Banner

The Treasure of the Sierra Madre

10.0
Dennis Van Dessel - 07 juli 2005
altBij de naam Humphrey Bogart horen meteen een aantal clichébeelden: de deukhoed, de regenjas, het pistooltje, de snel afgeratelde dialogen. We stellen ons Bogart voor als één van de eerste, en meest memorabele anti-helden, getekend door het leven, cynisch, maar altijd op de één of andere manier in staat om elke situatie recht te trekken en naar zijn eigen hand te zetten. Niet zo in 'Treasure of the Sierra Madre', een film die destijds geen stuiver opbracht, maar tegenwoordig geldt als één van de allergrootste Amerikaanse klassiekers. De flop van toen en het succes van nu zijn een gevolg van hetzelfde feit: Bogart speelt geen Bogart - ditmaal is hij een loser, die begint als een ongeschoren, ongewassen bedelaar en eindigt als een waanzinnige, moordzuchtige smeerlap (nog steeds ongeschoren en ongewassen, overigens). Bogey was, na jarenlang proberen, eindelijk een grote ster geworden en beloonde zijn publiek door radicaal tegen z'n imago in te spelen. Men nam het hem in '48 niet in dank af, maar de film staat nog steeds als een huis.

Bogart speelt Fred C. Dobbs, een zwerver die in een klein Mexicaans stadje van aalmoezen leeft en bevriend is met mede-pechvogel Bob Curtin (Tim Holt). Op een dag horen ze van old-timer Howard (Walter Huston) dat er nog steeds goud in de naburige bergen zou zitten, en ze besluiten om met hun drieën een expeditie op touw te zetten. Howard, die dit allemaal al eens eerder heeft meegemaakt, waarschuwt hen dat vriendschappen niet lang blijven bestaan eens er goud bij betrokken is, maar Dobbs en Curtin geloven - vanzelfsprekend - immuun te zijn aan goudkoorts.

altRegisseur John Huston (de zoon van Walter, die Howard speelt), maakte z'n eerste film samen met Bogart: 'The Maltese Falcon'. Die prent was toen voldoende om hun beide carrières voor eens en voor altijd te lanceren, en het moet gezegd worden, de manier waarop Huston 'The Treasure of the Sierra Madre' wist te plotten, getuigt van enorm veel verteltalent. Om te weten hoe strak een scenario in elkaar zit, volstaat het in principe om je van elke scène af te vragen wat ze nu eigenlijk toevoegt aan het verhaal. Kan ze worden weggelaten? In 'Treasure of the Sierra Madre' heb ik zo'n scène niet gevonden. Neem bijvoorbeeld een sequens aan het begin van de film. Dobbs en Curtin zijn ingehuurd door een plaatselijke zakenman om enkele dagen voor hem te werken - eens ze weer terug zijn in het dorp, zullen ze uitbetaald worden. Vanzelfsprekend zet de zakenman het op een lopen wanneer het op betalen aankomt, maar Dobbs en Curtin ontmoeten hem toevallig weer in een saloon. De beide zwervers slaan hem vervolgens tot pulp en nemen hun geld. Waarom al dat gedoe met dat werk, waarom die vechtscène? Wel, de scènes waarin ze gaan werken tonen aan dat ze, vooraleer naar goud te zoeken, wel degelijk geprobeerd hebben om op een normale manier aan geld te komen, dat spreekt voor zich. Interessanter is de gevechtscène, die voor die tijd relatief gewelddadig was. Dobbs geeft de bedrieger niet, zoals hij dat in één van z'n detectivefilms zou doen, één mep waarmee de ander op de grond ligt, neenee, het halve meubilair van het café gaat eraan en de twee mannen beuken om de beurt op hem in. Op dàt moment krijgen we al een glimps van het geweld waartoe beide mannen, vooral Dobbs, in staat zijn. Dit zijn geen lieverdjes, en Huston weet dat punt snel en goed duidelijk te maken. En dàt is dus scenarioschrijven in functie van de personages.

De rest van de film brengt in feite de mentale en morele ondergang van Dobbs in beeld, die langzaam maar zeker tenonder gaat aan allesoverheersende hebzucht. De roman waarop de film werd gebaseerd, geschreven door de mysterieuze B. Traven, was een openlijke kritiek op materialisme - goud is alleen te krijgen in ruil voor je ziel - en hoewel de parallellen met het kapitalistische systeem ietwat werden afgezwakt voor de film (wat wil je dan ook, in een Amerika dat net volop begonnen was aan een communistenjacht?), zit die kritische noot er wel nog altijd in. Naarmate de buit aan goud groter wordt, wordt Dobbs steeds meer paranoïde over z'n schuilplaatsen. Hij vertrouwt z'n partners voor geen haar meer, tot hij uiteindelijk met een getrokken pistool tegenover hen staat. Bogart speelt met Fred Dobbs wellicht de beste rol uit z'n carrière - hij bouwt de waanzin van z'n personage zeer subtiel op. Gedeeltelijk zit de kracht van die rol ook weer in het scenario, dat op een bijzonder effectieve manier de progressie van Dobbs gekte weet weer te geven, maar het is toch Bogey maar die het moet spelen. De energie die hij uitstraalt, de krankzinnigheid in z'n ogen, zijn perfect getroffen.

altWalter Huston kreeg destijds een oscar als Howard, en fungeert hier min of meer als een soortement Grieks koor. Hij wéét op voorhand wat er gaat gebeuren, hij heeft al eerder gezien hoe mensen ten prooi vielen aan goudkoorts. Aan het begin van de expeditie zien we Dobbs en Curtin bespreken hoe ze hun geld zullen samenleggen om ezels en gereedschap te kopen, want ze zijn tenslotte toch vrienden. Enthousiast in hun cameraderie schudden ze elkaar de hand, en boven die twee handen zien we Huston zitten, met een scheve grijns op zijn gezicht. Hij weet dat dit niet zal blijven duren. Over de loop van de hele film weet hij ons op voorhand te zeggen wat er zal gebeuren: "We verdelen het goud nu, en binnenkort zullen we alledrie op zoek moeten gaan naar plekken om het weg te steken. Dan gaan we tien, twintig keer per dag die plek controleren om zeker te zijn dat een ander 'm niet gevonden heeft." En ja hoor. "We zoeken door tot we ieder 25.000 dollar hebben, dat is het plan. Maar eens we dat hebben, zullen we toch méér willen." En ja hoor. Walter Huston is de oude, wijze stem van het gezond verstand die perfect beseft dat de hebzucht zal toeslaan op de expeditie, maar toch het risico neemt - misschien omdat hij denkt te zullen kunnen vermijden dat het allemaal definitief uit de hand loopt.

Op die manier wordt 'Treasure of the Sierra Madre' niet zozeer een avonturenfilm, als wel een tragedie over de onvermijdelijke ondergang van één personage. Iedereen die een beetje oplet, weet vanaf het begin dat het onmogelijk goed kan aflopen met Dobbs, en Huston is moedig genoeg om de consequenties van z'n verhaal te trekken. Ongehinderd door producerende studio Warner Brothers, maakte hij de film zoals hij dat wilde: negatief en deprimerend, met een einde dat zo bitter ironisch is, dat het bijna lijkt alsof de hand van God zelf heeft ingegrepen. Erg vrolijk dreigt u er niet van te worden, maar het resultaat is wel een onsterfelijke klassieker over menselijke zwakte.
E-mailadres Afdrukken
 
The Treasure of the Sierra Madre
USA / 1948
Regie: John Huston
Scenario: John Huston
Met: Humphrey Bogart; Walter Huston; Tim Holt; Bruce Bennett; Barton MacLane
Duur: 121 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST