Banner

The Passenger

9.0
Ewoud Ceulemans - 01 juli 2013

Er zitten een dikke vierhonderd shots in The Passenger, en zoals u uit de score boven deze recensie kunt afleiden, vormen die samen een geweldige film. Er zitten echter ook twee buitengewone shots in The Passenger, shots die je kinnebak tegen de grond doen kletsen van verbazing, shots die nog een eindje boven het sowieso al torenhoge niveau van de rest van de film uitsteken. Eentje zit ongeveer twintig minuten ver in de film: in een kleine twee minuten brengt de camera twee verschillende momenten in het tijdsverloop van het verhaal samen in één enkele ruimte – een in-camera flashback, heet dat dan, iets dat je moet zien om te geloven. Het andere zit helemaal aan het einde van de film, en moet zowat één van de bekendste shots zijn die ooit op pellicule zijn gezet – een shot dat thuishoort in het rijtje met de openingsscène van Touch of Evil, het tracking shot uit Goodfellas of de auto-achtervolging uit Children of Men. In één enkele take van om en bij de zeven minuten – en dat zonder het gebruik van een steadicam – eindigt Michelangelo Antonioni zijn film, waarbij de camera tergend traag door een hotelkamer kruipt, door de tralies voor het venster (!) naar buiten zweeft, over het dorpsplein pant, en uiteindelijk terug bij het venster belandt om de ontknoping van de film te tonen. Halleluja, wat houden wij van dit soort cinema!

Het zou logisch zijn geweest mocht Antonioni in de jaren ’70, na de commerciële (en kritische) flop die Zabriskie Point was, terugkeren naar Italië om daar films te blijven maken, maar de man hing vast aan een contract met MGM dat stipuleerde dat hij drie Engelstalige films zou draaien. Uiteindelijk lukte het Antonioni en zijn producer Carlo Ponti om een Spaans-Frans-Italiaanse coproductie op poten te zetten, en hoewel The Passenger, of Professione: reporter, zoals de originele Italiaanse titel luidt, evenmin een doorslaand succes was aan de kassa, is het wel een ietwat onderschat meesterwerkje geworden.

In wat waarschijnlijk de meest plotgedreven film uit Antonioni’s carrière is geworden, staat een impulsieve identiteitsswitch centraal. Jack Nicholson speelt David Locke, een uitgebluste onderzoeksjournalist die door de Afrikaanse woestijn reist om een documentaire te maken over een niet nader genoemde guerilla-oorlog. Wanneer hij zichzelf vastrijdt in de Sahara – de symboliek van een man die zich vastrijdt in de leegte van zijn bestaan is niet ver weg – verzuipt hij bijna in zijn eigen moedeloosheid, ware het niet dat een hotelgenoot net het tijdelijke voor het eeuwige heeft ingeruild en Locke de kans ziet om met de overleden zakenman van identiteit te wisselen. Hij laat zijn familie en vrienden in de waan dat hij degene is die aan zijn einde is gekomen, en gebruikt zijn alter ego om de sleur van zijn eigen leven te ontvluchten.

Dat klinkt niet als een ongelooflijk spannende film, maar in se is het dat wel. En dan niet enkel omdat Locke al gauw voor veel meer dan zichzelf op de loop moet – zijn vrouw (Jenny Runacre) en collega’s gaan naar hem om zoek, en zijn nieuwe betrekking als wapenhandelaar jaagt hem ook constant op de vlucht – maar ook omdat Antonioni de boel gewoon verdraaid spannend regisseert. Het tempo van The Passenger ligt, zoals in al Antonioni’s films, nog steeds heel laag, maar elk shot van de film is doordrongen van een intensiteit die je voortdurend op het puntje van je stoel houdt.

Een serieus deel van die intensiteit is ook te danken aan de acteerprestatie van Jack Nicholson. De acteur uit Chinatown en One Flew Over The Cuckoo’s Nest is voor zijn doen opvallend ingehouden in de rol van David Locke, maar weet aan zijn personage en aan de film wel voldoende drive mee te geven om voortdurend boeiend te blijven. Nicholsons voornaamste tegenspeelster is Maria Schneider, de verguisde ster uit Last Tango in Paris, die hier als naamloze architectuurstudente met Locke meereist. Net als in Last Tango is Schneider, die na The Passenger voorgoed in vergetelheid zou wegzinken, goed gecast; haar mysterieuze naïviteit sluit naadloos aan bij haar ietwat vreemde, achtergrondloze personage.

Nog indrukwekkender dan de acteerprestaties is het camerawerk van Antonioni en director of photography Luciano Tovoli. The Passenger werd uitgebracht in 1975, toen regisseurs als Francis Ford Coppola hoge ogen gooiden en een iets meer aanwezige regie al behoorlijk aanvaard was in mainstream cinema, maar toch voel je dat er iets buitengewoons rond het camerawerk hangt als je naar The Passenger kijkt. De meeste shots zijn niet zo complex als degene die we hierboven beschreven hebben en maken vooral gebruik van vrij eenvoudige pans (waarbij de camera horizontaal beweegt op het statief) en trackings, maar de inventiviteit waarmee ze worden aangewend, is zelden minder dan fantastisch. Bekijk The Passenger en Taxi Driver, dat een jaar later werd uitgebracht, maar eens achter elkaar, en de invloed van Antonioni’s beeldtaal zal opeens een stuk duidelijker blijken.

The Passenger is dus weldegelijk een film van de hand van de meester, ook al zou een rudimentaire samenvatting van de plot je daarin kunnen misleiden. Het tempo van de film wordt dan ook vaak vertraagd of onderbroken om plaats te maken voor dialogen tussen Locke en iemand met wie hij zijn ideeën, zijn motieven (of alleszins het gebrek eraan) en zijn gevoel van doelloosheid deelt. Die thema’s mogen dan wel minder impliciet naar voren komen dan in Antonioni’s vorige films, ze zijn nog steeds erg aanwezig, en vormen zelfs de katalysator voor de hele film: Locke doet immers wat hij doet in een poging om aan de leegte en verveling die zijn omgeving hem oplegt te ontkomen.

Na The Passenger keerde Antonioni dan toch terug naar Italië, om er over een periode van twintig jaar de laatste drie langspeelfilms van zijn carrière te maken, maar hij zou nooit meer het niveau van zijn eerdere periode evenaren. The Passenger is dan ook de perfecte afsluiter van een reeks van zeven films die nooit minder dan ijzersterk zijn geweest: de film is vernieuwend, zowel met betrekking tot Antonioni’s eigen oeuvre als met betrekking tot de cinema van toen, en getuigt bovenal van het meesterschap dat hij sinds L’Avventura al had laten zien. Als The Passenger al een thriller is, dan is het er één op Antonioni’s eigen voorwaarden; ingehouden, contemplatief en zo prachtig in beeld gezet dat hij nog dagenlang blijft nazinderen.

E-mailadres Afdrukken
 
The Passenger
Spanje; Italië; Frankrijk / 1975
Regie: Michelangelo Antonioni
Scenario: Michelangelo Antonioni; Mark Peploe; Peter Wollen
Met: Jack Nicholson; Maria Schneider; Jenny Runacre; Ian Hendry; Charles Mulvehill
Duur: 126 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST