Banner

The House that Jack Built

10.0
Lien Delabie - 07 november 2018

“I understand Hitler”. Deze drie woorden en wat onsamenhangend gebrabbel over nazi’s maakten van de Deense regisseur Lars von Trier de ultieme persona non grata op het festival van Cannes. Dat hij er zeven jaar later toch weer een film over een seriemoordenaar mocht komen presenteren, leek dan ook een klein mirakel. Tijdens de voorstelling duurde het dan ook niet lang vooraleer meer dan honderd mensen de zaal verlieten: “om te kotsen!” “vile movie” ! Little did they know dat die preutse, gedegouteerde kijkers het punt dat The House that Jack Built wilde maken, volledig onderbouwden.

De tags waaronder je The House that Jack Built vindt zijn veelzeggend: “animal mutilation”, “child killing”, “dead body”, “psychopathic killer”,… Enige r-rating lijkt dus wel vereist. Jack is in het dagelijkse leven bouwkundige, maar hij ziet zichzelf liever als een architect. Hoewel het zijn levensdoel is om een huis te bouwen, spendeert hij zijn dagen vooral als Mr. Sophistication: een volbloed psychopaat die mensen op creatieve wijze vermoordt en in een vriezer werpt. Daarover treedt hij in conversatie met een off-screen stem – die later Vergilius blijkt te zijn – over het wat en hoe van zijn moorden. Over het proces van zijn moorden spreekt hij vooral in vergelijkingen. Vergelijkingen met kathedralen, lantaarnpalen, wijn… noem maar op. Von Trier maakt tijdens die passages gretig gebruik van stock images, tekeningen en fragmenten uit zijn eigen oeuvre. Aanwijzing één dat dit meer is dan gratuit slasherplezier of verheerlijking van een seriemoordenaar.

Want zijn dit wel zaken die we voordien nog nooit eerder zagen? In Suspiria (1977) worden jonge ballerina’s doorspiest met brokstukken, in Cabin in the Woods(2012) wordt een dokter vermoord door een eenhoornshoorn en dan zwijgen we nog over de gruwel die de gemiddelde Sawfilm tentoonstelt. Von Trier windt er geen doekjes om: wij zijn perverse kijkers die ons hart ophalen bij bloederige taferelen. Het is pas als het geweld expliciet besproken wordt, dat ons moreel kompas plots overuren begint te draaien.

Betekent dat dan dat de auteur achter zo’n gruwelfilms een pervert is? Welnee. Lars von Trier ziet mensen als dualistische wezens: onze ziel mag dan wel redelijk zijn, ons lichaam is het gevaar. Hemel en hel zijn hetzelfde, in elk van ons zit er een lammetje en een tijger, wat innocence en wat savagery. We onderdrukken gewoon dat laatste, dus brengt Von Trier het tot ons in kunstvorm.

Daar is ouwe Vergilius het natuurlijk niet mee eens: “Without love, there is no art. There is no debate”. Daarmee is het duidelijk wat Von Trier zo pijnigt: films vandaag zijn gebouwd op onze versteende ideeën over kunst, die we al meer dan 2000 jaren meedragen via die oude classici die we zo hoog in het vaandel dragen. Niets mis mee, maar er is méér. Het lukt Jack dan ook niet om een huis te bouwen met conventionele materie. Zie hier, Lars von Triers nieuwe dogma: “the world doesn’t want to see the beauty of decay”.

Eerder dan dat hij psychopaten verheerlijkt, verheerlijkt Von Trier de lelijkheid, onze intrinsieke barbaarsheid en meer dan ooit het breken met de conventies van de kunst. Daarvoor haalt hij allerlei spelbrekers boven: de excentrieke David Bowie en Bertolt Brecht met zijn Alabama Song zijn daar enkelen van. Glenn Gould, de man die de klassieke wereld in zijn blootje zette door alter ego’s voor zichzelf te creëren en mee te neuriën met zijn pianostukken, weerklinkt telkens als Jack nog eens iemand met kogels doorboort. Von Trier waagt zich er zelfs aan om Buchenwald te betrekken in zijn overpeinzingen over kunst: je kan veel zeggen over onze Lars, maar hij heeft bállen.

Dat Cannesbezoekers ontzet wegliepen van The House that Jack Built onderstreept dus vooral Von Triers these over onze weigering om onze barbaarsheid in de ogen te kijken. Laat je politiek correcte masker echter vallen en je bevindt je niet alleen in een complexe, steengoede metafilm, maar ook in de beste komedie in jaren. Jacks moorden zijn hilarisch stuntelig en hem nog eens opzadelen met een dwangstoornis en smetvrees is een héérlijke innovatie. Ja, Von Trier gaat ver. Ja, Von Trier schopt keet, maar het is nooit gratuit. Horror en thrillers laten ons baden in perversiteit, maar zelden bood een regisseur ons zo’n kijk op onze menselijke en misschien zelfs dierlijke dispositie. Maar wat vinden we dat toch vies. Hit the road, Jack weerklinkt tijdens de aftiteling, maar iets zegt me dat Jack zal blijven.

E-mailadres Afdrukken
 
The House that Jack Built
Denemarken; Frankrijk; Duitsland; Zweden / 2018
Scenario: Lars von Trier, Jenle Hallund
Met: Matt Dillon, Bruno Ganz, Uma Thurman
Duur: 155 min


Advertentie
Advertentie
Banner

TEST