Banner

Trois Couleurs

Blanc

7.0
Dennis Van Dessel - 07 december 2007




88 min.

Een volwassen man verstopt zichzelf in een koffer om op die manier als verstekeling mee te kunnen op een vlucht van Frankrijk naar Polen. Zijn begeleider kijkt toe hoe de man een paar luchtgaten in de koffer prikt en erin kruipt. 'Ben je zeker dat je dat vier uur gaat kunnen volhouden?,' vraagt hij twijfelachtig. Maar de man wil van geen rede weten. In de volgende scène zien we hoe de begeleider zenuwachtig aan de bagageband van de luchthaven in Polen staat te draaien. Uiteindelijk moet hij naar de dienst verloren voorwerpen gaan. De koffer is verloren, met verstekeling en al. Het is op dat moment dat 'Trois Couleurs: Blanc' zich definitief onthult voor de zwarte komedie die hij is. Krzysztof Kieslowski heeft in de pakweg twintig minuten vóór die sequens al naar ons zitten knipogen, maar de toon van de film was zo gortdroog dat je toch altijd bleef twijfelen - is dit nu grappig bedoeld of niet? Ja dus. De regisseur maakt van het middelste luik van zijn 'Bleu-Blanc-Rouge'-trilogie een heel eigen variant op een klassiek komisch gegeven: dat van de bedrogen echtgenoot, de hoorndrager. Zoals te voorzien was, maakt Kieslowski er geen dijenkletser van, maar eerder een lichtjes subversief verhaal waarin de humor schuilt in de miserie van de hoofdpersonages.

Zbigniew Zamachowski speelt Karol Karol, een Poolse immigrant wiens echtgenote, de ijskoude Dominique (Julie Delpy) van hem wilt scheiden omdat hij niet kan presteren in bed. Karol heeft geen verweer: hij ziet zijn vrouw doodgraag, maar, vertelt hij de vrederechter, "sinds ons huwelijk wil het allemaal niet meer zo lukken". Nadat Dominique ook nog eens zijn kapperszaak in brand steekt en zijn rekeningen laat blokkeren (de lieverd), besluit Karol om op zijn eigen onorthodoxe manier terug naar Polen te gaan. En daar gaat het hem verrassend genoeg veel beter voor de wind: met meer geluk dan verstand stuit hij op een goede zakendeal en op enkele maanden weet hij een mooie som te vergaren. Ondanks alles heeft hij nog steeds maar één motivatie: hij wil Dominique terug. En om dat te doen bedenkt hij een wel erg bizar plan.

Er was heel wat lef voor nodig om 'Blanc' te maken zoals hij is. In de doorsnee filmtrilogie probeert de regisseur meestal een nauwe eenheid te creëren van thematiek, toon en genre, maar hier maakt Kieslowski plots een bocht van 180 graden. De sombere ernst en rijke symboliek van 'Bleu' moeten plaats maken voor een stevig in de wang gedrukte tong en een diabolisch gevoel voor humor. 'Blanc' is een komedie over vernedering: vanaf de eerste beelden wordt duidelijk gemaakt dat Karol een slachtoffer is in Frankrijk. Hij zoekt onzeker z'n weg naar het Justitiepaleis, spreekt gebroken Frans en op de trappen van het rechtgebouw, voor hij naar binnen gaat, wordt hij bescheten door een duif (niet het meest subtiele stukje symboliek dat Kieslowski ooit in een film stak, maar tot daar aan toe). Eens hij binnen is, verklaart zijn vrouw voor de hele wereld dat hij hem niet recht krijgt, terwijl Karol zelf alleen maar verlegen kan knikken en zeggen dat hij er ook niets aan kan doen. Een tijdje later belt hij Dominique op omdat hij heeft gezien dat er een man in haar kamer is. 'Je belt net op het juiste moment,' zegt ze, en ze legt de hoorn naast zich terwijl ze met die andere man vrijt. Tussen haar gehijg en gesteun door zegt Karol nog dat hij haar graag ziet.

De meeste humor is gebaseerd op het lachen met de miserie van een ander, maar waar in de meeste komedies die miserie tot in het belachelijke wordt uitvergroot, blijft Kieslowski hier doorgaans op mensenmaat hangen. Michael Palin die in 'A Fish Called Wanda' een appel in z'n mond krijgt en twee frietjes in z'n neusgaten, dat is wreed maar grappig, omdat het er óver is. We kunnen afstand nemen van wat er gebeurt en dus comfortabel lachen. Kieslowski verkleint echter die afstand. Een man die seksueel vernederd wordt door zijn eigen vrouw is al bij al een zeer reële situatie, en niet om mee te lachen. Behalve dan dat het eigenlijk wél om mee te lachen is.

Nu hij toch bezig is, geeft Kieslowski meteen een blik op de veranderingen in zijn thuisland: het grootste deel van de film speelt zich af in Polen anno 1994, slechts vijf jaar na het vallen van de muur en nog in volle overgangsperiode tussen een armzalig communistisch verleden en een onzekere kapitalistische toekomst. We zien enkele van de personages naar een enorm veld kijken met slechts enkele boerderijtjes erop: 'Binnenkort komt hier een Ikea'. Zo gaat dat dan in de vrije markt. Kieslowski veroordeelt die evoluties niet - zijn eigen hoofdpersonage doet er tenslotte ook maar zijn voordeel mee - maar hij verweeft het mee in wat je "de textuur" van zijn film kunt noemen. Die veranderingen zijn aanwezig als achtergrond, en ze staan Karol toe om geen slachtoffer meer te zijn (hij kan namelijk geld verdienen en zo in een sterkere positie komen).

Als onderdeel van de trilogie hoort 'Blanc' thuis in het égalité-gedeelte van het triumviraat liberté, égalité en fraternité. Zoals steeds moet je die termen erg breed opvatten, maar hier kun je dat zien als de gelijkheid tussen mensen in een relatie. Je hebt altijd iemand die de sterkere persoonlijkheid is tussen twee mensen - iemand die zich meer in de machtspositie bevindt dan de ander. Dat is dan degene die beslist wanneer er gewinkeld wordt. Wanneer er gekuist moet worden. Waar de vakantie naartoe zal gaan. En nog zo'n duizend kleine beslissingen waarvan je altijd zegt dat je die samen neemt, maar die eigenlijk altijd door één van de twee wordt genomen, waarna de ander zegt: "Ja, da's goed". Doorgaans maakt dat niet uit - je misbruikt die machtspositie normaal gezien niet, zodat je nauwelijks merkt dat ze bestaat. Tot het misloopt in de relatie, en dan kan het natuurlijk erg lelijk worden. Zoals hier - de égalité wordt door Dominique absoluut de vernieling in geholpen en de film wordt dan het verhaal van de pogingen van Karol om dat terug te winnen. Om zijn waardigheid opnieuw te vinden.

Kieslowski is iets minder symbool-happy in 'Blanc' dan in 'Bleu'. De kleur uit de titel komt nog steeds op verschillende manieren voor (sneeuw, een huwelijksjurk, duiven, ...), maar in de belichting wordt er iets minder op gehamerd. Dat neemt niet weg dat de weloverwogen, poëtische visuele stijl uit 'Bleu' hier minder sterk aanwezig is. De cameravoering is klassieker en, in tegenstelling tot het verhaal, "normaler".

'Blanc' heeft een sterk scenario, waar heel interessante ideeën aan vasthangen, en een goeie cast. Zamachowski speelt zijn verslagen hondenblik perfect uit om een volslagen schlemiel tot leven te wekken en Julie Delpy, normaal gezien voorzien van een schattig aura waar zelfs een fijn afgesteld cynisme-kanon niet doorheen raakt, komt hier verrassend uit de hoek in een venijnige bijrol. Het is wel jammer dat haar personage niet meer tijd op het scherm kreeg - een extra dimensie aan Dominique had de film ongetwijfeld nog een bijkomende laag kunnen geven.

Dit tweede deel in de 'Couleurs'-trilogie blijft minder lang in de kleren hangen dan z'n voorganger, maar het blijft superieure cinema. Bizar, maar erg de moeite.

E-mailadres Afdrukken
 
Trois Couleurs
Frankrijk-Polen / 1994
Regie: Krzysztof Kieslowski
Scenario: Krzysztof Piesiewicz; Krzysztof Kieslowski
Met: Zbignieuw Zamachowski; Julie Delpy; Janusz Gajos; Jerzy Stuhr
Duur: 88 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST