Banner

Shivers

5.5
Dennis Van Dessel - 31 juli 2014

Een man loopt paniekerig door de gangen van een groot flatgebouw, wanneer er plotseling een al wat oudere dame met een demente grijns op het gelaat naar hem toe komt gelopen. ‘I am hungry,’ kraakt de dame. ‘Hungry for love!’ Waarna ze de man met haar hele niet onaanzienlijke gewicht op het lijf valt. Ziehier een scène uit ‘Shivers’, de film waarmee David Cronenberg zijn langspeeldebuut afleverde. Cronenberg zou zijn hele carrière lang blijven flirten met de grens tussen het weerzinwekkende en het lachwekkende. (James Woods die in ‘Videodrome’ dingen zegt als “long live the new flesh”, het zou hilarisch zijn als het niet zo angstaanjagend was. En misschien is het dat sowieso toch wel.) Het zal vast wel door zijn onervarenheid komen dat hij in ‘Shivers’ regelmatig die grens overtreedt. Bepaalde effecten zijn zodanig naïef dat ze bijna komisch worden en de dialogen zijn soms houterig, om nog maar te zwijgen over de acteerprestaties. Maar toch zitten er al een aantal van Cronenbergs favoriete obsessies in de film verwerkt, waardoor de prent op z’n minst claim kan leggen op die standaard aanbeveling: “erg interessant voor fans van de regisseur”. Zo’n clichézinnetje is natuurlijk wat de Engelsen noemen “damning it with faint praise”, maar het is toch maar zo.

Het verhaal speelt zich af in het elitaire Starliner flatgebouw, een wooncomplex op een eilandje, zo’n 15 kilometer van Montréal. De bewoners van het gebouw hebben alles voorhanden binnen het complex zelf: er zijn winkels, er is een dokter, een golfbaan, een zwembad en hun flats staan vol met de laatste huishoudartikelen. Ze zitten dicht bij de grote stad, maar ze kunnen het zich permitteren om zich van de buitenwereld niets aan te trekken. Tot een zekere dokter Hobbes, die in de Starliner woont, gefascineerd raakt door het idee van leven volgens de instincten. Volgens hem moet de mens terugkeren naar zijn dierlijke roots, het denken vaarwel zeggen en weer naar zijn lusten gaan leven. Om dat te doen, creëert hij een soort parasiet die de lustgevoelens fenomenaal de hoogte in katapulteert, en vervolgens één voor één de bewoners van het gebouw overneemt. De één na de ander veranderen ze in hersenloze, zombieachtige wezens, die zich met niks anders wensen bezig te houden dan kinky seks (wat dacht u van twee meisjes aan een leiband?). Voorwaar, een mens zou bijna zin krijgen om zelf ook een zombie te worden.

Gezien dat verhaal is het geen wonder dat ‘Shivers’ in eerste instantie werd uitgebracht als een exploitationfilm (seks en geweld, en véél van alles!), onder tot de verbeelding sprekende titels zoals ‘They Came From Within’ en ‘Orgy of the Blood Parasites’. ‘Shivers’ werd gemaakt voor minder dan geen geld en bestemd voor een publiek dat niet zat te wachten op de intellectuele overpeinzingen waar Cronenberg later zijn reputatie mee zou verdienen als maker van horrorfilms met een academisch randje. De tekortkomingen van de film (en er zijn er wel wat), zijn gedeeltelijk aan dat gebrek aan geld te wijten. Zo zijn de special effects van verbijsterend wisselende kwaliteit: scènes waarin we de parasieten onder de huid van de personages zien bewegen, zijn zelfs naar huidige standaards nog geloofwaardig en griezelig (om nog maar te zwijgen van de overduidelijke invloed die deze momenten hebben gehad op ‘Alien’). Zodra we de parasieten echter zelfstandig zien bewegen, als de onafhankelijke organismen die ze blijkbaar zijn, is het uit met de pret. De dingen zien er namelijk uit als... tja, je kunt het niet anders noemen dan wat het is, ze zien er uit als drollen. Drollen die aan een draadje worden voortgetrokken door een crewlid dat zich buiten beeld bevindt. Wanneer zo’n drol plots onverklaarbaar enkele meters hoog opvliegt om zich vast te hechten aan het gezicht van het personage (en daar is ‘Alien’ weer), denk ik spontaan aan de scène uit ‘Monty Python and the Holy Grail’ met de killer rabbit. (Dit alles staat nog apart van de vraag hoe een parasiet een fysiek lichaam kan hebben dat zich zelfstandig kan voortbewegen. Een parasiet heeft immers per definitie een gastlichaam nodig om te kunnen overleven. Maar goed, dat soort bedenkingen hoor je niet te maken.)

De wisselvalligheid van de speciale effecten kun je nog op het lage budget steken. De soms bizarre en onwennige montagekeuzes echter niet. Cronenberg weet zijn close-ups vaak niet te laten overeenkomen met zijn wide shots: je merkt het dat die shots op verschillende momenten zijn opgenomen en dat de acteurs nét niet naar de juiste plek kijken of nét niet met de juiste timing hun dialogen opzeggen om alles te doen matchen. Vooral de openingsscène, waarin een jong koppel een rondleiding krijgt door het flatgebouw, heeft daar last van. En er zijn ook de acteurs die een hinderblok vormen. Het is misschien niet evident om eerst een man neer te moeten steken met een vleesvork om vervolgens aan je vriend te vragen of hij misschien honger heeft, maar de houterige manier waarop de woorden uit de mond van de acteurs gevallen komen, helpen niet om de ironie tot leven te wekken.

Inhoudelijk kun je wel al links leggen met Cronenbergs latere werk, en het is dan ook hier dat de film interessant wordt. ‘Shivers’ houdt zich immers al bezig met de link tussen seks en horror die de regisseur later nog zou doortrekken met films als ‘Videodrome’ en ‘Crash’. De bewoners van Starliner hebben zich afgezonderd van de buitenwereld, om in een geïdealiseerde werkelijkheid te wonen van waaruit het maar al te makkelijk is om de realiteit te negeren. Maar uiteindelijk komt de vijand waar ze zo bang van zijn, hen toch zoeken – en zoals de Amerikaanse titel zegt: they came from within. Een constante in Cronenbergs cinema is het idee van je lichaam dat zich tegen je keert, dat je vernietigt van binnenuit. Ziektes, kankers, uit de hand gelopen medische experimenten, en ga zo maar door. De aanleidingen veranderen van film naar film, maar uiteindelijk komt het toch vaak neer op het eigen lichaam dat je verraadt.

‘Shivers’ heeft met z’n seksuele inhoud de eer gekregen om zowel een conservatief manifest tegen de vrije liefde genoemd te worden, als een ontaard pleidooi voor hetzelfde. De eerste interpretatie lijkt me wat al te oppervlakkig – de personages veranderen in seksuele zombies die van elke kamer een geïmproviseerde orgieruimte maken, maar we krijgen ook duidelijk te zien wat een steriele en hypocriete nachtmerrie hun leven voordien was. In zekere zin brengen de parasieten wel degelijk iets positiefs naar boven – een ongeremde seksualiteit. Ik geloof niet dat Cronenberg dat gedrag goedkeurt of veroordeelt – dat is zijn job niet als schrijver of regisseur. Hij is er wél door gefascineerd, en doet hier wat hij tijdens zijn latere films ook steeds zou blijven doen: zonder te moraliseren presenteert hij ons een studie van extreem menselijk gedrag, niét om te zeggen dat dat gedrag goed of slecht is, maar wél om ons duidelijk te maken hoe interessant het wel is. In ‘Shivers’ toont hij mensen die door hun eigen lichaam (of dat van anderen) gedwongen worden om heel hun seksuele identiteit om te gooien. En dat is niet goed of slecht. Het ís er gewoon.

Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat die thematiek heel wat minder giechelachtig uit de doeken gedaan had kunnen worden indien de naar de strot vliegende drollen wat minder prominent aanwezig waren. ‘Shivers’ is een eerste serieuze poging tot een volwassen film, en zeker en vast verdienstelijk, vooral omwille van de ideeën die Cronenberg later nog uitgebreider zou onderzoeken. Maar zoals wel meer eerste pogingen, botst de jonge regisseur ook al gauw tegen zijn beperkingen op. Die slechts enkele jaren later geen echte beperkingen meer zouden blijken te zijn.

E-mailadres Afdrukken
 
Shivers
Canada / 1975
Regie: David Cronenberg
Scenario: David Cronenberg
Met: Paul Hampton; Joe Silver; Lynn Lowry; Susan Petrie
Duur: 83 min.


Uit ons archief
Banner

TEST