Banner

The Man Who Killed Don Quixote

5.5
Lien Delabie - 22 augustus 2018

James Camerons Avatar had tien jaar hard labeur en experimenteren nodig om blauwe aliens op het grote scherm te krijgen. Ook Michelangelo zwoegde tien jaar aan de Sixtijnse Kapel, David Lynch sprokkelde zes jaar lang geld bijeen voor zijn briljante debuut Eraserhead en Brahms herwerkte zijn partituur voor zijn eerste symfonie tot in den treure om na twintig jaar zijn laatste hand eraan te leggen. Onze beste Terry Gilliam deed er nog een schepje bovenop: maar liefst dertig jaar lang streed hij als een echte ridder tegen persoonlijke financiële crisissen, het gerecht, slecht getimede tsunami’s op de set en nog slechter getimede overlijdens (wijlen John Hurt) om The Man Who Killed Don Quixote in de zalen te krijgen. Maar hé, slechte reclame is ook reclame.

De hamvraag is dan ook: Does Terry deliver?. Wel, nou, nee. Een legendarisch productieverhaal kunnen verwerken in je promo is een vergiftigd geschenk voor een matige film. Je jarenlang in het zweet werken schept nu eenmaal torenhoge verwachtingen en Gilliam is geen Lynch, Brahms of Cameron. Laat staan een Michelangelo. Daarnaast weet Gilliam ook hoe hij promo voor zijn film compleet moet verneuken: voorafgaand op je release zeg je beter niet dat bepaalde meisjes voordeel hebben gedaan met Weinstein te bezoeken, Terry.

Toch is het idee dat een Monty Python-lolbroek Cervantes’ Don Quixote probeerde te verfilmen nog steeds genoeg om ons kokosnoten tegen elkaar te laten kletsen, terwijl we galopperen richting de dichtstbijzijnde cinema. Het belooft immers geen doorsnee adaptatie van een klassieker te worden. Adam Driver kruipt in de rol van de arrogante, smerige artiest die zijn artistieke ziel verkocht aan die verdomde, kapitalistische duivel: de wereld van de marketing. Voor een van zijn laatste projecten vliegt hij naar La Mancha in Spanje, waar hij eerder zijn afstudeerproject over Don Quixote filmde met minimale middelen en onprofessionele lokale acteurs. Zijn film heeft echter veel teweeggebracht in het charmante, maar ietwat kleingeestige dorp. De bevolking begon te dromen, zelfs in die mate dat de lokale schoenmaker er nog steeds van overtuigd is dat hij de edele ridder Don Quixote is.

Gilliam neemt ons mee op een avontuurlijke queeste waarin de zogenaamde Don Quixote poogt “the lost age of tjivalrie” te restaureren met behulp van zijn “loyal squirtle” Pancho. Toegegeven, Gilliams flauwe mopjes – ja ook de squirtle lapsus – werken stevig op de lachspieren. De middeleeuwse romance en het avonturenverhaal zijn plat gekookte genres, maar daarom des te beter voor een goede satire. Daarbovenop acteert Jonathan Pryce de botten uit zijn lijf met zijn geniale vertolking van de dolende, waanzinnige ridder. Tijdens de magische shots van de Spaanse wildernis is het watertandend verlangen naar een even impressief avontuur als dat van Pancho en Don Quixote.

Gilliam had genoeg materiaal – en tja, tijd – om van The Man Who Killed Don Quixote een meesterwerk te maken. Maar wat voor boeltje werd het. Had Gilliam in die dertig jaar maar iemand ontmoet die hem vertelde: “Komaan Terry, normaal is al gek genoeg voor jouw doen”. Maar zoals het een echte Don Quixote betaamt, was Gilliams artistieke eigenzinnigheid eindeloos. Het is uiteraard bewonderingswaardig hoe een authenticiteitsdiscussie, een portret van een gevallen artiest, een metafilm, een romance en nog wat onverklaarbare flarden plot überhaupt inéén gebald kunnen worden. The Man Who Killed Don Quixote is echter een slachtoffer van grootheidswaanzin. Het mist vlotheid, coherentie en onnoemelijk veel knipwerk. Het ontbreekt Gilliam echter niet aan verbeelding, en is dat niet waar het allemaal om draait?

E-mailadres Afdrukken
 
The Man Who Killed Don Quixote
Spanje, België, Portugal, Frankrijk, VK / 2018
Regie: Terry Gilliam
Scenario: Terry Gilliam; Tony Grisoni
Met: Adam Driver; Jonathan Pryce; Stellan Skarsgård
Duur: 132min


Uit ons archief
Banner

TEST