The Birth of a Nation

2.5
Dennis Van Dessel - 16 januari 2017

Het moet al van Michael Cimino’s Heaven’s Gate geleden zijn dat een filmproject nog eens zo snel van would-be klassieker afgleed naar totale ramp. Toen Nate Parkers slavernijdrama The Birth of a Nation een jaar geleden in première ging op het Sundance Filmfestival, waren de reacties haast unaniem lovend. Er werd meteen gekraaid over Oscarnominaties, het woord “meesterwerk” werd regelmatig bovengehaald en de film werd meteen voor distributie aangekocht door 20th Century Fox, een studio met genoeg geld en invloed om hem te verkopen aan een groot publiek.

En toen ging het mis. Een oude verkrachtingszaak uit 1999, waarvan Parker en zijn coscenarist Jean McGianni Celestin destijds werden vrijgesproken, werd opnieuw opgerakeld, en de regisseur was niet bepaald welbespraakt of duidelijk in zijn reacties, die varieerden van: “Er is toen niets gebeurd,” tot: “Ik heb nergens spijt van.” Nou. Tegen de tijd dat The Birth of a Nation effectief in commerciële roulatie kwam, was de Oscarbuzz al zo goed als volledig uitgestorven en ook de critici waren tot inkeer gekomen: zo goed bleek de film al bij al ook niet te zijn. Het publiek bleef dan ook thuis.

Wat er dan nog overblijft, is de voor de hand liggende vraag: als je alle controverse wegschraapt, is Birth of a Nation dan een goede film? Helaas niet. Nate Parker heeft hier wellicht de meest pompeuze, zelfingenomen ego-film in jaren gemaakt, en slaagt er zelfs in om een drama over de wreedheden van de slavernij toch moreel twijfelachtig te maken (faut le faire).

De film vertelt het ware verhaal van Nat Turner, die geboren wordt als slaaf maar het geluk heeft om terecht te komen bij een relatief humane familie katoentelers. Moeder des huizes Elizabeth Turner (Penelope Ann Miller) leert hem lezen uit de bijbel en hij kan op een vriendschappelijke manier spelen met zoon Samuel, die ongeveer van zijn eigen leeftijd is. Tegen de tijd dat Nat volwassen is, heeft Samuel (Armie Hammer) het huis overgenomen en fungeert Nat als prediker voor de slaven en als vertrouwenspersoon voor Samuel.

Dat gaat allemaal goed, tot Samuel het voorstel krijgt om Nat ook te laten prediken voor de slaven van andere katoenplantages. De bedoeling is om dankzij zorgvuldig geselecteerde bijbelverzen (“Hou van uw meester, ook wanneer Hij u op de proef stelt”) een eventuele opstand de kop in te drukken, maar hoe meer wreedheden Nat ziet, hoe kwader hij wordt. Uiteindelijk wordt Nat zelf de sleutelfiguur in een korte, maar historisch belangrijke slavenopstand die het leven kostte aan een zestigtal blanken.

Dat is uiteraard een verhaal dat het verdient om verfilmd te worden en je moet in zekere zin respect hebben voor Nate Parkers ongegeneerde ambitie en lef: hij fungeert zelf als regisseur, producent, coscenarist én hoofdrolspeler, waarmee hij zijn film bij uitstek positioneert als zijn eigen, extreem persoonlijk statement over dat hoofdstuk uit de Amerikaanse geschiedenis. En meer dan dat, hij maakt ook de ballsy move om zich de titel van D.W. Griffiths beruchte racistische epos uit 1915 toe te eigenen, waarmee hij dus eigenlijk de boodschap meegeeft dat Amerika niet opgebouwd werd door de Ku Klux Klan, zoals Griffith beweerde, maar door het zweet en bloed van de slaven.

Alleen heeft Parker bij dat alles totaal geen oog voor de ambiguïteiten van Turners personage. Hij gaat voor een simplistische hagiografie, waarin niets van wat Turner deed en geen enkele van zijn motivaties ooit in vraag wordt gesteld. Nochtans is daar ruimte voor. Turner was, als predikant, extreem gelovig en kaderde zijn opstand dan ook louter in religieuze termen. De film maakt duidelijk dat hij niet zozeer verontwaardigd was door slavernij om morele of humanistische redenen, maar omdat hij in de bijbel evenveel verzen terugvond die slavernij veroordeelden als verzen die het verantwoordden. Een intelligent regisseur zou hebben ingezien dat er ergens iets onfris is aan die redenering. Een intelligent regisseur zou ook de voor de hand liggende link met hedendaags religieus geweld hebben gezien en zou daar iets mee gedaan hebben. Maar Nate Parker is geen intelligent regisseur. Hij ziet Nat Turner op de eenvoudigste manier denkbaar: als een messias die inderdaad door God werd uitverkoren om in opstand te komen. Alles wat Nat Turner over zichzelf geloofde, was 100% correct volgens deze film, en hoeft dus ook niet open te staan voor interpretatie.

Parker hanteert een verlammend bombastische filmstijl om Turner te framen als een Christusfiguur, waarbij er – uiteraard – niets aan de verbeelding wordt overgelaten. Hoe ver het gaat? Aan het einde van de film, wanneer Nat Turner wordt opgehangen, daalt er (letterlijk!) een engel neer om hem alvast te verwelkomen in de hemel. Op dat moment wordt de film bijna een parodie op zichzelf, waarvan het moeilijk te geloven is dat men hem op Sundance zo serieus nam. Maar de hele film is in die toonaard opgebouwd. Parker verwart didactiek met authenticiteit, en hamert elk moment van zijn film er met de voorhamer in. Zelf haalde hij Mel Gibsons Braveheart aan als inspiratie voor zijn visuele stijl en dat is er aan te zien. Hij pikt de bombastische stilistische trucs van Gibson (de slow motion, het brutale geweld, de manipulatieve montage), maar dan met minder beheersing. Geen scène in deze film of hij wordt ingeblikt met een immense plechtstatigheid, doordrongen van zijn eigen status als Heel Belangrijke Film. Dit is het soort zelfgenoegzaam overgeregisseerde Oscar bait waar Robert Downey Jr’s personage in Tropic Thunder van gesmuld zou hebben.

Nog los van Parkers onvermogen om op een intelligente manier met zijn verhaal om te gaan of om visueel cliché te overstijgen, is er simpelweg het feit dat The Birth of a Nation van begin tot eind stinkt naar narcisme. Elk personage behalve Nat Turner is het blijkbaar niet waardig om verder uitgediept te worden. Zelfs Turners echtgenote krijgt weinig meer dan een cameorolletje. Armie Hammers vertolking als Samuel, de relatief fatsoenlijke plantage-eigenaar, komt een tijdjelang het dichtst in de buurt, maar zijn personage maakt in de tweede helft van de film dan weer een ongeloofwaardig plotse bocht naar het kwaadaardige, die al Hammers werk teniet doet. De reden daarvoor is simpel: Parker wilde de evolutie van Samuel niet beter uitwerken omdat hij de focus enkel en alleen op Turner wil leggen (en dus op zichzelf). Samuel is voor hem alleen maar interessant omdat hij Turner de motivatie heeft gegeven om in opstand te komen, einde verhaal. Opnieuw doet hij zijn eigen film daarmee geen plezier, want alweer wordt een mogelijkheid tot nuance en ambiguïteit in de voet geschoten.

Wat je ook vindt van Parkers verleden of van de scheiding tussen kunst en kunstenaar, laat één ding duidelijk zijn: The Birth of a Nation is simpelweg abominabele cinema. Als er een reden is waarom Parker nooit nog in de buurt van een camera toegelaten zou mogen worden, dan is het deze. En daarvoor heb je geen schandalen van bijna twintig jaar geleden nodig.

E-mailadres Afdrukken
 
The Birth of a Nation
VS / 2016
Regie: Nate Parker
Scenario: Nate Parker; Jean McGianni Celestin
Met: Nate Parker; Armie Hammer; Penelope Ann Miller; Jackie Earle Haley; Mark Boone Junior; Colman Domingo
Duur: 121 min.


advertentie
Banner

TEST