Banner

Off Screen Festival 2019 Blog

Yirka De Brucker; Jeroen Hulsmans; David Vanden Bossche - 13 maart 2019
alt

Cultfreaks en horrorfans aller landen, kom maar uit uw krochten: Van woensdag 13 tot zondag 31 gaat – ondertussen alweer de 12e editie – Offscreen 2019 van start. Ook dit jaar kunnen de liefhebbers van horror, science-fiction, sexploitation, maar soms ook gewoon slechte smaak, weer hun al dan niet bebloede vingers aflikken.

Zoals steeds pakt het festival uit met het Offscreenings programma waarin een aantal nieuwe releases getoond worden die de klassieke bioscoop vaak niet halen. Zo is het onder meer uitkijken naar Luz van Tilman Singer en Killing van de Japanse regisseur Shinya Tsukamoto die o.a. met Tetsuo: The Iron Man – een drilboorpenis wis je niet zomaar even uit je geheugen – uitgroeide tot een ware cultheld.

Dit jaar is er ook het ‘Game On!’ programma, een cinematografische ode aan het begintijdperk van de video games en de eerste adaptaties ervan op het witte doek. (Cult)klassiekers zoals Tron (David Lisberger),Super Mario Bros (Rocky Morton en Annabel Jankel) en eXistenz (David Cronenberg) maken o.a. deel uit van deze selectie, maar ook de waanzinnige documentaire The King of Kong (Seth Gordon), waarin een enthousiasteling het jarenlang ongeëvenaarde ‘Donkey Kong’ wereldrecord aanvalt.

Liefhebbers van meer aangebrand materiaal kunnen genieten van de Roberta Findlay Tribute reeks waarin we Roberta zien opdraven in een aantal sexploitation prenten zoals The Tiffany Minx en The Altar of Lust. Wie tenslotte echt de grenzen van het wansmakelijke wil aftasten kan terecht in het ‘Death On Film’ programma. Onder andere beruchte titels als Nekromantik en Faces of Death zoeken de grenzen op van wat je kan en wil doorstaan in een filmzaal. Nog verder gaat Guinea Pig: Flowers of Flesh and Blood, een film die – zo wil de legende – het onderwerp uitmaakte van een FBI onderzoek.

Het kloppend hart en epicentrum van Offscreen blijft ook dit jaar Cinema Nova, waar er naast de festivalbar ook enkele nevenactiviteiten te vinden zijn zoals de Combat Video Game Night, een Conferentie over de link tussen Video Games & Film of een masterclass van Roberta Findlay. Verzamelaars moeten zeker 23 maart aanstippen voor de Second Hand Film Fair in de Nova Bar.

Op deze pagina’s brengt Enola u de komende tijd een overzicht van de meest boeiende en in het oog springende films die onze recensenten op het festival te zien krijgen.

Donderdag 14 maart

High Life

alt

De aftrap van Offscreen 2019 werd dit jaar gegeven met de dubbele screening van High Life, de nieuwe prent van de Française Claire Denis, vooral gekend van eerdere successen zoals Beau Travail of 35 Rhums. Een aantal nominaties en prijzen op grote internationale filmfestivals, waaronder het Filmfestival van Gent het afgelopen jaar, doen vermoeden dat ook deze laatste aan dat rijtje zou toegevoegd worden.

Claire Denis waagt zich met High Life voor het eerst aan science-fiction pur sang. Wie echter een stevige thriller in de sterren verwachtte, had waarschijnlijk de bioscoop al verlaten na een klein half uurtje. High Life staat namelijk vele lichtjaren af van box office science fictionepossen zoals de Star Wars films en leunt eerder aan bij een 2001: A Space Odyssey of, meer nog, bij Silent Running. Wie die laatste heeft gezien, kan niet anders dan grijnzend aan dit milieu-activistische pareltje terugdenken wanneer we Monte en zijn dochtertje verse groenten zien plukken in de tuin op het ruimteschip.

De film opent met een aaneenschakeling van langgerekte establishing shots van een ruimteschip en een aantal hoofdpersonages, zonder zich al te veel te bekommeren over het schetsen van het verhaal. Dit maakt het voor de kijker niet altijd even gemakkelijk om zich te oriënteren in tijd en, tja, ruimte en tegen dat de plot echt op gang begint te komen zijn we dan ook al een hele tijd aan het meevliegen met schip en crew. Die wat afwezige plot bevordert uiteraard de toegankelijkheid niet van de film. Het goede nieuws echter is dat die plot – iets met energie aftappen uit een zwart gat en medische experimenten rond vruchtbaarheid – er eigenlijk minder toe doet. Wat centraal staat in High Life is hoe mensen – en zeg maar gerust de gehele condition humaine – met universele ideeën als eenzaamheid, afwijzing en verantwoordelijkheid omgaan. Waar je aanvankelijk eerder kil en afstandelijk toekijkt op wat er zich afspeelt in die micromaatschappij op dat schip, grijpen de taferelen gaandeweg steeds meer naar de keel. Zo heb je de crewdokter (Juliette Binoche) die almaar meer geobsedeerd raakt door voortplanting en zich haast opwerpt als Religieuze Leider. Of aanschouw hoe in de kille wereld waarin de crew moet zien te overleven, de seksuele spanning en frustratie steeds hoger oploopt om zich tenslotte te uiten in de meest verwerpelijke uitingen ervan.

Te midden van deze chaotische en steeds meer stresserende sfeer die heerst op het schip, kunnen we gelukkig regelmatig terugvallen op hoofdpersonage Monte, de belichaming van de menselijkheid aan boord van het ruimteschip. Het is Monte die de kijker de enige houvast geeft om zich toch met iets of iemand te identificeren. Uiteraard dienen we in de eerste plaats krediet te geven aan regisseuse en co-scenariste Claire Denis, die haar camera langzaam zowel binnen als buiten het schip door de grote ruimte laat glijden en zo haar visie prachtig in beeld brengt. Maar het valt niet te ontkennen dat deze film niet gewerkt zou hebben, moest hij niet gedragen worden door een Monte, neergezet zoals Robert Pattinson dat hier doet. Zoals hij vorig jaar al bewees in Good Time slaagt hij er ook in High Life in om het juk van tienerster voorgoed van zich af te werpen en ontzettend geloofwaardig als tuig of nobody op het witte doek te verschijnen.(JH)

High Life, Duitsland/Uk/Frankrijk – 2018, Regie: Claire Denis, Acteurs: Robert Pattinson, Juliette Binoche, 110 minuten, Score: 7,5/10

Vrijdag 15 maart

Luz

altDe tweede film in het ‘Offscreenings’ programma, was Luz van de Duitse regisseur Tilman Singer. Luz is niet alleen het debuut van de jonge Duitser, het is zelfs een studentenfilm, gedraaid met zeer beperkte middelen.

Luz plaatst zich binnen het gamma van de horrorfilm in het ‘possession’ subgenre en vertelt het verhaal van een verdwaasde jonge Chileense vrouw (Luana Velis) die ergens in het Duitsland van de jaren ’70 ietwat verweesd een politiekantoor binnenvalt. Via een vroegere vriendin (Julie Riedler) worden enkele fragmenten prijsgegeven van haar in mysterie gehulde verleden. Zo zou ze als medium betrokken zijn geweest bij satanische rituelen. In een langgerekte hypnose, geleid door dokter Rossini (Jan Bluthardt), trachten de agenten te achterhalen wat er precies aan de hand is. De hypnosesessie en ook het meeste van wat nadien volgt, schept vaak meer verwarring dan klaarheid: personages lijken van gedaante te veranderen en declameren moeilijk te ontcijferen sektarisch klinkende leuzes. Zo komt steeds opnieuw die duivelse herwerking van het Onze Vader terug (“Our Father, why art thou such a dick? Thy kingdom stinks…”). Het is bij Luz dan ook tot op het laatste moment aan de kijker zelf om de eindjes aan elkaar te knopen en tot (één van) de mogelijke verklaring(en) voor de plot te komen.

Net zoals bij de festivalopener High Life is ook bij Luz het verhaal eerder een middel dan een doel. Luz wil namelijk in de eerste plaats een bepaalde sfeer oproepen. En het mag duidelijk zijn dat Singer daar ontzettend goed in geslaagd is. De koel aandoende jaren ’70 interieurs, waarin we de personages wel hóren praten, maar dit niet zíen omdat ze te ver weg zijn, creëren vanaf het begin een akelig, mysterieus sfeertje. Voeg daar het korrelige 16 mm-formaat aan toe en het feit dat je je in de sowieso al in de daarvoor uitstekend geschikte Cinema Nova bevindt en je bent helemaal mee in Singers universum. Wanneer we de climax naderen waarin alle registers stevig worden open getrokken, dompelt de film het politiekantoor, waarin het grootste deel van Luz zich afspeelt, onder in één langgerekte mistige waas van terreur. Toch slaagt de film er in om te midden van die demonische terreur, zichzelf hier en daar gelukkig ook op subtiele wijze te relativeren.

De grote troef van Luz is zeker het efficiënte gebruik van jaren ’80 muziek. Soms met een aanzwellende doffe drumbeat, dan weer met dreigende keyboardakoorden, weet Tilman al zijn cruciale scènes prachtig op te bouwen. Parallel met de toenemende spanning, klinkt de beat alsmaar dwingender, terwijl de camera steeds dichter naar het voorplan sluipt.

In een boeiende Q&A achteraf met regisseur Singer kregen we meer uitleg bij de guerrilla stijl die moest gehanteerd worden omwille van het beperkte budget: zo was het niet mogelijk om dailies (de ruwe ongemonteerde beeldfragmenten) te bekijken tijdens de opnames, zodat pas na de hele draaiperiode de ruwe beelden bekeken konden worden. Bovendien konden er amper takes overgedaan worden: bijna alles wat werd opgenomen, belandde in de finale versie. Als een beginnend cineast onder die strikte beperkingen een dergelijk resultaat kan afleveren, zijn we benieuwd wat hij in zijn mars heeft voor een tweede langspeler met meer middelen ter beschikking.(JH)

Luz, Duitsland – 2018, Regie: Tilman Singer, Acteurs: Johannes Benecke, Jan Bluthardt, Julie Rieder, 70 minuten, Score: 7/10

Super Mario Bros.

alt

Wie reeds een kijkje is gaan nemen in de Nova Bar heeft waarschijnlijk de vintage Arcade Games al opgemerkt. Eén van de thema’s van Offscreen 2019 is namelijk het ‘Game On!’ Programma. Super Mario Bros., de eerste grote release gebaseerd op een video game, mocht dan ook toepasselijk de spits afbijten van dit programma.

Super Mario Bros. was bij voorbaat een gedoemde productie: hoofdrolspeler Bob Hoskins (Mario) wist niet eens dat hij een video game personage vertolkte. Dennis Hopper (King Koopa) was totaal niet geïnteresseerd in het project en gaf grif toe gewoon een smak geld nodig te hebben. De kern van het falen ligt echter in de totaal krankzinnige plot: het script werd ontelbare keren herschreven. Zelfs enkele weken voor de opnames, onderging het verhaal een heel aantal erg drastische veranderingen. Het uiteindelijke resultaat is dan ook zo van de pot gerukt, dat het nauwelijks te verklaren valt hoe zo’n grote onderneming, steunend op díé plot, in productie mocht gaan.

Super Mario Bros. gaat over twee loodgieters, de broers Mario (Bob Hoskins) en Luigi (John Leguizamo). Afgezien van hier en daar een knipoog naar wat paddenstoelen en een velociraptor die toevallig Toshi heet, houden daar trouwens ook de vergelijkingen met de video game volledig op. Het is dan ook raden naar welke strategie de producenten voor ogen hadden: de fans van de video game konden alleen maar teleurgesteld zijn omwille van de dunne band met het spel en de kijker die niet vertrouwd is met die game, kan alleen maar vol onbegrip en verstomming dit alles gadeslaan.

Dat gezegd zijnde kunnen we dik 25 jaar na datum wel zeggen dat Super Mario Bros. geen complete miskleun is. Er zijn verschillende momenten die het niveau van “zo slecht dat het grappig is” overstijgen en oprecht behoorlijk leuk zijn. Wie van goede wil is, durft ook toegeven dat de interactie tussen de broers soms bijna aandoenlijk is. Ook de actiescènes in het weelderige Dinohattan blijven vaak onderhoudend. Uiteraard nemen die verschillende (kleine) lichtpuntjes absoluut niet weg dat deze film niet meer is dan een aaneenschakeling van dwaasheden.

Het zal ook zeker niet geholpen hebben dat Super Mario Bros., een film waarin dinosaurussen een niet onbelangrijk deel uitmaken van het verhaal, uitkwam in 1993, enkele dagen voor dat ander filmpje over dino’s…: Jurassic Park. Om de zaken even in perspectief te plaatsen: Jurassic Park kostte naar schatting 63 miljoen dollar, terwijl Super Mario Bros. er toch ook 42 miljoen dollar zou doorgejaagd hebben, niet zo gek veel minder. Het verschil in kwaliteit echter… (JH)

Super Mario Bros. , Usa/Uk – 1993, Regie: Annabel Jankel/ Rocky Morton, Acteurs: Bob Hoskins, Dennis Hopper, John Leguizamo, 104 minuten, Score: 4/10

The King of Kong

altOp vrijdag 15 maart in de late uurtjes, kon je terecht in de Cinema Nova Bar voor een arcade Combat Video Game Night: een tornooi bestaande uit verschillende retro one-to-one gevechtspelletjes zoals Street Fighter, Mortal Kombat en Tekken. Enkele uren daarvoor kon je al afdalen in de wereld van het competitief ‘gamen’. De documentaire The King of Kong laat je kennis maken met die andere retro game: het originele Donkey Kong spel, dat ook het wereldberoemde personage Mario introduceerde aan de wereld. Elke documentaire is voor een groot deel afhankelijk van het materiaal waarmee je dient te werken en regisseur Seth Gordon krijgt hier echt wel goud in de schoot geworpen.

