Banner

Midas Dekkers

De thigmofiel

8.0
Jurgen Boel - 26 februari 2016

In deze dagen waarin de temperaturen steeds dichter het nulpunt naderen en de terreurdreigingen akelig dichtbij komen, is er geen aangenamere en veiligere plek dan thuis, onder een dekentje of voor de haard. Zolang het maar knus en warm is, en ook wel geborgen voelt. Thigmofolie noemt Midas Dekkers het, een liefde voor aanrakingen, en waar vind je die beter dan helemaal ingeduffeld in een dekentje?

Katten verkiezen te kleine dozen en kakkerlakken spleten in muren en soms ook wel mensenoren, zo weet Dekkers -- waarmee hij meteen de toon zet voor een heerlijk badinerende en meanderende reis langsheen menselijk en dierlijk gedrag. Want net als in zijn vorige boeken, met het teleurstellende Rood als uitzondering, is Dekkers weer aardig op dreef en weet hij als geen ander feitjes en triviale weetjes om te toveren tot een fascinerend tochtje langs een universeel verlangen, gevoed door dat ene zintuig dat we zo vaak negeren/afschermen: de tastzin. Vreemd vindt Dekkers dat, want net voor dat ene zintuig hebben we ons hele lichaam ter beschikking. Daarom ook vinden we het zo heerlijk om (bijna) helemaal ontkleed in de zon te liggen.

Maar buiten zijn voelt best gevaarlijk aan, want zelfs roofdieren kunnen wel eens de prooi zijn en dan is zo een geborgen nest toch een pak knusser en aangenamer om in te vermeien dan de open ruimte. Zelfs in onze huizen hebben we toch graag een muur achter ons die ons beschermt. Daarom hebben onze stoelen ook een rugleuning en was ons bed vroeger een alkoof waar het hele gezin lekker samen in kroop tot de nieuwe hygiëne besloot dat de moderne slaapkamer gezonder was en alleen de dekens ons nog de kans geven ons lekker in te duffelen, op voorwaarde uiteraard dat er geen partner is die het hele goed naar zich toetrekt. En zo blijft Dekkers wel nog even bezig terwijl de ene gedachte in de andere overgaat.

Dekkers is en blijft de man van het bon mot en de fijnzinnige bespiegeling, hij is het soort cultuurrelativist en -pessimist die zich vrolijk maakt over veranderende tijden en er fijntjes op wijst dat het vervloekte verleden ook wel zijn leuke kanten had. Bovendien verschillen we als mens niet zo veel van de andere dieren en insecten. De vermelde kakkerlakken houden net zo goed van kleine ruimtes waar ze net in passen. Net zo zit een doodskist ook verrassend lekker, al merken we daar niets meer van wanneer we er in liggen. En van thanatos naar eros is ook maar een kleine stap, al doet Dekkers er wat langer over, want uiteindelijk zijn relaties en de daarbij horende seks ook maar een poging van twee thigmofielen om tegen elkaar aan te kruipen en warm te worden.

Het is een beetje zoals de aapjes met wie men ooit driftig experimenteerde en die opgevoed werden door een kille, metalen moeder die melk gaf, dan wel een warme teddybeer die vooral geborgenheid schonk. Welke aapjes later het meest neurotisch gedrag vertoonden, lag ook zonder het te testen voor de hand. Maar voor Dekkers is het weer een mooi lijntje dat naar een ander gedachtepad slingert tot hij bij zijn eindconclusie komt, dat elk dier -- de mens incluis -- toch vooral knus wil liggen, in bed bijvoorbeeld. Met een goed boek. Zoals dat van Midas Dekkers, een handleiding voor thigmofielen die zich nu gewapend met een hoop weetjes kunnen verantwoorden waarom ze ’s ochtends toch nog even blijven liggen terwijl De thigmofiel als stille getuige en goede vriend op het nachtkastje ligt.

E-mailadres Afdrukken
 
Midas Dekkers
Atlas Contact / 2016
/www.atlascontact.nl

Uit ons archief
Banner

TEST