Banner

Midas Dekkers

Volledige Vergunning

8.0
Jurgen Boel - 19 april 2018

Ooit had elk dorp zijn kerk en een café of drie met vaste stamgasten die zozeer met hun barkruk vergroeid waren dat ze er pas na sluitingstijd afgewrikt werden, om er zich de volgende ochtend weer op te nestelen. Het schrijden der tijd en veranderende zeden hebben dit soort dorpscafés langzaam maar zeker verbannen naar het collectieve geheugen dat erfgoed heet: voer voor nostalgici, documentairemakers en oude bromberen.

Aan documentaires heeft notoire brombeer en veelschrijver Midas Dekkers zich nooit gewaagd, al maakte hij wel furore met de televisiereeksen Midas en Gefundeness Fressen, maar enige nostalgie is hem niet vreemd. Liever dan de mooie documentaire Bedankt & Merci (2010) op zijn Hollands na te maken, heeft Dekkers een nieuw boek gewijd aan de aloude stamkroeg. Volledige Vergunning, een titel die verwijst naar een oude Nederlandse wet die bepaalde dat kroegen met een “volledige vergunning” niet alleen alcoholhoudende dranken mochten schenken, maar ze ook mochten verkopen voor thuisgebruik. Het cliché wil immers dat in elke Nederlander een zakenman schuilt, zelfs wanneer het genot betreft.

Voor Dekkers die geboren en getogen is in kroegen -- zowel zijn biologische vader als zijn stiefvader hielden een café -- blijft het een natuurlijke biotoop waar het heerlijk mensen begluren en bestuderen is en waar de samenleving zich op zijn fraaist toont. Dekkers is er zich ook van bewust dat de kroeg die hij kende langzaam maar zeker plaatsmaakt voor andere etablissementen en dat de deftige dames en heren van weleer zich niet langer subtiel vol laten gieten, hoed bij het verlaten van de bar in de hand. Volledige Vergunning is dan ook zijn ode aan een andere eeuw en andere gewoontes, waarbij hij gewoontegetrouw de nodige biologische weetjes en feitjes in het rond strooit, al was het maar om duidelijk te maken dat de mens ook maar een dier is, een mal eentje bovendien.

Per slot van rekening is het café ook een drinkplaats waar dieren samen komen en een aantal ongeschreven regels gelden. Zo kan het eeuwen duren vooraleer een nieuwe klant in het selecte clubje van stamgasten opgenomen wordt en kan op het profiteren van rondjes een levenslange verbanning staan. Voor wie opgroeit in een bar zijn er dan weer genoeg “ooms” en “tantes” om van te profiteren of een wit voetje te halen, waarmee Dekkers meteen subtiel het idee onderuit haalt dat het gezin ooit de hoeksteen van de samenleving was. Het rookverbod om gezondheidsredenen lijkt Dekkers al even grote onzin, net als de beteugeling van dronkenschap die vooral lijkt ingevoerd te zijn om morele redenen. Het is kort door de bocht, maar wel amusant wanneer Dekkers brommend en mopperend zijn denkoefeningen uit elkaar zet. Het is niet moeilijk in te zien dat hij zich bewust van de overdrijving bedient om een punt te scoren.

De liefde voor de verdwijnende kroeg is op zowat elke pagina terug te vinden. Dekkers rouwt om wat verloren dreigt te gaan en vaak ingeruild wordt voor haast steriele eenheidsworst, ontdaan van elke charme. Toch blijft er ook hoop doorschemeren, want Dekkers zou geen bioloog zijn die de mens als studieobject heeft, mocht hij niet doorheen heel zijn boek aandacht gehad hebben voor hoe de mens nog steeds hetzelfde is als eeuwen geleden. Dat hij dus ook diep vanbinnen verlangt naar een schemerig, bruin café dat geborgenheid en vertrouwen uitstraalt. Volledige Vergunning is in die zin dan ook niet louter een ode aan de kroeg van weleer, maar ook aan zijn bewoner en klant, de mens. Badinerend en monkelend zoals steeds blijft Dekkers zich vrolijk maken over de wereld, in het volle besef dat hij er zelf volop deel van uitmaakt, zij het bij voorkeur in een hoekje van de bar met een jenever voor zijn neus.

E-mailadres Afdrukken