Banner

Richard Dawkins

Een kaars in het donker

7.5
Jurgen Boel - 06 mei 2016

De Britse bioloog Richard Dawkins heeft zich het voorbije decennium ontpopt tot een scherp criticus van elke vorm van religie, en staat dan ook bekend als een van de leidende figuren binnen de “New Atheist Movement”. Maar vooraleer Dawkins zijn pijlen op religie richtte, stond hij vooral bekend als een begenadigd schrijver die de evolutietheorie, en later wetenschap in het algemeen, treffend wist te vertalen naar het grote publiek.

Dawkins’ talent voor schrijven, gekoppeld aan zijn Britse, charismatische persoonlijkheid en een fundamenteel begrip van biologie, leidde tot verschillende bestsellers, waaronder The Blind Watchmaker (1986) en Climbing Mount Improbable (1996), al rees zijn ster veel eerder met het positief onthaalde maar ook op scherpe kritiek getrakteerde The Selfish Gene (1976), waarin Dawkins verderbouwt op het gencentrische idee dat onder meer door W.D. Hamilton in de jaren zestig ontwikkeld was. Het boek lanceerde Dawkins’ reputatie als bioloog en schrijver, en introduceerde ook de door hem bedachte en ondertussen wijdverspreide term “meme”. Het is dan ook niet geheel toevallig dat Dawkins niet alleen het eerste deel van zijn autobiografie (An Appetite For Wonder/ The Making Of A Scientist afsluit met de publicatie van dit boek, maar in dit tweede deel er ook geregeld naar verwijst.

In tegenstelling tot Verwondering of hoe ik wetenschapper werd (de Nederlandse titel van het eerste deel), gaat Dawkins in het tweede deel van zijn autobiografie veel intuïtiever en thematischer te werk. De publicatie van zijn boeken, bijvoorbeeld, krijgt pas redelijk laat in het boek de nodige (maar ook uitgebreide) aandacht, terwijl de andere hoofdstukken heen en weer springen in de tijd al naargelang de anekdote of het verhaal dat Dawkins brengen wil. Uiteraard loopt doorheen het hele boek de evolutietheorie als een rode draad en vallen de meeste verhalen en zijsprongen samen met bepaalde relevante of interessante gebeurtenissen uit Dawkins‘ leven als wetenschapper. Dat niet hij maar vaak collega’s hierbij de hoofdrol spelen, zorgt voor een interessante invalshoek. Wetenschap, zo maakt Dawkins (onbedoeld) duidelijk, is het werk van verschillende mensen die samenkomen, nadenken en onderzoeken.

Dat dit tweede deel van zijn autobiografie een stuk vlotter leest, mag niet verbazen. Want ook al is Dawkins een begenadigd schrijver, zijn grootste sterkte ligt nu eenmaal in hoe hij de evolutietheorie aan de hand van voorbeelden bevattelijk kan maken, en daar slaagt hij ook ditmaal met verve in. Toch is het geen puur populair-wetenschappelijk werk, het autobiografische element blijft doorheen het hele boek verweven met de onderzoeken, symposia en lezingen die nu eenmaal deel uitmaken van een universitaire carrière. Die dubbele insteek geeft aan Dawkins ook de gelegenheid om het leven van een universitair docent in Oxford te schetsen (die, in tegenstelling tot zijn eerbiedwaardige naam zich ook wel eens aan dagjespolitiek bezondigt) en om vele van zijn vrienden en collega’s even in de kijker te plaatsen.

De (valse?) bescheidenheid die Dawkins daarbij hanteert, alsook zijn lof, reserveert hij daarbij overigens niet eens alleen voor zijn gelijkgezinden, maar ook voor “tegenstanders” als Stephen Jay Gould (met wie Dawkins geregeld in de clinch lag wat betreft bepaalde elementen binnen de evolutietheorie) en vertegenwoordigers van verschillende religies, in het bijzonder wanneer die laatste zich als erudiete gesprekspartners ontplooiden die alvast in Dawkins’ ogen weinig gemeen hadden met de rigide geloofsopvattingen waar hij zo graag tegen tekeergaat. Every inch a gentleman lijkt dan ook het credo van het boek te zijn, waarbij Dawkins slechts subtiel zijn eigen verdiensten naar voren brengt, maar door nu en dan enkele eigen “literaire” schrijfsels binnen te smokkelen zich toch ook een beetje verraadt (behoudens dan dat het schrijven van een autobiografie ook al veelzeggend is).

Een kaars in het donker. Mijn leven in wetenschap is weliswaar een autobiografie, maar het is ook, net als Dawkins’ andere boeken, een helder pleidooi voor de evolutietheorie, doorspekt met voorbeelden en bewijzen. De manier waarop hij niet alleen de evolutietheorie bevattelijk weet te maken maar ook zijn passie voor biologie weet te brengen, blijft zonder meer aanstekelijk. Dat Dawkins mede door deze talenten in de publieke kijker kwam te staan is niet verwonderlijk, al blijft het jammer dat vooral zijn godsdienstkritiek hem bekendheid oplevert, want zoals ook uit dit boek mag blijken, was en is hij vooral een Brits natuurwetenschapper. Beleefd en erudiet, maar ergens ook een schelm.

E-mailadres Afdrukken
 
Richard Dawkins
Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
www.Nieuwamsterdam.nl

advertentie
Banner

TEST