Banner

Edith Kiel, Jan Vanderheyden en de Vlaamse Volksfilm

7.5
Dennis Van Dessel - 26 september 2014

Nu we de laatste jaren overspoeld worden met een onophoudelijke berichtgeving over hoe goed de Vlaamse film het wel doet - het ene meesterwerk na het andere wordt de zalen in gedropt en o wee als je iets anders durft te suggereren - is het interessant om eens terug te blikken op de begindagen van die cinema. Die kans krijg je nu dankzij Edith Kiel, Jan Vanderheyden en de Vlaamse Volksfilm, een set van een boek en dubbel-dvd, uitgebracht door Cinematek, die gedetailleerd uit de doeken doet hoe de eerste Vlaamse geluidsfilm, De Witte, werd gemaakt in 1934 en hoe er daarna een traditie van Vlaamse (lees gerust: Antwerpse) volksfilms ontstond.

De filmmakers

De namen van Vanderheyden en Kiel zijn bij de jongere generaties wellicht minder bekend, maar je kan moeilijk hun pioniersrol ontkennen. Vanderheyden was een onafhankelijke filmverdeler, gebaseerd in Antwerpen, die met de popularisatie van de geluidsfilm een evident gat in de markt ontdekte: een film in de eigen taal. Ondertiteling was in die tijd nog geen evidentie: de kwaliteit van de ondertitels liet vaak te wensen over, en de procedure werd vaak gezien als te duur voor wat het uiteindelijk opbracht. Ook dubbing, zoals gebeurde in Frankrijk, was geen sinecure: in Vlaanderen bestonden er geen faciliteiten om films in het Nederlands na te synchroniseren, waardoor dit nog een veel grotere financiële investering vereiste. Het feit dat wij tegenwoordig alle buitenlandse films in hun originele, ondertitelde versie kunnen bekijken - een feit waar we best trots op zijn, en terecht - heeft dus minder te maken met onze aangeboren taalgevoeligheid en artistieke integriteit, dan met het simpele feit dat we 80 jaar geleden het geld niet hadden om een traditie van dubbing te beginnen.

Een film in het Vlaams dus. Samen met zijn vrouw, de Duitse scenariste Edith Kiel, begon Vanderheyden aan een bewerking van Ernest Claes’ jongensboek De Witte. Een film die vanaf het begin werd aangekondigd als een film voor het gewone volk, waar de katholieke kerk uitgebreid zijn zegen over had gegeven en die nadrukkelijk de lof zong van het Vlaamse land. Vanderheyden was geen grote kunstenaar die zijn artistiek ei wilde leggen, maar een zakenman die er van overtuigd was dat hij winst kon maken aan een Vlaams gesproken film. En inderdaad: De Witte werd een overdonderend succes.

In de nasleep van dat commerciële succes begonnen Vanderheyden en Kiel aan de lopende band films te maken, vrijwel allemaal geschreven en geregisseerd door Kiel, terwijl Vanderheyden als publieke gezicht van de samenwerking fungeerde. Critici en intellectuelen trokken er hun neus voor op: de producties waren technisch ondermaats - zeker naar de standaards van wat er rond die tijd uit Frankrijk, Duitsland en de VS kwam - en de verhaaltjes waren slappe kost, vaak schaamteloos gepikt van de Duitse operettefilms. Maar het publiek kwam in drommen kijken.

Het succes duurde tot de Tweede Wereldoorlog, toen Vanderheyden zichzelf liet inlijven door de Duitsers om te fungeren als voorzitter van de Filmgilde, een orgaan waarmee de nazi’s wilden controleren wat er in de Vlaamse bioscopen te zien was. Voor Vanderheyden was dit voornamelijk een manier om te kunnen blijven werken. Maar hij was ook een flamingant (net zoals Ernest Claes, trouwens), die zich in zijn carrière vaak gekleineerd had geweten door de Franstalige culturele garde in Brussel. Met de komst van de bezetting had hij plots een vorm van (zij het grotendeels denkbeeldige) autoriteit als voorzitter van de Filmgilde. Het spreekt voor zich dat dit niet zonder gevolgen bleef: na de oorlog werd hij gezien als een verrader. Hij bracht drie jaar door in de gevangenis en was alles kwijt. Bovendien was hij daarna een paria in de filmwereld.

In de vroege jaren vijftig begon de molen echter opnieuw te draaien. Vanderheyden en Kiel startten de Antwerpse Filmonderneming (AFO), met geld geleend van hun oude vrienden, en begonnen opnieuw aan een hels tempo komedies te maken: volkskluchten in het Antwerps dialect. Kiel maakte de films, Vanderheyden bleef achter de schermen en probeerde - vaak zonder veel succes - zijn dagen gevuld te krijgen.

De films zelf introduceerden acteurs als Charles Janssens, Co Flowers, Jef en Cois Cassiers, Denise De Weerdt en Gaston Berghmans - destijds grote namen, nu, met de uitzondering van Berghmans, maar al te vaak in de vergetelheid gesukkeld. Al die films (De Bruid Zonder Bed, Boevenprinses, De Duivel te Slim, Hoe Zotter Hoe Liever), waren onderling inwisselbaar, maar het voornaamste was dat er elk jaar twee stuks in de zalen kwamen. Het commerciële succes was doorgaans enorm, terwijl de critici de prenten uitspuugden. De productie ging door tot 1961, toen Vanderheyden stierf. Edith Kiel leefde nog tot 1993.

De set

De set van Cinematek bevat een dubbel-dvd met drie films uit het oeuvre van het duo: De Witte, Alleen voor U en Schipperskwartier. De belangrijkste troef is echter het boek Edith Kiel en Jan Vanderheyden, Pioniers van de Vlaamse film, van Roel Vande Winkel en Dirk Van Engeland, waarin de hele geschiedenis van Vanderheyden en Kiel met een kritische invalshoek wordt verteld - ook zij erkennen dat die films op zich niet denderend waren. Het is wel jammer dat het boek zeer strikt bij biografie blijft hangen en zelden een ruimer perspectief voorziet op de filmwereld van die tijd. Wie was er in Vlaanderen nog films aan het maken in dezelfde periode? En hoe zag het internationale filmcircuit er uit? In dit boek komen we dat niet te weten, waardoor de films van Vanderheyden en Kiel in een soort vacuüm lijken te bestaan.

De schrijvers leggen wel de link met het heden, door de artistieke en spirituele nazaten van de volksfilms te leggen bij de producties van het Echt Aantwerps Teater en FC De Kampioenen. Producties die overigens absoluut hun bestaansrecht hebben, maar die weinig te maken hebben met artistieke ambities. Met andere woorden: Jan Verheyen kan klagen over de dominantie van kunstzinnigheid in de filmwereld zoveel hij wil, de Vlaamse geluidsfilm is destijds toch maar mooi ontstaan vanuit enerzijds een commerciële reflex en anderzijds een Vlaamsgezindheid die zelfs tot collaboratie leidde.

De set van Cinematek is een boeiende duik in het verleden en zoals het cliché het zegt: het boek is beter dan de films. Want 80 jaar na dato kan je niet ontkennen dat De Witte en consoorten zwaar verouderde, naïeve cinema is, zelfs voor de tijd waarin het gemaakt werd. Vanderheyden en Kiel waren pioniers en verdienen daarom respect, maar buiten de historische waarde heeft hun werk eigenlijk niet zo veel te bieden. In de context van deze set, daarentegen, is het een must voor elke serieuze cinefiel.

E-mailadres Afdrukken