Adrian Goldsworthy

Augustus

7.0
Jurgen Boel - 26 april 2017

Menig politicus en veldheer heeft zich aan de eerste Romeinse keizer gespiegeld, in de hoop of verwachting dat enig talent van deze heerser op hem afspiegelen zou. Maar hoezeer Augustus ook geprezen en bejubeld wordt, toch blijven veel vragen onbeantwoord, terwijl het beeld van de nobele en wijze keizer ook niet zonder enige kanttekeningen is. Verschillende biografen hebben zich al over de keizer gebogen, maar de historische gegevens blijven schaars, en elke interpretatie zegt zo mogelijk nog meer over de biograaf zelf.

Of Adrian Goldsworthy met zijn biografie de eerste keizer eer aandoet, zal dan ook voer voor speculatie en specialisten blijven, maar met dit werk is de classicus-auteur alvast niet aan zijn proefstuk toe. Goldsworthy schreef immers eerder positief onthaalde biografieën van Julius Caesar (Gaius Iulius Caesar), Antonius en Cleopatra, naast enkele algemenere werken over het oude Rome. Dat Goldsworthy vroeg of laat ook bij Augustus zou uitkomen, verwondert niet: per slot van rekening was de toenmalige puber Octavianus niet alleen de aangenomen zoon van Caesar, maar ook een latere mede- en daarna tegenstander van Marcus Antonius en Cleopatra.

Zoals het een gedegen historicus past, zet Goldsworthy overigens meteen de puntjes op de i door op te merken dat de titel Augustus hem pas verleend werd in het jaar 27 v. C. Hij ruilde na de adoptie door Caesar zijn oorspronkelijke naam, Gaius Octavianus, in voor Gaius Iulius Caesar Octavianus, waarbij Octavianus meer dan eens weggelaten werd. De reden daartoe, zo maakt Goldsworthy duidelijk, is dat afstamming (door bloed of adoptie) binnen het Romeinse Rijk iemands positie in niet onbelangrijke mate bepaalde. Bovendien verleent de naam Augustus aan de latere keizer een betekenis die het bij leven nog niet had. Net zozeer is het fout om te spreken van een keizer of keizerrijk: Augustus noemde zichzelf immers princeps en zijn heerschappij was een principaat.

Met recht en rede staat Goldsworthy stil bij die bedenkingen, want het oude Rome verschilde op tal van vlakken van moderne maatschappijen, en zelfs begrippen als republiek of dictator hebben een andere invulling gekregen. Goldsworthy neemt dan ook geregeld de tijd om Augustus’ leven te plaatsen binnen het grotere geheel en de Romeinse gebruiken en opvattingen. Een gevolg daarvan is ook dat Augustus in de eerste helft van het boek soms een bijrol lijkt te spelen, terwijl de geschiedenis zich rondom hem afspeelt, met de opkomst en val van Caesar en de afrekeningen van het tweede triumviraat (Augustus, Marcus Antonius en Lepidus). Naarmate Augustus en Marcus Antonius meer macht naar zich toe trekken, en Lepidus op de achtergrond verdwijnt, komt Augustus (eindelijk) meer naar voor, al blijft duidelijk dat de latere keizer nog niet in de knaap ontwaakt is.

Als jonge dertiger was Augustus de facto de alleenheerser over het uitgebreide Romeinse Rijk. Na jaren van burgeroorlogen, terechtstellingen en vervolgingen snakte het Romeinse volk naar vrede en rust, wat Augustus hen maar al te graag schenken wou. Omringd door trouwe vrienden die tevreden waren met een rol op de achtergrond, wist de princeps de senaat voor zich te winnen en balanceerde zo op de slappe koord tussen alleenheerschappij en steun van de senaat. Doorheen zijn lange regeertijd slaagde Augustus erin Rome interne vrede en voorspoed te brengen, waarbij hij de noden van het volk zelden uit het oog verloor. Niet alleen volgens Goldsworthy was hij daarbij vaak als een kameleon die zijn ware kleuren verborgen wist te houden.

De veertigjarige regeerperiode van Augustus, die voorafgegaan werd door een rijk in oproer, en zijn hoge mate van alleenheerschappij, hebben hem later de titel van keizer gegeven. Zoals Goldsworthy treffend aantoont, was het nog maar de vraag of Augustus zelf een dynastie voor ogen had. Hij beschouwde zichzelf veeleer als princeps (‘de eerste’) en zijn macht groeide gestaag doorheen zijn regeerperiode, waarbij hij meer dan eens — al dan niet gespeeld — te kennen gaf dat hij de macht overdragen wou. De persoon Augustus vatten in een biografisch werk is bijgevolg geen sinecure: niet alleen was de `keizer` zich maar al te zeer bewust van zijn publiek persona waardoor zijn persoonlijkheid en denken altijd gevormd werd, maar daarenboven zijn de bronnen schaars en vaak subjectief en/of weinig accuraat. Dat Goldsworthy erin slaagt een (potentieel) accuraat beeld te geven van Augustus en dat te kaderen binnen de toenmalige opvattingen en denkbeelden, maakt van Augustus. Van revolutionair tot keizer van Rome een meer dan lezenswaardige biografie, in het bijzonder voor zij die zich aan hem wensen te spiegelen.

E-mailadres Afdrukken