Banner

The Texas Chainsaw Massacre (1974)

8.0
Dennis Van Dessel - 31 oktober 2011

De late jaren zestig, vroege jaren zeventig waren een belangrijke periode voor de Amerikaanse filmindustrie, met een nieuwe generatie jonge regisseurs die het stof van het oude studiosysteem wegblies. In eerste instantie denken we dan aan filmmakers als Scorsese, Spielberg en Coppola, maar ook in het horrorgenre vonden er interessante verschuivingen plaats. 'Night of the Living Dead', gemaakt in 1968, was het startsignaal voor een nieuwe golf low budget griezelfilms, die komaf maakte met de conventionele verhaallijnen van de creature features die toen populair waren: geen monsters uit de ruimte meer, zoals in de jaren vijftig. Geen wetenschappelijke experimenten die mislopen, maar gruwel in de achtertuin. Wat 'Night of the Living Dead' zo beangstigend maakte, was het feit dat alles zich afspeelde in een extreem herkenbare setting: een huis op het platteland, waar een aantal gewone mensen zichzelf verscholen. Er waren geen heldhaftige soldaten of professoren te bekennen. En die trend werd later op steeds bloediger manieren voortgezet. 'The Texas Chainsaw Massacre', gemaakt door Tobe Hooper in 1974, is nog steeds één van de beste voorbeelden (de cynische remake mag u gerust vergeten): een paar doodgewone jongeren komen in het hartje van ruraal Amerika een familie bloeddorstige gekken tegen. Geen Godzilla, geen gigantische tarantula uit de ruimte, maar iets dat nog veel erger is: rednecks.

Vijf vrienden rijden met een hippiebusje door Texas om het oude huis te bezoeken van één van hun grootvaders. Onderweg pikken ze al een gesjeesde lifter op die er plezier in schept om zichzelf en anderen te bewerken met een scheermes, maar de echte leute begint pas eens ze op hun bestemming aankomen. De buren van opa en oma blijken immers psychopaten te zijn, die voor de lol mensen met een kettingzaag bewerken en in hun vrije tijd wel eens lijken opgraven om het vlees op te eten en meubelen te maken van hun botten. Dolletjes! Een nacht vol gegil en bloed volgt, dat spreekt voor zich.

Door de reputatie die de film tegenwoordig heeft, is het makkelijk om te vergeten wat voor een kleinschalig, bijna marginaal project de prent aanvankelijk was. De cast en crew bestond voornamelijk uit onervaren first-timers, het budget was ongeveer 85.000 dollar (zelfs toen al absurd weinig geld) en alles werd op 32 dagen ingeblikt, tijdens een versmachtend hete Texaanse zomer. De medewerkers van toen blikken nog altijd terug op de draaiperiode als één van de meest oncomfortabele van hun leven. Maar waar ze mee naar huis kwamen, was wel een verdomd efficiënte horrorfilm - de plot is wat je noemt "rudimentair", een nogal mager excuus om scènes van suspense en gore te kunnen creëren, maar de manier waarop die scènes geconstrueerd worden, is soms effenaf briljant.

Een groot deel daarvan schuilt hem in de eenvoud van de visuele grammatica die Hooper hanteert. Mede door budgetbeperkingen, kon hij zich nergens laten verleiden tot hoogdravend gezwier met de camera, en dat speelt absoluut in zijn voordeel. Bekijk maar eens de eerste moord in de film: het slachtoffer loopt het huis binnen, roept "Anybody home?", op een manier die naar ons doorseint dat hij binnenkort tot hondenbrokken vermalen zal worden, hij loopt een gang door... En heel even heerst er absolute stilte, voordat Leatherface hem te grazen neemt. Dat is alles: shot, tegenshot en geen nadrukkelijke muziek op de soundtrack. Het geweld lijkt eens zo gruwelijk omdat Hooper er niet expliciet naar opbouwt. De meeste recente slasherfilms - waarvan dit één van de prototypes is - bereiden hun publiek voor op wat er gaat komen, met subjectieve camerabewegingen, waarmee al op voorhand in donkere hoekjes wordt getuurd, en ta-da-daa-muziek die je een idee geeft van de timing van de scène. Hooper doet niets daarvan: zijn set-up is gortdroog, wat bijdraagt aan de horror van de situatie.

