te veel gaat inzetten op de gevoelens van verontwaardiging die bij de kijker dienen boven te komen.

Of Fathers and Sons, Duitsland/Usa/Syrië/Libanon/Nederland/Quatar – 2017, Regie: Talal Derki, Acteurs: Abu Osama, Ayman Osama, Osama Osama, 99 minuten, Score: 6/10

Dinsdag 22 januari

Le Temps des Fôrets

Het valt alleen maar toe te juichen dat de maker van een documentaire aan de slag gaat met een onderwerp waardoor hij gepassioneerd is. Die passie kan leiden tot scherpe inzichten en de nodige dosis doorzettingsvermogen om het project ook echt tot een goed einde te brengen. Dat is zeker het geval voor François-Xavier Drouet, die zijn verontwaardiging over de manier waarop in Frankrijk aan bosbouw en – beheer wordt gedaan duidelijk wil in de verf zetten. Het dictaat van de houtindustrie won steeds meer terrein, wat ten koste gaat van de diversiteit en leefbaarheid van het bos in Frankrijk.

De vraag is echter waarom er ook nog maar één cineast zou zijn die gelooft dat de beste manier om die dingen dan ook in filmvorm te gieten, er uit bestaat een camera te nemen en die anderhalf uur lang te richten op mensen die ons vertellen wat we zien. Letterlijk elk onderdeel van Le Temps des Fôrets bestaat uit boswachters, natuurexperts of mensen uit de industriële bosbouw (Drouet heeft de eerlijkheid alle opinies aan bod te laten komen) die ons uitgebreid hun ideeën uit de doeken doen. Informatief mag dat dan best zijn, het heeft in verste verte niks te maken met film of documentaire film (al is dat een onzinnig onderscheid om overeind te houden). Er is op geen enkele manier nagedacht over de manier waarop de vorm de inhoud zal vertalen, wat van deze Franse docu misschien een interessant dossier maakt, maar verre van een boeiende film.

Le Temps des Fôrets, Frankrijk – 2018, Regie: François-Xavier Drouet, Acteurs: /, 103 minuten, Score: 4/10

Woensdag 23 januari

Persprijs

Op dinsdag kende de persjury waarin verschillende Belgische filmpublicaties (waaronder Enola) vertegenwoordigd waren, de grote prijs toe aan Chris the Swiss. De jury prees de durf van de film op zowel vormelijk als inhoudelijk vlak, in het schetsen van een complex portret. Een speciale vermelding (de zogenaamde 'Coup de Coeur') ging naar #Female Pleasure omwille van de indringende manier waarop de film universele problematieken aankaart en de louter feministische elementen overstijgt.

E-mailadres Afdrukken