Banner

John Prevas

De dure eed van Hannibal

8.0
Jurgen Boel - 06 september 2018

“Ceterum censeo Carthaginem esse delendam” ofte “Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden” heeft het nooit echt tot het niveau van “Alea iacta est” of “Veni, vidi, vici” geschopt, zelfs niet in zijn kortere vorm “Carthago delenda est”. Nochtans verwijst de aan Cato de oudere (Cato Maior) toegeschreven uitspraak naar een gebeurtenis die voor het Romeinse Rijk haast even verstrekkende gevolgen had als het oversteken van de Rubicon door Caesar. Carthago, dat symbool stond voor het Carthaagse rijk, was omstreeks de achtste eeuw v.C. gesticht door de Feniciërs en in de volgende eeuwen uitgegroeid tot de belangrijkste rivaal van Rome.

Vanaf ongeveer 500 v.C. begon Carthago (in het huidige Tunesië) het Middellandse Zeegebied steeds meer voor zichzelf op te eisen, waardoor het in conflict kwam met de Grieken om de macht op Sicilië (de Grieken bezaten kolonies in het zuiden van het latere Italië). De Siciliaanse Oorlogen die hierop volgden, eindigden in het voordeel van Carthago, maar lieten de Grieken wel een deel van Sicilië behouden. Toen de Griekse legeraanvoerder Phyrrus de Griekse koloniën in het zuiden van Italië te hulp kwam en ondanks zijn overwinningen zware verliezen leed (de latere Pyrrhus-overwinning), besloot hij zich eerst op Sicilië en Carthago te richten. Ook hier beet hij na initiële successen in het stof, zodat hij na een laatste verloren gevecht tegen Rome terugkeerde naar Griekenland met als belangrijkste erfenis een hertekenen van de dominante machten. Voor Carthago golden de oorlogen als een bestendiging van haar macht, maar het verleende ook aan het opkomende Romeinse Rijk een nieuwe faam die zou uitmonden in de Punische Oorlogen en de vernietiging van Carthago.

De eerste Punische oorlog (264-241 v.C.) vond voornamelijk op zee plaats en zou na de nederlaag van Carthago leiden tot het verlies van Sardinië en Sicilië, en -- ongetwijfeld nog belangrijker -- het verlies van de alleenheerschappij over het Middellandse Zeegebied. Het verlies aan macht en invloed zou diepe sporen nalaten en een directe invloed uitoefenen op het verloop van de tweede Punische Oorlog. Niet in het minst door de Carthaagse generaal Hamilcar Barkas, die diende in de eerste oorlog en zich onderscheidde in de verovering van belangrijke delen van Hispania (Spanje en Portugal). Op deze tocht werd hij vergezeld door zijn jonge zoon Hannibal, die hij volgens de legende tegenover de god Baäl (aan wie naar verluidt kinderoffers gebracht werden) liet zweren voor eeuwig een vijand van Rome te zijn. De controle over Hispania leverde Carthago niet alleen rijkdommen op, maar vergrootte ook de macht van de familie Barkas, zodat Hannibal na de dood van zijn vader snel wist op te klimmen in het Carthaagse leger om zo zijn gelofte stand te houden.

Vastbesloten Rome te vernietigen, ontwierp Hannibal een vermetel plan, samen met een leger dat ongeveer twintig maal kleiner was dan het Romeinse (volgens oude bronnen was Hannibals leger ongeveer 100.000 man sterk, al wordt dat cijfer sterk in twijfel getrokken) en zevendertig olifanten zou hij over de Alpen trekken om Rome vanuit Noord-Italië aan te vallen. Rome mocht dan wel het zuiden onder controle hebben, in Noord-Italië waren het nog steeds Galliërs -- met wie Rome een weinig stabiele verstandhouding had -- die het gebied beheersten. Hannibal hoopte zijn kleinere leger aan te vullen met (ontevreden) Gallische (en andere) stammen uit Italië. Nog voor hij aan de Alpen aankwam, was zijn leger reeds danig geslonken -- het waren voornamelijk huurlingen met weinig tot geen trouw -- maar de grootste klap diende nog te komen. Volgens voorzichtige schattingen verloor Hannibal immers meer mannen tijdens de tocht over de Alpen en gevechten met de daar levende stammen, dan in zijn latere gevechten met de Romeinen.

De legendarische tocht van Hannibal maakte hem onsterfelijk, maar voor hem noch de Romeinen eindigde het verhaal daar. Ondanks een klein leger was Hannibal tijdens de eerste veldtochten immers enorm succesvol in zijn campagne, maar waar hij geen rekening mee had gehouden, was dat de Romeinen niet alleen vastbesloten waren hem te allen tijde te bestrijden. Daarenboven hadden ze ook nog eens logistiek voordeel -- waar zij een “continue” stroom van soldaten hadden, was Hannibal zo goed als afgesloten van zijn Carthaagse kompanen. Bovendien wist Rome de Italiaanse bondgenoten van Hannibal een voor een opnieuw voor zich te winnen (al dan niet met geweld), waardoor zijn isolement nog verhoogde. Ondanks haar succesvolle strategie tegen Hannibal slaagde Rome er echter maar niet in hem de beslissende slag toe te brengen, wel was ze in er intussen in geslaagd om de oorlog in belangrijke mate niet alleen te verplaatsen naar Hispania en Noord-Afrika, maar ook naar de zee, waardoor Hannibal zich (onder druk van Carthago) genoodzaakt zag na zeventien jaar strijd onverrichterzake naar huis terug te keren.

De tweede Punische oorlog (218-201 v.C.) eindigde (opnieuw) in een verlies voor Carthago, maar Hannibal werd weinig aangerekend. Nauwelijks zesenveertig jaar oud ontpopte hij zich tot een staatsman die Carthago hervormde en een einde maakte aan de belangrijkste bronnen van corruptie. Door zijn beleid maakte hij zich weliswaar niet populair bij een aantal (oude) machtshebbers, maar wist hij wel de schattingen te betalen die Rome hen oplegde zonder de bevolking in armoede te drijven. Hannibals hervormingen en beleid waren zo succesvol dat Carthago zich in nauwelijks vijf jaar volledig hersteld had. Rome zag in de snelle heropleving van Carthago en het succes van Hannibal echter een bedreiging en wist haar vijanden zover te krijgen dat hij verbannen werd, waarna hij in Bithynië (in het huidige Turkije) na een tiental jaar zelfmoord pleegde om niet in de handen van de Romeinen te vallen.

De levensloop van Hannibal is al lang en breed bekend, zijn reputatie snelde hem vooraf en zelfs zijn meest fanatieke Romeinse tegenstanders konden niet anders dan zijn militair vernuft en strategisch inzicht roemen. Zijn tocht doorheen de Alpen was gedurfd en -- ondanks de zware verliezen -- lang succesvol. De bereidheid van de Romeinen om leger na leger tegen hem in te zetten en zijn geïsoleerde positie op vijandelijk terrein zouden hem finaal de das om doen. In De dure eed van Hannibal staat dan ook niets nieuws te lezen. Toch is John Prevas' boek meer dan de moeite. Zoals hijzelf immers geregeld (en soms op het nodeloze af) moet onderstrepen is Prevas niet alleen geïntrigeerd door de figuur Hannibal, maar heeft hij ook diens tocht overgedaan (weliswaar zonder olifanten en met modern vervoer). Het is die fascinatie die het hele verhaal van Hannibal en zijn verdiensten nieuw leven inblaast en voorbij het bijna anekdotische “Hannibal trok over de Alpen met olifanten” kijkt. Deze biografie van Hannibal geeft wel een degelijk onderbouwde en boeiende inkijk in het leven van een van de grootste veldheren uit de klassieke oudheid.

E-mailadres Afdrukken