Maxim Biller

De verloren brief aan Thomas Mann

6.0
Hildegart Maertens - foto's: foto: Lotterman & Fuentes - 27 juli 2016

De Duitse pers kon in 2013 geen genoeg krijgen van Maxim Billers De verloren brief aan Thomas Mann. En zoals het een verstandige uitgever betaamt, was Cossee er als de kippen bij om een Nederlandse vertaling uit te brengen. Vrij meanderend tussen feit, fictie en fantasie is de novelle een bevreemdende ode aan een bijna vergeten schrijver en tegelijk een apocalyptische voorafspiegeling van de Holocaust. Een koortsig boekje, waar de kritieken echter onbegrijpelijk extatisch over geweest zijn.

De feiten zijn de volgende: op 19 november 1942 wordt de Joodse auteur Bruno Schulz neergeschoten in het getto van Drohobycz. Een onzinnige, blinde wraakactie van de Gestapo maakt een vroegtijdig einde aan zijn leven. Tot dan toe had Schulz De kaneelwinkels en Sanatorium Clepsydra kunnen voltooien, twee verhalenbundels die vandaag tot het belangrijkste Poolse literaire erfgoed van de twintigste eeuw worden gerekend. De messias, de roman die Schulz’ magnum opus had moeten worden, bleef onvoltooid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen alle schetsen voor dat boek bovendien in rook op, net als de tekeningen die Schulz had nagelaten. Gevolg is dat er vandaag veel vraagtekens bestaan rond de auteur. Zo is geweten dat hij een brief heeft geschreven aan Thomas Mann waarop nooit een antwoord is gekomen. Wat er precies in die brief stond, is onbekend. In Manns bewaarde archieven werd alleszins geen spoor teruggevonden van een correspondentie tussen beide mannen. Materiaal genoeg dus voor wilde speculatie, van het soort dat Maxim Biller tot een prettig-bizarre novelle heeft omgevormd.

Biller is met Im Kopf von Bruno Schulz, zoals de novelle in de oorspronkelijke taal heet, niet aan zijn proefstuk toe. De man schreef in zijn studententijd een proefschrift over de kijk op het Jodendom in Manns vroege werken. Sindsdien verliet hij zich minder op het academische milieu en vergaarde hij naam in de journalistieke wereld als columnist en binnen het literaire landschap als (omstreden) schrijver. Dat zijn roman Esra kort na het verschijnen werd teruggefloten omdat personages in het boek te veel overeenkomsten vertoonden met mensen uit Billers naaste omgeving, betekent dat de man niet verlegen zit om controverse. Dat net hij in het hoofd durft kruipen van een al lang gestorven schrijver om door diens bril een brief te schrijven aan een andere schrijver, hoeft dus niet te verbazen.

De stijloefening is op zich intrigerend, want Schulz’ neiging om het magische op het werkelijke te betrekken neemt Biller probleemloos mee naar zijn novelle. Gevolg is een tekst die tussen tijden, tussen historische personages en tussen waarheid en leugen in zweeft. Hoewel Polen nog geen bezet gebied is, kondigt de Anschluss zich al aan. Hoewel er nog geen concentratiekampen zijn gebouwd, ziet de Bruno Schulz uit dit boekje de gaskamers al voor zich. Tegelijk toekomst en verleden, is het heden in De verloren brief aan Thomas Mann erg beladen.

Meer dan wij ons kunnen realiseren, is het thema van de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging in Duitsland nog steeds verbonden met een latente schuldvraag. Wie er een boek schrijft waarin oorlogselementen creatief worden gevarieerd en zich bovendien expliciet in de literaire traditie plaatst, krijgt wat krediet. Vooral als de persoon in kwestie zelf regelmatig met columns in de betere Duitse dagbladen verschijnt. Kortom, misschien hebben de critici Billers novelle gelezen vanuit de vooringenomenheid dat het een heldendaad was, of ze vinden de man sympathiek als collega. Hoe het ook zij, belangrijker is waarom de Nederlandse vertaling al bij al weinig indruk nalaat. Aan de vakkundige vertaling van Marcel Misset ligt het niet, want Billers weelderige proza spat ook in onze taal van de pagina’s af. De tekeningen verluchten de densiteit van de tekst, en voegen bovendien een autonoom parfum van zwaarmoedigheid toe. Kwestie is echter welke waarde De verloren brief aan Thomas Mann heeft voor de lezer in het hier en het nu.

Meer nog dan de ontroerende passages waarin het torment waaronder Schulz te lijden had of de humoristische knipogen waar Biller gretig mee strooit, valt op dat het de novelle aan een duidelijke richting ontbreekt. Een verheffend idee, een besef dat dankzij de intrinsieke traagheid van het medium literatuur in het hoofd van de lezer zou moeten ontspruiten. Integendeel is De verloren brief aan Thomas Mann een knappe vingeroefening. Het lezen waard, maar in het aanschijn van Schulz’ eigen werk met gerust gemoed te versmaden.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Biller