Banner

Peter Terrin

Yucca

7.5
Jurgen Boel - 17 februari 2017

Dat Peter Terrin in 2012 de nodige potten zou breken met zijn vijfde roman, Post Mortem, mocht niet verbazen. Behoudens het feit dat de roman op een knappe manier met de verhaalopzet speelde, was er ook nog het onverwachte biografische element: Terrins vierjarige dochtertje Renée kreeg een herseninfarct, een gegeven dat Terrin in zijn roman verwerkte en op indrukwekkende wijze meenam in het verhaal, waarbij feit en fictie meermaals gemengd werden. Het was dan ook niet meer dan terecht dat de roman de AKO Literatuurprijs won.

Voor diezelfde prijs werd Terrin eerder al genomineerd voor de verhalenbundel De bijeneters (2006) en voor zijn tweede roman Blanco (2003). In Yucca laat hij de werelden van Post Mortem en Blanco in elkaar overvloeien door de draad van beide romans opnieuw op te pikken en afwisselend aan bod te laten komen. Wie één of beide vorige romans niet gelezen heeft, dient echter niet te treuren want Yucca laat zich perfect zonder (veel) voorkennis lezen, zij het dat bepaalde ontwikkelingen uit de andere romans hier wel “verraden” worden.

Viktor, de man die wanhopig zijn zoon wilde redden in Blanco (spoiler alert!) komt na elf jaar vrij uit de gevangenis. Zonder vrouw of kind is er weinig dat hem nog aan deze wereld bindt. Wanneer hij in de flat die hem tijdelijk toegewezen is door de reclasseringsdienst in contact komt met een oude man, die hij “de Gier” noemt, heeft hij er dan ook geen bezwaar tegen in dienst van hem te treden. Strikt genomen werkt Victor zelfs niet voor de Gier, maar voor een maaltijddienst die voornamelijk werkt met mensen die om allerlei redenen aan de zijkant van de maatschappij leven. De gesloten Victor valt er vanwege zijn uiterlijk (Robert Redford-lookalike) en zijn tragische verleden bij verschillende vrouwen in de smaak, terwijl ook de Gier Victor weet te waarderen.

Renée, de literaire dochter van Terrin, is in de roman uitgegroeid tot een volwassen vrouw en een succesvolle kunstenares, die samen met haar zoon in een kasteel leeft. Haar ongeluk heeft ze weten te verwerken in haar kunst, terwijl ze haar persoon perfect weet af te schermen en dus anoniem door het leven kan gaan. Opgevoed door haar grootvader -- haar beide ouders stierven toen ze nog jong was -- die als politie-inspecteur onderzoek deed naar een terreurgroep die opvallend veel lijkt op de Bende van Nijvel, is ze altijd een zelfstandig kind met een rijke fantasie geweest. De roman start dan ook met hoe ze schijnbaar een clown oproept, die als semi-magisch element nog een rol zal spelen in het verhaal.

De manier waarop de clown een speler in het verhaal wordt, houdt Terrin lang voor zich. Net zoals hij ook de levens van Renée en Victor gescheiden houdt en toch de indruk weet te wekken dat ze alledrie met elkaar verbonden zijn, en dat vroeg of laat hun paden zullen kruisen. De manier waarop dat (eindelijk) gebeurt, mag verrassend heten zonder dat het gekunsteld overkomt. Beide verhaallijnen ontwikkelen zich volledig los van elkaar en toch is er de belofte van verbondenheid. Opvallend daarbij is de passiviteit van Victor enerzijds en de manier waarop Renée haar leven strak in handen houdt anderzijds. Want terwijl Victor nergens meer voor leeft, is Renée vastbesloten haar zoontje te beschermen en zelfstandig op te voeden.

Zoals ook in zijn eerdere romans toont Terrin zich een meester in verhaalopbouw en weet hij banale gebeurtenissen zo te beschrijven dat de lezer niet anders kan dan zich verwonderen over hoe het verder loopt. Nochtans is vooral het leven van Victor ogenschijnlijk banaal: hij staat bij de Gier in het krijt, maar zowat het hele verhaal door leeft hij als een slaapwandelaar die betrekkingen heeft met enkele vrouwen en dagelijks zijn ronde doet. In dat opzicht is de terugblik op Renées leven en haar ontwikkelend kunstenaarschap intrigerender, al weet Terrin ook hier de nadruk te leggen op haar persoonlijke leven en ontwikkeling.

In Yucca laat Terrin niet alleen de levens van twee personages, maar ook die van twee romans in elkaar vloeien. Hij neemt rustig de tijd om de verhalen met elkaar te verbinden, waarbij zelfs het magisch-realistische element (de clown) en een gevoel van onafwendbaarheid nooit de hoofdmoot van de roman vormen, maar als cruciaal plotelement pas verschijnen waar ze gewenst zijn. De manier waarop hij het als een geheel weet te brengen en op het einde zowel zijn verhaal afsluit als de mogelijkheid van een vervolg creëert, getuigt van een trefzeker vakmanschap. Terrin heeft zich doorheen zijn al bij al bescheiden oeuvre al meermaals een begenadigd schrijver getoond. Yucca is niet meer of minder dan een bevestiging hiervan.

E-mailadres Afdrukken