Eens de regisseur naar zijn finale toewerkt, haalt hij ook meteen alles uit de kast. 'The Texas Chainsaw Massacre' is, dankzij knap montagewerk, niet zo bloederig als de meeste mensen denken, maar hij is wel genadeloos in zijn suggestie. De laatste twintig minuten hoor je zo goed als niets anders dan geschreeuw op de soundtrack. Tijdens één van de meest memorabele dinner parties die ooit op film zijn vastgelegd, toont Hooper opnieuw zijn gevoel voor timing, door de groeiende terreur van het hoofdpersonage te benadrukken met een opeenvolging van close-ups. Sally (Marilyn Burns) is vastgebonden op een macabere, uit lichaamsdelen opgetrokken stoel (met echte armen als armsteunen) en naargelang Leatherface en zijn vrienden haar mentaal en fysiek steeds wreder martelen, monteert Hooper naar steeds strakkere close-ups, tot we de adertjes in haar oogballen kunnen zien. 'The Texas Chainsaw Massacre' heeft zo'n veertig minuten om op te bouwen, maar blijft daarna crescendo gaan, tot aan de allerlaatste minuut. Het grote verschil met de torture porn-films van tegenwoordig, is dat Hooper veel minder toont en bijgevolg veel meer afhankelijk is van pure filmtechnieken: zijn montage, zijn cadrages, het gebruik van de soundtrack.

Inhoudelijk blijft dit een tamelijk eenvoudig vehikel om zoveel mogelijk spanning en gruwel te genereren. De personages zijn niet bepaald diepzinnig uitgewerkt en ook de plot is niet veel soeps. Bekeken in zijn tijdsgeest, kan je natuurlijk wel wijzen op de tegenstelling tussen de vrijgevochten jongeren en de Texaanse plattelandsmensen - het was een woelige tijd in Amerika, met een scherp contrast tussen liberaal en conservatief. De maniakken uit 'Texas Chainsaw Massacre' lijken wel een nachtmerrie-visie van extreme rednecks. Elementen uit het echte leven vonden trouwens ook hun weg naar het scenario: bepaalde elementen waren gebaseerd op berucht seriemoordenaar Ed Gein, die inderdaad moorden pleegde en graven leegroofde om meubelen en andere voorwerpen te maken van de lichaamsdelen, en een full body suit te maken van menselijke huid. Hij leverde ook de inspiratie voor 'Psycho' en Buffalo Bill in 'The Silence of the Lambs'.

In de eerste plaats blijft 'The Texas Chainsaw Massacre' echter een goed voorbeeld van uitstekend toegepaste filmtechniek, die, achteraf bekeken, een belangrijke rol speelde in de evolutie van het horrorgenre. En, niet te vergeten, het was een ware indie-film, gemaakt onder omstandigheden die herinneringen oproepen aan wat pakweg Sam Raimi ('The Evil Dead') en, in een ander genre, Robert Rodriguez ('El Mariachi') nog zouden doen. De tragedie van Tobe Hooper is dat hij later nooit nog iets zou doen om dit vroege succes te evenaren (zijn beste film nadien was wellicht 'Poltergeist', hoewel het steeds de vraag is gebleven in welke mate Steven Spielberg die eigenlijk heeft gemaakt). Maar goed, één klassieker is in ieder geval al meegenomen.

E-mailadres Afdrukken
 
The Texas Chainsaw Massacre (1974)
USA / 1974
Regie: Tobe Hooper
Scenario: Tobe Hooper; Kim Henkel
Met: Marilyn Burns; Paul A. Partain; Gunnar Hansen; Allen Danziger
Duur: 83 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST