Banner

The Talented Mr. Ripley

8.0
Dennis Van Dessel - 16 mei 2004




De boeken van Patricia Highsmith staan ervoor bekend dat ze op een erg prozaïsche, letterlijke manier geschreven zijn; de dame gebruikte bijvoorbeeld zelden of nooit metaforen of vergelijkingen, maar ging altijd voor de onmiddellijke impact van de actie op de personages. Ze schreef het zoals het was, geen onzin. Haar 'Mr. Ripley'-boeken werden klassiekers in het misdaadgenre tijdens de jaren vijftig. De eerste daarvan, 'The Talented Mr. Ripley' werd ooit al gefilmd als 'Plein Soleil' in 1960, een prent die ondertussen de status van klassieker heeft bereikt. Anthony Minghella volgde het succes van 'The English Patient' op met zijn nieuwe behandeling - het gevolg was een eminent stijlvolle, intelligente bewerking voor onze tijd, met meer aandacht voor psychologie en seksualiteit. Puristen (lees: pretentieuze zelfverklaarde cinefielen) zullen ongetwijfeld beweren dat ze Minghella's film maar klein bier vinden in vergelijking met 'Plein Soleil', maar geloof me: voor een hedendaags publiek is dit heel wat leuker om naar te kijken.

Matt Damon speelt verreweg zijn beste rol tot nu toe als Tom Ripley, een mysterieuze figuur over wie we, welbeschouwd, nooit erg veel te weten komen over de loop van de film. We treffen hem voor het eerst aan op een upper-class feestje in New York, waar hij piano speelt. Hij wordt door de gastheer (James Rebhorn) aanzien voor een vroege klasgenoot van diens zoon - Ripley heeft die mensen nog nooit eerder gezien, maar hij knikt en lult met hem mee. Dan komt er het voorstel: Rebhorn zal Ripley duizend dollar betalen om naar Italië te reizen en daar z'n zoon Dickie (Jude Law) te overhalen naar huis te komen. Ripley aanvaardt, gaat naar Italië, en ontdekt daar een leven zoals hij het zelf graag zou willen hebben - luie namiddagen in een hete zon, niets doen, genieten van het leven en bovenal: een charme en een moeiteloze flair met andere mensen hebben die het leven schijnbaar vanzelf gemakkelijk maken. Ripley wordt bevriend met Dickie en diens vriendin Marge (Gwyneth Paltrow) en besluit zo lang mogelijk te blijven. Wanneer het moment van zijn vertrek dan toch gekomen is, komt het tot een ruzie tussen Ripley en Dickie. Dickie overleeft het niet.

Het hart van de film zit in de relatie tussen de beide mannen. De één is een bleke, magere spriet die niet goed weet hoe hij met andere mensen om moet gaan en z'n leven leidt via literatuur en het soort van klassieke muziek waarmee je jezelf niet erg populair maakt in de hoogdagen van jazz en blues (eind jaren vijftig). De andere is een bon vivant die nooit ergens een inspanning voor heeft moeten leveren maar alles in z'n schoot geworpen kreeg. Iemand die van het leven kan genieten zonder ooit stil te moeten staan bij enige andere overweging dan z'n eigen genot. Iemand die elke vrouw kan krijgen en eruit ziet alsof hij van de cover van een tijdschrift komt gestapt. Er heerst duidelijk een homoseksuele spanning tussen beiden - die subtext was al lichtjes op de achtergrond aanwezig in de roman en in 'Plein Soleil', maar wordt hier duidelijk naar het voetlicht verplaatst. Is Ripley verliefd op Dickie? Of wilt hij eigenlijk, zoals de plot van de film suggereert, Dickie zijn, zijn eigen saaie, onopmerkelijke leven vervangen met het meer glamoureuze exemplaar van Dickie? Volgens mij loopt het in de verwarde geest van Ripley allemaal wat dooreen - hij is op z'n minst biseksueel en waarschijnlijk gewoon homo; hij toont nooit ergens enige interesse in Marge, behalve dan voor zover ze hem toegang kan verschaffen tot Dickie. Maar die liefde, of op z'n minst lust, loopt over in de wens om de andere persoon te worden. Zoals gezegd wordt aan het einde: it's better to be a fake somebody than a real nobody.

Minghella baadt zijn film in prachtige kleuren en lyrische, langzame camerbewegingen die de omgeving van Italië ten tijde van de vespa ten volle tot haar recht doet komen. Niemand die deze film ziet en niet ogenblikkelijk op vakantie wilt vertrekken. Maar de visuele beheersing van de regisseur was al duidelijk geworden uit 'The English Patient'. Wat hier opvalt, is de manier waarop hij muziek gebruikt. Ripley wordt geassocieerd met klassieke muziek, Dickie met jazz. Dan wanneer de een het leven van de ander overneemt, krijgen we een vreemde mengvorm van de beiden, waarin invloeden van beide genres door elkaar lopen, elkaar beïnvloeden. Gabriel Yared heeft voor een opmerkelijke score gezorgd. Maar ook de bronmuziek levert behoorlijk wat sfeer: de toon van de film wordt gezet door 'Lullaby For Cain', een intens sfeerrijk stukje muziek dat meteen de mistroostigheid van het einde weerspiegelt. Niet zoveel later krijgen we een scène waarin Dickie en Ripley zich uitleven in een nachtclub op de tonen van 'Tu Vuo' Fa l'Americano', een ambiancenummer uit een traditie van ambiancenummers waar niet noodzakelijk de termen "goedkoop" en "genant" mee geassocieerd dienen te worden. De meeste andere regisseurs hadden die scène waarschijnlijk ergens halverwege afgesloten, eens de sfeer en het effect ervan op de relatie tussen de beide personages duidelijk waren geworden. Maar niet Minghella, hij laat ons het hele nummer horen - en de film is sterker door dat soort van momenten, omdat ze ons toelaten om de sfeer ervan in te ademen. Hetzelfde geldt voor een operascène veel later; ook die duurt langer dan eigenlijk nodig is. Maar ze werkt.

Jude Law kreeg zeer veel waardering voor z'n rol van Dickie Greenleaf en hij verdient lof voor de schijnbaar moeiteloze savoir faire waarmee hij zich over het scherm beweegt. Maar het is Matt Damon die hier een tour de force levert. Terwijl zijn vriend Ben Affleck schaamteloos incasseerde op het succes van 'Good Will Hunting' door op te draven in vreselijke producten als 'Armageddon', nam Damon hier een grote gok. Een homoseksuele moordenaar spelen die aan het einde van de film alleen achterblijft met z'n gewetenswroeging, is niét wat je moet gaan doen als je alleen maar inzit met je imago als mogelijk Hollywood-hunk.

Niet dat de film helemaal perfect is - nevenpersonage Peter (Jack Davenport) duikt in de tweede helft van de film plotseling op, zonder dat hij ooit op een fatsoenlijke manier geïntroduceerd wordt. Je kijkt ernaar en je vraagt je af waar die kerel eigenlijk zo plotseling vandaan komt. Bovendien lijkt de film in het middenstuk een beetje te gaan slepen. Eens Ripley Dickie heeft vermoord, gaat het tempo plots gevoelig lager liggen, als publiek ga je je afvragen waar het nu naartoe zal gaan. Dàn echter, volgt er de tweede moord (op Philip Seymour Hoffman in een zoveelste opmerkelijke bijrol), en de film vindt z'n tweede adem. Het wordt allemaal weer wat doelgerichter.

Maar hoe het ook zij, 'The Talented Mr. Ripley' blijft een uitstekend voorbeeld van die zeldzaamheid: een thriller die in de eerste plaats mikt op het verstand, in plaats van de sensatie. Uiteindelijk is Ripley iemand die niet wìl moorden (toch niet in deze versie), maar die zichzelf in situaties werkt waarin hij niet anders kan. Hij is eerder een pathologische leugenaar dan een moordenaar, wiens leugens volgens een sneeuwbaleffect steeds groter worden. Op een bepaald punt werkt hij zich in het nauw en ziet hij geen andere uitweg meer dan geweld. Maar het einde van de film duidt aan dat hij er geen plezier aan beleeft - zijn straf is dat hij door z'n leugens, door z'n wens om iemand anders te zijn, een fake somebody, precies dàt moet doden waar hij van houdt. Dat is de prijs die hij moet betalen. De film kent dan wel geen traditioneel moraliserend einde, maar Ripley krijgt wel degelijk z'n verdiende loon en méér. Dit is één van m'n persoonlijke favorieten - zelfs een inferieur vervolg kan daar niets aan veranderen.

E-mailadres Afdrukken
 
The Talented Mr. Ripley
USA / 1999
Regie: Anthony Minghella
Scenario: Anthony Minghella
Met: Matt Damon; Jude Law; Gwyneth Paltrow; James Rebhorn; Jack Davenport; Philip Seymour Hoffman
Duur: 139 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST