Vercors

De stilte der zee

7.0
Jurgen Boel - 02 oktober 2015

Schotschriften, pamfletten en karikaturen… ook onder een bezetting of autoritair regime kent de drukpers geen rust. Maar nu en dan verschijnt er ook een roman in het clandestien, een die verder gaat dan de simpele kreten of eenvoudige stellingen en net daardoor zoveel meer impact heeft. In de nuance schuilt een aanval die veel destructiever is, want ze kan niet zomaar opzij geschoven worden. Wie haar weerleggen wil, moet in woord en daad handelen en aldus de tegenstander tegemoet komen.

In 1942 verscheen in bezet Frankrijk La silence de la mer van Vercors, een kleine roman over de bezetting, verteld door de ogen van een oudere Fransman die met zijn nicht samenwoont en gedwongen wordt een Duitse officier in huis te nemen. Vastbesloten het verzet te honoreren, weigeren beiden ook maar één stom woord met hem te wisselen. Tot hun verbazing echter is hun ongewenste gast geen dwaze bruut maar een erudiet en beschaafd man die voor de oorlog als componist aan de bak kwam. Zonder acht te slaan op hun zwijgen, looft hij de Franse cultuur en zijn hoop dat beide landen elkaar in de vaart der volkeren zullen vooruit stuwen.

Avond na avond onderhoudt hij beide met zijn dromen en idealen zonder hun stilte als een affront op te nemen. Hij is er immers van overtuigd dat zijn toehoorders eens de waarheid van zijn woorden zullen inzien, waarbij hij hen in tussentijd zo weinig mogelijk tot last wenst te zijn. Hoewel de man noch zijn nicht ook maar één keer spreken met of over de officier, wordt uit hun stilzwijgen duidelijk dat beiden een vorm van respect voor de hem opvatten, daar hij op alle vlakken een heer blijkt te zijn. Wanneer hij op een avond verzoekt toegelaten te worden tot de woonkamer, stijgt de spanning en voelen beide aan dat “hun” officier veranderd is.

In zijn laatste gesprek erkent hij zijn nederlaag (de “plot” wordt al verraden in het voorwoord), zijn grote dromen en idealen zijn op hoongelach onthaald door zijn medeofficieren. Hij beseft dat hij alleen is te midden van barbaren die geen andere wens hebben dan te heersen. Schijnbaar beheerst getuigt hij een laatste maal voor de man en diens nicht met als slotwoord dat hij besloten heeft naar het Oostfront te trekken, in de hoop daar zijn schande (en bij uitbreiding die van zijn volk) te kunnen uitwissen. Voor het eerst spreekt de nicht, een enkel woord, maar een waarmee duidelijk gemaakt wordt dat een verstandhouding mogelijk was, respect ook, maar wel tussen mensen die op gelijke voet staan, niet tussen onderdrukker en onderdrukte.

Het valt niet moeilijk te begrijpen waarom deze 55 pagina’s een doorn in het oog waren van de Duitse bezetter en een opsteker voor het Franse volk. Er is de trots van de Fransman die waardig zwijgt, maar er is ook het beeld van de Duitse aristocraat (al dan niet van edel bloed) voor wie cultuur en hooggestemde idealen geen loze woorden zijn. Alleen moet deze laatste de duimen leggen voor een regime dat droomt van een wereldheerschappij en elke toenadering tussen volkeren onderdrukt. Dat de officier zijn nederlaag erkent en zwicht voor zijn leiders smaakt des te bitterder doordat de nicht hem finaal haar respect betuigt en een gedeeld slachtofferschap erkent. Dit is geen aanval op het Duitse volk maar op de bezetter die zijn barbaars ideaal oplegt aan eenieder.

De stilte der zee draagt een geschiedenis met zich mee, maar houdt zijn waarde ook los van zijn ontstaan en verleden. Het boek herbergt een verhaal dat onder andere omstandigheden uitgebreider had kunnen zijn zonder aan de kern te raken die het nu in zich draagt. De literaire belofte wordt op die manier niet helemaal waargemaakt, al draagt het net zo goed zijn kracht in zijn beknoptheid en had een meer uitgesponnen verhaal misschien wel de boodschap ondergraven. Dat De Bezige Bij het werk overigens uitbrengt, mag niet verbazen aangezien de (toen) ondergrondse uitgeverij het werk besloot te drukken. Helaas vielen de drukproeven in handen van de Gestapo en stierven twee drukkers en een typograaf. In 1985 verscheen het werk dan toch in vertaling. Dertig jaar later is het opnieuw beschikbaar en weerklinkt de boodschap, voor het eerst neergeschreven in 1941, nog even helder en luid door.

E-mailadres Afdrukken