Wat meteen opvalt in deze vreemde subcultuur waarin de film ons onderdompelt, is dat de manier waarop de bewoners van die wereld praten over een elitecompetitie - in een universum van superatleten met heldenstatus - in ontzettend schril contrast staat met de bizarre figuren zelf: bleke, niet al te frisse jonge mannen die als zombies achter hun consoles staan. De film laat ons kennismaken met enkele ontzettend kleurrijke personages in dat wereldje en focust aanvankelijk op Billy Mitchell, onbekend voor de meesten onder ons, maar wereldberoemd in een kleine wereld. In 1982 scoorde hij namelijk een onvoorstelbare 886.900 punten bij het spelen van Donkey Kong, volgens kenners een bovenmenselijke prestatie en een record dat al meer dan 20 jaar stand hield. Billy Mitchell is het soort mensen waar een documentairemaker niet van durft te dromen. Steeds gekleed in strakke jeans, een hemd en een spuuglelijke kleurrijke das, in combinatie met zijn iconische aangezicht (die indringende blik! dat iconische kapsel!), is Billy een figuur die je niet gauw uit je geheugen zal wissen. Zie ook hoe hij steeds die dominante pose aanneemt met de benen lichtjes gespreid, handen in de zij. De man puilt uit van de grootheidswaanzin en ziet zichzelf als een soort übermensch superster, een summum van de verpersoonlijking van The American Dream. Billy Mitchell praat ook niet, hij declameert in one-liners. En jongens toch, wat zitten daar pareltjes tussen. Probeer maar eens onbewogen in je stoel te blijven zitten wanneer hij met uitgestreken blik in de camera kijkt en uitpakt met “no matter what I say, it draws controversy. It’s sort of like the abortion issue.” Als kijker is het constant genieten van de dualiteit tussen enerzijds de pure hilariteit van zijn daden en uitspraken en anderzijds de manier waarop hij zichzelf ten alle tijden au sérieux neemt. Hoewel we zelf meteen door hem heen kijken, hangen zijn volgers op het scherm als apostelen aan zijn lippen. Walter Day bijvoorbeeld, een van de belangrijkste en boeiendste nevenpersonages in The King of Kong, beweert met al even uitgestreken gezicht, dat Billy Mitchell de persoon is die het dichtste is geraakt bij het worden van een ‘jedi’. Ooit. We zouden het zelf niet kunnen verzinnen.

De rest van de film, volgt de camera vooral Steve Wiebe, een multi-getalenteerde dertiger, wiens ondernemingen nooit helemaal het verhoopte succes hebben opgeleverd: zijn grungeband, zijn baseballcarrière … overal kwam hij steeds net niet boven het maaiveld uit. Na een ontslag besluit hij dan maar om het wereldrecord van Mitchell aan te vallen. De film evolueert vervolgens tot een David vs. Goliath verhaal of beter: Rocky vs. Apollo Creed. Billy is de arrogante, zelfgenoegzame superster en Steve de eerder bedachtzame, maar volhardende underdog. De film kiest uiteraard de kant van de underdog en de “grote” Billy Mitchell laat zich steeds meer van zijn kleine kantjes zien wanneer hij de hete adem van Steve in zijn nek voelt. Wanneer de grote confrontatie nadert, wordt de hilariteitsteeds meer ingeruild voor tragiek. De kijker verandert dan ook van een geamuseerde toeschouwer in een betrokken supporter (van Steve uiteraard). Alles wordt misschien wel best samengevat door het dochtertje van Steve Wiebe die langs haar neus weg suggereert dat mensen soms hun leven verpesten door een record na te jagen en daarmee meteen de tragikomische toon van dit alles optimaal weet te illustreren.

The King of Kong, Usa – 2007, Regie: Seth Gordon, Acteurs: Steve Wiebe, Billy Mitchell, Adam Wood, 79 minuten, Score: 8,5/10

Zaterdag 16 maart

alt

La Casa Lobo

Het Chileense La Casa Lobo van het regieduo Joaquín Cociña en Cristóbal León is een even opvallend als hermetisch werkstukje, dat de ‘stop-motion’ techniek op heel bijzondere wijze aanwendt.

Schatplichtig aan het werk van zowel Jan Svankmajer als aan een aantal experimentele animatiestijlen uit de jaren negentienzeventig en – tachtig, brengt de film een technisch experiment dat opgesteld is aan de hand van een aantal regels die de makers zichzelf oplegden. Alle figuren, achtergronden en situaties worden op die manier op het scherm opgebouwd, waardoor kleurvlakken, vormen en lijnen, voor onze ogen verschijnen en de personages als het ware voor onze ogen gevormd en gevouwen worden. Anders dan de klassieke stop-motion die vooraf gevormde figuurtjes verplaatst om de illusie van beweging te wekken, worden we hier deelgenoot gemaakt van het creatieproces.

Die aanpak en conceptuele uitwerking, passen ook zeer goed bij de kern van het verhaal, die vasthangt aan het gegeven van de nazi-communes die her en der in Zuid-Amerika opdoken, waar gevluchte oorlogsmisdadigers een nieuw leven opbouwden. Het hoofdpersonage is een meisje dat wegvlucht uit ene dergelijke gemeenschap – gesymboliseerd door de ‘wolf’ – een eigen bestaan uitbouwt, haar kinderen letterlijk creëert uit materiaal dat voor handen is en uiteindelijk toch weer de wolf in zichzelf moet erkennen. De fluïde, steeds wisselende composities van kleuren en vormen, weerspiegelen dan ook perfect de worsteling van de jonge protagoniste. Ondanks de soms wat repetitieve structuur, weet de film te blijven boeien dankzij de soms ijzersterke taferelen die hij oproept: hoogtepunten zijn de pikzwarte tranen die in papieren repen uit de ogen van de kinderen komen en de soms ijzingwekkende transformaties van mens naar dier en vice versa.

Om de film te maken reisden Cociña en León naar twaalf verschillende musea in de hele wereld en integreerden deze in de opmaak en achtergronden van de film.(DVB)

La Casa Lobo, Chili/Duitsland – 2018, Regie: Joaquín Cociña en Cristóbal León, Acteurs: Amalia Kassai, Rainer Krause, 75 minuten, Score: 7/10

Joysticks

alt

De hilarisch platvloerse ‘teen sex comedy’ Joysticks van Greydon Clark, slingert u terug naar de jaren tachtig. Alles draait rond de rivaliteit die ontstaat in een voorbeeldig voortuinstadje, wanneer de eigenaar van de lokale ‘video-arcade’ het iets te bont begint te maken. De ‘horndog’ cinema van de jaren tachtig – die eigenlijk voornamelijk draait om tienerjongens die op blote borsten geilen – is weinig kwalitatief, maar toch zijn deze films curiositeiten die op elke filmliefhebber zijn bucketlist zouden moeten staan. Het was onvermijdelijk dat er een film uitkwam die de grote ‘klassieker’ in het genre - Porky’s - combineerde met de wereld van de videospelletjes. Deze platvloerse sekskomedies waren bijzonder populair in de tijd dat Joysticks in de zalen kwam en het succes leidde ook in de jaren negentig nog tot nakomelingen zoals American Pie.

Het eerste tijdperk van de videospelletjes en de impact ervan op de ‘Pac Man’ generatie, is in Joysticks alomtegenwoordig. Er is amper een plot en de humor is zo wansmakelijk dat in lachen uitbarsten de enige mogelijke reactie is. Zulke films zijn ondenkbaar in deze tijd. In die zin kan de prent toch enige contemplatie oproepen: we worden ons er zeer van bewust dat onze hedendaagse ‘politiek correcte’ wereld er een is die heel ver af staat van die in de jaren tachtig.

De acteerprestaties zijn hilarisch slecht en het enige echt waardevolle aan de film is dat hij een tijdscapsule vormt. Evenwel is de prent uiteraard bedoeld om de lachspieren te sterken: wie kan er nu niet genieten van een film waarin de overgangen worden gemaakt door het ‘Pac Man’ figuurtje dat happend over het scherm glijdt. Pittig detail: de fotografieleider Nicholas Josef von Sternberg is zoontje van, maar heeft het creatieve talent van zijn vader spijtig genoeg niet geërfd.(YDB)

Joysticks, Usa – 1983, Regie: Greydon Clark, Acteurs: Joe Don Baker, Leif Green, Jim Greenleaf, 88 minuten, Score: 5/10

E-mailadres Afdrukken