Banner

Trois Couleurs

Bleu

9.0
Dennis Van Dessel - 07 december 2007




Krzysztof Kieslowski is één van die regisseurs die steeds wordt gecategoriseerd onder het vakje "moeilijke filmmakers", samen met roemruchte namen als Ingmar Bergman en Andrei Tarkovski. U kent het type wel - ze dwingen automatisch een enorm respect af onder iedereen die zichzelf graag cinefiel noemt (met een glaasje wijn erbij en een artistiek verantwoord gezicht), maar wie heeft hun films ooit allemaal vrijwillig gezien en wie zou er met enig plezier aan beginnen? Niet al te veel mensen. Wat op de keper beschouwd best wel jammer is. Want ongeacht zijn reputatie als "zware" regisseur, zijn zijn films meer dan de moeite waard, en niet alleen uit intellectuele overwegingen. Kieslowski wist ook regelmatig een emotionele diepgang te bereiken die indrukwekkend was, en hij bediende zich dikwijls van een prachtig mooie beeldtaal die verrassend helder en duidelijk was. Kieslowski was geen regisseur die moeilijk deed om toch maar moeilijk te doen - hij gebruikte vaak uiterlijke eenvoud om een inhoudelijke rijkdom te suggereren die niet veel mensen hem hebben nagedaan. De 'Trois Couleurs'-trilogie werd zijn filmisch testament. In 1993 en 1994 maakte hij drie companion pieces, 'Bleu', 'Blanc' en 'Rouge', genoemd naar de kleuren van de Franse vlag en thematisch opgebouwd rond de drie kernwaarden van de Franse democratie, liberté, égalité en fraternité.

'Bleu' is de openingsfilm van de trilogie en gaat over Julie (Juliette Binoche), een jonge vrouw die haar man en dochtertje verliest in een auto-ongeluk. Haar echtgenoot was een gevierd (en rijk) componist, die toen hij stierf bezig was aan een speciale compositie voor een Europese viering. Maar terwijl de autoriteiten en kunstliefhebbers overal ten lande om ter luidste treuren om zijn dood, besluit Julie om zichzelf helemaal van haar verleden af te zonderen. Ze verhuist naar een klein flatje in Parijs, doet alle spullen weg die haar kunnen herinneren aan haar man of dochter en neemt zelfs haar meisjesnaam terug. Ze bouwt een muur tussen zichzelf en hetgeen er gebeurd is, maar erg sterk is die muur niet. Enkele maanden na haar vlucht naar de hoofdstad ontdekt Julie immers dat een bevriende componist van plan is om de onafgewerkte compositie van haar man te vervolledigen. En op die manier wordt ze toch gedwongen om het verleden onder ogen te komen.

Vanuit dat basisgegeven creëert Kieslowski een portret van een onconventioneel rouwproces. Aan het begin van de film, wanneer Julie net thuis is uit het ziekenhuis, zien we een huishoudster van het gezin troosteloos staan huilen in de keuken. Wanneer Julie haar vraagt waarom ze weent, antwoordt de huishoudster: "Omdat u het niet doet." Julie geeft haar een knuffel, troost haar, doet wat ze hoort te doen onder de omstandigheden, maar we zien in haar ogen dat ze enkel doet wat er van haar verwacht wordt, omdat ze de andere vrouw niet nog meer wil kwetsen. De indruk die je krijgt, is dat Julie na het ongeval emotioneel helemaal geblokkeerd raakt; een halfslachtige poging tot zelfmoord in het ziekenhuis leidt tot niks, en omdat ze dan toch verder moet leven, besluit ze systematisch alles te verwijderen dat haar aan vroeger doet denken. Ze breekt haar leven doelbewust, steen voor steen af, in de hoop achteraf van nul opnieuw te kunnen beginnen. Ze belt zelfs een vriend op van wie ze weet dat die al lang een oogje op haar heeft, enkel om met haar te komen vrijen. Dat doen ze, maar de volgende ochtend gedraagt ze zich ijskoud: "Doe de deur goed dicht voordat je vertrekt." En dat was dan dat - waar die vrijpartij over ging, was niet affectie, laat staan liefde. Het ging niet eens over lust, maar enkel om de behoefte die ze had om met iemand anders naar bed te zijn geweest dan haar man. Om de herinnering - zelfs seksueel - van haar echtgenoot te verdrijven met een ander.

Kieslowski observeert die scènes sober, zonder te oordelen. Hij dwingt het publiek niet om te sympathiseren met Julie, maar daagt ons wel uit om te oordelen over wat ze doet. Hij gaat zelden of nooit voor openlijk emotionele scènes (geen Hollywoodiaanse huilbuien in zijn cinema, no way!) maar verbergt de gevoelens van zijn hoofdpersonage vlak onder de oppervlakte. Uiterlijk is Julie doorgaans onbewogen, alsof ze verdoofd door het leven gaat, maar we voelen wel aan dat er daaronder heel wat meer aan de gang is. De regisseur geeft hints naar Julie's ware gevoelens, maar hij weigert om het er dik op te leggen - het publiek moet zelf maar een deel van het werk doen. En hij wordt natuurlijk geholpen door Juliette Binoche, in de rol die haar ticket naar Amerika betekende. Op de basis van deze film castte Anthony Minghella haar in 'The English Patient', en sindsdien pendelt ze tussen Frankrijk en de VS. In 'Bleu' waagt ze zich aan een staaltje understatement dat om te beginnen al punten verdient wegens pure lef. Het vergt moed om weinig te doen voor een camera, om op te houden met acteren en gewoon jezelf toe te laten om een emotie te voelen, in de overtuiging dat het zal er zal uitkomen in de film.

De regisseur structureert de film helemaal vanuit de ervaring van Julie, en om dat gevoel te versterken maakt hij erg veel gebrukt van close-ups en visuele symbolen. Iedereen die ooit iets traumatiserends heeft meegemaakt zal begrijpen hoe je nà zo'n voorval plots andere dingen begint op te merken. Details worden vaak erg belangrijk, gaan in je hoofd zitten en willen niet meer weg. De manier waarop de regen tegen de ramen klettert. Een klontje suiker dat langzaam bruin wordt naargelang er koffie in doordringt. Ga zo maar door. Kieslowski steekt z'n film vol met dat soort van details, om de lichtjes gedesoriënteerde "waar-ben-ik-en-waarom"-metaliteit van Julie tot leven te wekken. En zoals het hoort in een film die 'Bleu' heet, gebruikt hij ook regelmatig die kleur als metafoor - het blauw in de film vertegenwoordigt de herinnering aan Julie's man en dochter, en het is dan ook prominent aanwezig (wat té prominent, misschien - Kieslowski melkt dat ene symbool wat al te gretig uit).

'Bleu' is het liberté-gedeelte van de 'Trois Couleurs'-trilogie, maar Kieslowski behandelt dat concept al met even grote vrijheid als de Tien Geboden in zijn beroemde 'Dekaloog'. Het gaat hier niet zozeer om politieke of fysieke vrijheid, als wel om emotionele vrijheid. Hoe snij je jezelf los van het verleden? Als er nu één vraag is waar miljoenen mensen elke dag mee worstelen, dan is het die wel. Kieslowski lijkt hier te willen zeggen dat we allemaal onvrij, gebonden door het leven gaan. Gebonden door onze familie, ons werk, onze vrienden, alles wat ons leven op z'n plaats houdt. Is liberté in die zin dan wel echte vrijheid? En als het al echte vrijheid is, is het dan iets waar we naar moeten streven? Of dat we kunnen volhouden? Kieslowski stelt misschien hoogdravende vragen als je er echt op wilt doorbomen, maar in eerste instantie verpakt hij dat in een krachtig maar subtiel drama waar iedereen zich in kan laten meeslepen. Niks hermetisme, niks dikdoenerij - dit is simpelweg een mooie film. Wie daarna in de symboliek wil duiken, mag dat altijd doen, maar is daartoe niet verplicht.

E-mailadres Afdrukken
 
Trois Couleurs
Frankrijk / 1993
Regie: Krzystof Kieslowski
Scenario: Krzystof Piesiewicz; Krzystof Kieslowski
Met: Juliette Binoche; Benoît Régent; Florence Pernel; Charlotte Véry
Duur: 95 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST