Banner

Three Kings

8.0
Dennis Van Dessel - 01 november 2007

Elke kogel komt hard aan en geen enkele daad van geweld blijft zonder gevolgen in 'Three Kings', de doorbraakfilm van David O'Russell. O'Russell had voordien twee half succesvolle zwarte komedies gemaakt, 'Spanking the Monkey' en 'Flirting With Disaster', maar het was pas met deze film dat hij zich liet opmerken als mogelijk een groot talent. Niet dat hij er echt op zou kunnen incasseren; het duurde nog eens vijf jaar vooraleer hij zijn volgende klaar had, en toen was dat 'I Heart Huckabees', een prent die zó bizar was dat niemand wist wat ermee aan te vangen. 'Three Kings' blijft vooralsnog dan ook het hoogtepunt in zijn carrière: een film die vandaag waarschijnlijk nog veel enthousiaster zou worden onthaald dan toen hij gemaakt werd, omdat het nu algemeen geaccepteerd is om kritische maar onderhoudende films te maken over de Amerikaanse aanwezigheid in het Midden-Oosten. O'Russell maakte er een eerlijke, soms hilarische, soms gruwelijke satire van die tegenwoordig relevanter is dan ooit.

Begin jaren negentig. De eerste Golfoorlog is net afgelopen en de Amerikaanse troepen, waarvan de meeste nooit een schot hebben moeten afvuren, houden zich voornamelijk bezig met het verzorgen van gevangenen en het organiseren van feestjes in hun tenten. Totdat de niet bijster intelligente soldaat Conrad Vig (Spike Jonze) van een gevangen genomen Irakees een kaart afpakt met daarop de locatie van enkele bunkers waarin gestolen goud ligt van de Kuweitis. Samen met zijn maat Elgin (Ice Cube), zijn directe overste Troy Barlow (Mark Wahlberg) en de cynische majoor Archie Gates (George Clooney), gaat Vig op zoek naar dat goud. Wat begint als een nauwelijks verholen plundertocht, draait echter helemaal anders uit wanneer de soldaten in het dorpje waar de bunkers onder liggen, de echte situatie in Irak leren kennen. De burgers die door George Bush Sr werden opgeroepen om in opstand te komen tegen Saddam Hussein, worden nu door de Amerikanen in de steek gelaten en systematisch afgeslacht. Gates en co moeten nu kiezen tussen het goud pakken en wegwezen, of de inwoners van het dorpje redden van een zekere dood.

Tijdens de voorbije drie jaar zijn films als 'Three Kings' vrij courant geworden. Met het steeds verder aanslepen van Iraq: the Sequel vinden alsmaar meer schrijvers en regisseurs de moed om een kritische stem te laten horen over wat de VS in het Midden-Oosten aan het doen is en waarom. In '99 daarentegen, scoorde 'Three Kings' althans financieel niet zo geweldig omdat niemand dit soort cinema gewend was en niemand er echt op zat te wachten. Clinton zat in het Witte Huis, de economie draaide behoorlijk, Amerika was niet betrokken in grootschalige conflicten in het buitenland... Het land draaide naar behoren - je weet dat een volk niet veel belangrijke dingen heeft om van wakker te liggen als hun grootste zorg is of hun president een blowjob heeft gekregen van een stagiaire. Op zulke momenten in de geschiedenis zit je niet te wachten op een film die je met je neus op politieke feiten drukt die je al bijna tien jaar lang probeert te vergeten. Maar dat is wat 'Three Kings' deed: de film levert een scherpe observatie van hoe de oorlog in elkaar zat en hoe de mensen zich gedroegen.

Een centraal idee in de film is het gegeven van cultureel overgewicht: waar een Amerikaan ook gaat, altijd brengt hij Amerika met zich mee. Laat staan als je daar met een half miljoen Amerikanen zit. Ze brengen hun muziek mee, ze spelen football, ze hangen popjes van Bart Simpson aan de achteruitkijkspiegel van hun jeeps en ze verwachten zelfs middenin de woestijn dat elke Irakees die ze tegenkomen Engels spreekt. Let op een scène aan het begin van de film, waarin Mark Wahlberg de gevangenen instructies geeft voor wat ze moeten doen. Het is duidelijk dat hij een boekje napraat, in keurig geformuleerde zinnetjes: Sir, I'm gonna need you to disrobe. Alsof hij een veiligheidsagent is op een luchthaven. Hij reageert geërgerd wanneer de gevangenen hem niet verstaan - hij vrààgt het tenslotte toch vriendelijk?

Je ziet het ook in de manier waarop de Irakezen erbij lopen. Overal - in het dorpje, in de bunkers, in het hoofdkwartier van de Irakese militairen - vind je overblijfselen van de Amerikaanse cultuur. Op een bepaald moment wordt Mark Walhberg gevangen genomen en opgesloten in een kamer die vol ligt met cd's met Engelstalige muziek, draagbare telefoons (toen nog een nieuwigheid) en andere elektronische gadgets. Het eerste dat zijn ondervrager (een schitterende Saïd Taghmaoui, één van de jonge gasten uit 'La Haine') hem vraagt is: What is the problem with Michael Jackson? Voordat Amerikanen een land militair overnemen, nemen ze het eerst cultureel over.

En die observaties, scherp en raak als ze zijn, passen dan in een ruimere kritiek die meer voor de hand ligt: de VS viel Irak binnen om Kuweit te beschermen, enkel om vervolgens weer razendsnel hun spreekwoordelijke schup af te kuisen en de Irakezen in de steek te laten. Het was een mediaoorlog, waarin de uiterlijke schijn van een heldhaftig gevecht voor vrijheid belangrijker was dan reële resultaten. Wat ze ook deden, het moest er goed uitzien op CNN. De aanwezigheid en de macht van de media wordt uitgebreid in de kijker gezet via het personage Adriana Cruz (Nora Dunn), een waanzinnig ambitieuze journaliste die schijnbaar moeiteloos de hele militaire top om haar vinger windt. En waarom ook niet - de manier waarop zij verslag uitbrengt, bepaalt immers hoe de rest van de wereld het Amerikaanse leger bekijkt.

O'Russell verpakte die politieke boodschap in een film die van begin tot eind volzit met actie (de ontploffende koe is een absoluut hoogtepunt) en bijgevolg ook toegankelijk is voor mensen die in de eerste plaats entertainment verwachten. Hij gebruikte een speciaal procédé waardoor de film werd afgebleekt, en het resultaat is dat de hele film er overblicht uitziet - ongeveer het effect dat je hebt wanneer je in een woestijnklimaat over een strand uitkijkt en het zand weerkaatst het licht. De regisseur is ook erg nauwgezet in de manier waarop hij geweld in beeld brengt: hij gebruikt slow motion shots om kogels te kunnen volgen tot op het punt van impact en geeft ons zelfs een blikje binnenin het lichaam van mensen die net zijn neergeschoten (het pijnlijkste moment in de film is een beeld van een dichtklappende long met een kogelgaatje erin). 'Three Kings' is een opwindende actiefilm, maar wel één waarin elke gewelddaad zijn gevolgen heeft.

George Clooney was rond deze periode de overstap aan het maken van tv (met 'ER') naar de cinema. Aanvankelijk deed hij dat met de voorspelbare Hollywoodrommel (nog 'One Fine Day', iemand?), maar na het 'Batman & Robin'-fiasco zwoor hij om alleen nog films te maken waar hij zelf achter kon staan. En hij hield woord. 'Three Kings' is de tweede film uit dat nieuwe elan, na 'Out of Sight'. Het zou een voorbode blijken te zijn van de richting die zijn carrière uit zou gaan tijdens de volgende tien jaar. Mark Wahlberg was zich ook volop aan het profileren als ernstig acteur - hij had kort daarvoor 'Boogie Nights' gemaakt, en bevestigde hier dat hij wel degelijk dramatische rollen aankon. Spike Jonze zou na 'Three Kings' vooral regisseren ('Being John Malkovich' kwam hetzelfde jaar uit), maar overtuigt hier moeiteloos als hillbillie. Zelfs Ice Cube zet een knappe prestatie neer.

'Three Kings' was eigenlijk z'n tijd zo'n zeven of acht jaar vooruit. In het huidige klimaat zou de film wellicht heel wat meer brokken maken. Maar het blijft sowieso een uitdagend stukje "middelvinger-cinema"; een film die iets te vertellen heeft en dat op een schitterende manier doet.

E-mailadres Afdrukken
 
Three Kings
USA / 1999
Regie: David O'Russell
Scenario: David O'Russell
Met: George Clooney; Mark Wahlberg; Ice Cube; Spike Jonze; Saïd Taghmaoui
Duur: 114 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST