Banner

Topaz

3.0
Dennis Van Dessel - 02 oktober 2008

Tegen de late jaren zestig was Hitchcock een man die niet alleen moest vechten tegen veranderende tijden, maar ook tegen zijn eigen reputatie. Hij was ondertussen een levende legende geworden, wiens klassiek werk uit de jaren veertig en vijftig beschouwd werd als het toppunt van suspense, en wiens herkenbaarheid, dankzij de tv-show 'Alfred Hitchcock Presents', haast ongezien was voor een regisseur. Het gevolg was dat alles wat de man in die periode deed, bijna automatisch een teleurstelling moest zijn - voor zijn fans zou het nooit het niveau halen van 'Rear Window' of 'North By Northwest', en bovendien had het publiek nu een heel ander referentiekader: 'Topaz' werd gemaakt in 1969, een jaar na 'Easy Rider', in hetzelfde jaar als 'Midnight Cowboy'. In vergelijking met die opkomende nieuwe cinema leek de klassieke aanpak van Hitchcock houterig en gedateerd. 'Topaz' is een dieptepunt in Hitchcocks carrière, die zelfs achteraf bekeken, met de toegevingen die je al makkelijk eens maakt voor een groot regisseur op zijn retour, simpelweg slecht aan elkaar hangt en zich log en ongemakkelijk voortbeweegt.

1962. Boris Kusenov, een hooggeplaatste Soviet-wetenschapper, loopt over naar het westen, en verraadt aan de CIA dat Rusland wapens vervoert naar Cuba. Veel details heeft hij daar niet over, maar hij weet wel dat Cubaans diplomaat Rico Parra (John Vernon) in het bezit is van papieren die alles van naadje tot draadje uitleggen. CIA-agent Michael Nordstrom (John Forsythe), roept de hulp in van zijn Franse vriend en collega Devereaux (Frederick Stafford) om aan die papieren te raken en vervolgens op Cuba bewijzen te zoeken van de aanwezigheid van de wapens. En passant komt Devereaux ook te weten dat er een spionagering bestaat in de Franse inlichtingendienst, onder de naam Topaz.

In navolging van het boek van Leon Uris waar de film op gebaseerd is, biedt 'Topaz' dus een gefictionaliseerd verslag van de gebeurtenissen die aanleiding gaven tot de Cubaanse rakettencrisis van oktober 1962. Hitchcock had zich al eerder in de Koude Oorlog gewaagd, met het half geslaagde 'Torn Curtain' in 1966, maar baseerde zich voor het eerst rechtstreeks op de historische werkelijkheid. Wat best nog wel van lef getuigde - de Koude Oorlog was, uiteraard, nog volop bezig, de rakettencrisis lag nog vers in het geheugen en de moord op Kennedy had het hele land een trauma bezorgd. 'Topaz' rakelde dat allemaal terug op, wat ook een mogelijke verklaring is voor het gebrek aan commercieel succes ervan. Het gebrek aan artistiek succes is makkelijker uit te leggen: het scenario had maar wat beter aaneen moeten hangen.

'Topaz' is immers een sporadisch intrigerende film, die lijdt aan een verschrikkelijk gebrek aan focus - elke akte van de film lijkt zijn eigen mini-plot te hebben, die in meer of mindere mate samenhangt met de vorige. Eerst krijgen we de pogingen van de Amerikaanse en Franse geheime dienst om de papieren rond Cuba te veroveren (intrige 1). Daarna vertrekt Devereaux naar Cuba om daar de Russische wapens te fotograferen (intrige 2, die nog redelijk logisch volgt op intrige 1), en ten slotte krijgen we de ontmaskering van de spionnengroep in Parijs (intrige 3, die haast een bijgedachte lijkt na de vorige twee). De inzet van het verhaal verschuift twee keer, wat onder andere als gevolg heeft dat tijdens het laatste half uur van de film hoofdpersonage Devereaux nauwelijks nog meespeelt. Na anderhalf uur een ander karakter plotseling naar het voorplan sleuren, je moet al heel erg sterk in je schoenen staan om daar mee weg te raken, en het lukt Hitchcock niet. De stuurloze aanpak van de plot ("en dan nu nog iets helemaal anders") zorgt er ook voor dat 'Topaz' begint te slepen. Hij lijkt veel langer te duren dan hij is.

Het verhaal (of beter gezegd, de verhalen) geven af en toe nog wel aanleiding tot knappe scènes, inclusief één waarin de Russische plannen gestolen moeten worden uit de hotelkamer van de Cubaan Rico Parra, maar die zijn te zeldzaam om de vele dode momenten op te vangen. Vooral wanneer Hitchcock - voor de vorm - probeert om zijn personages wat uitdieping te geven. De relatie tussen Deveraux en zijn vrouw, zowel als zijn vriendin op Cuba, wordt aangewend om hem van wat broodnodige menselijkheid te voorzien, maar je merkt dat het Hitchcock niet echt kan schelen. Telkens wanneer hij een intieme scène draait, valt de hele boel dood in het water, tot de spionageplot weer op gang komt.

De acteurs helpen niet echt - 'Topaz' is een festijn van 'Allo 'Allo-Engels, met acteurs die verplicht worden om te spreken in Franse accenten die vaag doen denken aan Pepe Le Pew en, voor de Cubanen, Spaanse tongvallen à la Speedy Gonzalez. De Cubanen zien er overigens onveranderlijk uit als mislukte klonen van Fidel Castro, met identieke baarden en sigaren die het volume aangeven van elk woord dat ze zeggen. Zelfs gereputeerde acteurs als Marcel Piccoli en Philippe Noiret weten niet met welk hout pijlen maken.

'Topaz' staat bekend als een erg moeizame productie, met een scenario dat gaandeweg werd herschreven - voor een controlefreak als Hitchcock, die zijn films doorgaans al als afgewerkt beschouwde eens het scenario klaar was en er geen letter meer aan veranderde, moet dat de hel zijn geweest. En jammer genoeg valt dat er aan af te zien: de plot werkt niet (zeker niet in het derde deel), de acteurs zijn ongeloofwaardig (de CIA-agenten lijken weggelopen uit een oude aflevering van 'Dragnet' of 'The Untouchables') en het hele ding lijkt eindeloos te duren. Wat een spannende thriller had kunnen zijn over een actueel onderwerp, werd daardoor wellicht de grootste mislukking uit een illustere carrière.

E-mailadres Afdrukken
 
Topaz
USA / 1969
Regie: Alfred Hitchcock
Scenario: Samuel Taylor
Met: Frederick Stafford; John Forsythe; John Vernon
Duur: 128 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST