Banner

Talk Radio

5.5
Dennis Van Dessel - 05 februari 2004

Op 18 juni 1984 werd Alan Berg, een controversiële radiopersoonlijkheid uit Denver, doodgeschoten toen hij het gebouw van z'n studio verliet. Berg had een praatprogramma gespresenteerd waarin bellers systematisch werden uitgescholden en vernederd, hij ging te keer tegen alles wat naar extreem-rechts rook, en wist op die manier behoorlijk wat vijanden te maken. Uiteindelijk is dat hem fataal geworden: de moordenaar was betrokken bij neo-nazi organisaties.

Eric Bogosian, auteur en acteur van de News Yorkse toneelscene, gebruikte dat voorval als uitgangspunt voor een eenakter, 'Talk Radio'. Oliver Stone verwerkte het stuk voor zijn film, die hij draaide in 1988, terwijl hij zat te wachten tot alle nodige voorbereidingen voor 'Born On The Fourth Of July' klaar zouden zijn. 'Talk Radio' werd zijn meest kleinschalige film tot dan toe, een claustrofobisch werkstuk dat zich grotendeels op één en dezelfde set afspeelt, met een beperkt aantal acteurs. Voor Stone was het een oefening in werken op een klein canvas, na de grotere, moeilijkere producties die hij achter zich had, met 'Platoon' en 'Wall Street'.

Barry Champlain is de radiopresentator in deze film, een "shock-jock" die elke avond telefoontjes ontvangt van een wijd assortiment mafkezen: nazi's, KKK-leden, drugverslaafden, chronisch werklozen, enzovoort. Elke avond probeert hij wel het één of ander standpunt duidelijk te maken dat hij als relevant beschouwt, maar hoe langer hoe meer wordt het duidelijk dat niemand echt geïnteresseerd is in wat hij te zeggen heeft: het publiek is er wel, maar het luistert niet. Het enige waarvoor ze belangstelling hebben, is de snedige commentaar die de volgende beller zal krijgen. Daar luisteren ze voor, niet omdat ze willen luisteren naar Barry's boodschap. Niet dat Barry geen boodschap hééft, wel in tegendeel - hij beschouwt zichzelf als de laatste redelijke man in een gek geworden maatschappij, die overal een mening over heeft (de juiste mening, meerbepaald), en een constante behoefte voelt om z'n gelijk te bewijzen. Hij geeft z'n niet bepaald genuanceerde meningen over racisme, druggebruik en de emotionele problemen waarmee z'n luisteraars te koop lopen, maar het enige dat hij krijgt als reactie, is de minachting van een grote groep die hem haat, en de blinde, gedachtenloze bewondering van een minderheid, die niet zou kunnen uitleggen waarom ze eigenlijk naar de show luisteren.

'Talk Radio' fungeert in de eerste plaats als een personagestuk, een poging om in het hoofd van dit ene personage te kruipen. Barry Champlain komt eruit naar voren als iemand die totaal vervreemd is van de wereld om hem heen - overal waar hij gaat, ziet hij mensen die hij niet begrijpt, mensen die hem vaak haten om wie hij is en wat hij doet. Misschien haat hij zelfs zichzelf. Het feit is dat hij een hypocriet is - hij scheldt z'n luisteraars uit omdat ze de wereld naar de verdommenis laten gaan, maar ondertussen doet hij zelf ook niets behalve in z'n microfoon staan schreeuwen. Hij is een leugenaar die z'n eerste vrouw heeft verdreven met z'n slippertjes, en die meer bezorgd is om dramatisch effect in z'n show, dan om de waarheid. Aan het begin van de film wilt hij een neo-nazi het zwijgen opleggen, door hem een verhaal te vertellen over een davidsster die hij vond nabij het concentratiekamp Dachau. 'Ik heb die ster nu vast,' zegt hij tegen z'n luisteraar, en de camera zwenkt veelbetekenend naar beneden - hij heeft een kop koffie vast. Op diezelfde manier gaat Champlain z'n hele leven door, in de overtuiging dat hij beter is dan al die andere mensen die hem zoveel angst aanjagen. We zien Barry steeds dichter bij een zenuwinstorting komen, naarmate de druk stijgt en de haat van zijn publiek steeds beter voelbaar wordt.

Stone probeert de emotionele crash van zijn hoofdpersonage duidelijk te maken door van 'Talk Radio' een erg claustrofobische film te maken: buiten een aantal flash-backs in het midden van de film, bevinden we ons eigenlijk altijd in de radiostudio. Naarmate de spanning stijgt, wordt het visuele ritme ook aanzienlijk opgevoerd, met een regelmatig gebruik van close-ups, af en toe die overbelichting waar Robert Richardson voor bekend staat, en zelfs één scène waarin de studio achter Bogosian lijkt rond te draaien, om aan te tonen hoe ver Champlain uit de bocht gaat. 'Sticks and stones will break my bones, but words will cause permanent damage,' is zijn devies, en elke avond is hij er schijnbaar op bezien zoveel mogelijk permanente schade aan te richten. Het maakt er zijn personage niet sympathieker op - Bogosian is een kwal in deze film - maar het maakt wel een interessanter personage van hem.

Het probleem met 'Talk Radio' is in de eerste plaats dat het onderwerp onderhand behoorlijk verouderd is geworden. 'Waarom luisteren jullie eigenlijk?,' snauwt Champlain z'n luisteraars toe. De reden: omdat niemand hem echt serieus neemt. De meesten denken dat hij maar een grapje maakt, de anderen haten hem. Allemaal goed en wel, maar tegenwoordig leven we in een wereld waarin mensen zich moeiteloos vernederen om toch maar op tv te komen, laat staan de radio. De menselijke vreemdheid is tijdens de jaren negentig zodanig vastgelegd op film en video, dat een prent als 'Talk Radio' ons tegenwoordig enkel nog vertelt wat we al lang wisten. De bellers van Barry Champlain zouden nu bij Jerry Springer zitten, waar ze ook nog eens gezién kunnen worden, niet alleen gehoord.

Bogosian is trouwens een twijfelgeval als de hoofdrol. Hij begon aan het materiaal te werken, nog voor het een film werd en hij ként het personage. Maar met al dat schijnt hij maar over twee volumes van acteerprestatie te beschikken: luid, en luider. Tegen het einde ben je Barry Champlain behoorlijk beu gezien.

Stone wist er een boeiende film van te maken, die tegenwoordig zeer weinig bekend of gezien is, maar het mag duidelijk zijn dat de tijd hier niet erg goed voor is geweest. Nu is dit op z'n best een aanrader voor de fans van Stone.

E-mailadres Afdrukken
 
Talk Radio
USA / 1988
Regie: Oliver Stone
Scenario: Eric Bogosian; Oliver Stone
Met: Eric Bogosian; Ellen Greene; Leslie Hope; John C. McGinley; Alec Baldwin
Duur: 110 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST