Banner

Doctor Strange

6.5
Jonathan Costenobel - 19 december 2016

De Marvel-tijdlijn is opnieuw een ijkpunt rijker. De vraag is dan niet zozeer of de film op zich wel goed is, maar veeleer hoe ze dit verhaal in godsnaam gaan inpassen in hun universum. Want na ondertussen veertien films, zitten er de komende jaren nog zeker negen aan te komen. Daarin worden zowel reeds gekende personages uitgediept (Spider-Man, Black Panther) als nieuwe geïntroduceerd (Captain Marvel). In Doctor Strange maken we kennis met het gelijknamige personage.

Het stramien van de film is hetzelfde als in elke andere origin story en het verhaal is dan ook flinterdun. Stephen Strange is zowat de beste neurochirurg ter wereld, maar ook enorm arrogant, hyperintelligent en soms grappig (dat denkt hij tenminste). Tijdens een auto-ongeluk raken zijn handen echter zwaar beschadigd en kan hij amper nog schrijven, laat staan opereren. Hij valt in een zwart gat en raakt in zijn zoektocht naar een oplossing alles kwijt. Na de volledige westerse geneeskunde af te schuimen, komt hij terecht in een soort oosters klooster, waar hij leert dat er wel degelijk een ‘geest’ is die sterker is dan het lichaam en dat er oneindig veel universums zijn waaruit energie kan getapt worden om ‘spreuken’ te kunnen toveren. Uiteraard is er nog een slechterik die de wereld wil vernietigen: hier is dat de gedeserteerde tovenaar Mads Mikkelsen. Hij wil de aarde overleveren aan Dormammu, een soort intergalactisch monster. Daarnaast zijn er nog een mentor, een sidekick, comic relief (in de vorm van een cape en een bibliothecaris) en een love interest die er amper toe doet.

Het allergrootste probleem is opnieuw dat Doctor Strange enkel het grotere plaatje, dat Marvel probeert te tekenen, verder compliceert. Als er oneindig veel universa zijn, op welk niveau staan de negen werelden uit Thor dan? En als er op deze aarde honderden zogenaamde ‘tovenaars’ zijn die tussen elk universum kunnen reizen, waarom loopt het hier dan niet vol? Maar het grootste probleem blijft keer op keer de inflatie van de slechterik, wou men in Iron Man 1 nog een terroristische groepering stoppen, was het in Avengers al een buitenaardse invasie en nu een universumverslindend monster. Als je dan weet dat dit nooit het eindpunt van de filmserie is, dan is dat nefast voor de spanningsboog. Een ander gevolg is een overaanbod aan superhelden, die na hun eigen film slechts als komisch rustpunt mogen aantreden (Ant-Man), of erger nog, dit moeten doen vooraleer ze hun eigen film hebben gehad (Spider-Man, wat ons wel een origin story bespaart).

Uiteindelijk trekt Doctor Strange vooral een nieuw blik mogelijkheden open, in plaats van het verhaal te stroomlijnen naar een eindpunt. Naast aardse criminelen en buitenaardse slechteriken bestaat er nu ook een interuniverseel slagveld. Een slagveld waar fysieke capaciteiten ondergeschikt zijn aan mentale slagkracht, vindingrijkheid en een open geest. Tijdens de film wordt immers duidelijk dat de arrogantie van Strange, zelfs na zijn ongeval, een groter obstakel vormt dan zijn kreupele handen. Wanneer hij er echter in slaagt om voorbij zijn handicap te kijken, ontdekt hij dat in elke tegenslag ook nieuwe mogelijkheden zitten, wat meteen ook de kernboodschap is van de film, naast het feit dat je best niet sms’t terwijl je autorijdt.

Toch heeft de film een aantal sterke punten. Allereerst zijn er de visuele effecten. Vouwde Inception nog met veel bombarie een Parijse straat op, gebeurt dat in deze film met zo’n snelheid en complexiteit, dat het echt op tovenarij begint te lijken. Het is overigens niet de enige scène die inspiratie haalde bij Inception, ook de vechtpartij met de ronddraaiende gang wordt hier nog eens overgedaan, maar dan spectaculairder. Huizen die ineen klappen, straten die ronddraaien als een kermismolen. Mensen die snel misselijk worden, zullen er niet van houden, maar de regisseur slaagt er wel in om alles overzichtelijk te houden voor hen die er niet ziek van worden.

Qua humor, verwijzingen en tongue-in-cheekniveau zit het vrij goed, met als absolute hoogtepunten de scènes met de bibliothecaris en een bezoekje aan zijn oude collega en het ziekenhuis. Enige minpuntje daar is dat het universum van de slechterik er toch iets té flashy en jaren tachtig uitziet, wat afsteekt tegen de realistische special effects in de eigen wereld. De acteerprestaties zijn niet fantastisch, maar nog mijlenver verwijderd van DC-niveau. Uitzondering hierop is Rachel McAdams die erin slaagt om én grappig én het emotionele hart van de film te zijn, ondanks haar vrij kleine en ondankbare rol. Benedict Cumberbatch is ook degelijk: hij breekt geen potten, maar toont af en toe dat hij ook komisch talent bezit.

Al bij al is het dus geen slechte film en kan hij gerust tussen Ant-Man en Thor staan, maar een grand cru zoals Winter Soldier of de eerste Avengers is het zeker niet. Het zijn opnieuw de humor en actiescènes die een flinterdun verhaal moeten verbergen. Niets om voor thuis te blijven, maar aangenaam hersenloos vertier. Neem hersenloos gerust letterlijk, want de vrees voor een overgecompliceerd en onmogelijk bevredigend einde van de Marvel-films, wordt enkel groter. Blijf echter vooral thuis en ga niet in de bioscoop kijken indien u snel zeeziek wordt. Bepaalde scènes zouden immers een overdosis Touristil vereisen. U bent gewaarschuwd.

Land: VS Jaar: 2016 Regie: Scenario: Met: ; Duur: 115
E-mailadres Afdrukken
 
Doctor Strange
VS / 2016
Regie: Scott Derrickson
Scenario: Jon Spaihts;Scott Derrickson
Met: Benedict Cumberbatch;Chiwetel Ejiofor;Rachel McAdams;Benedict Wong;Mads Mikkelsen;Tilda Swinton
Duur: 115


advertentie
Banner

TEST