Banner

Matt Haig

Het eeuwige leven

7.0
Jurgen Boel - 27 september 2018

Met bijna twintig titels op zijn naam -- in zowel het fictie- als non-fictiegenre en daarenboven met zowel een kinderen- als volwassenenpubliek -- mag de Britse auteur Matt Haig zich zonder meer een geslaagd auteur noemen. Meer nog daar zijn openhartige reflectie op zijn depressie Reasons To Stay Alive (2015) een heuse bestseller werd, net zoals het kinderboek A Boy Called Christmas (eveneens 2015) dat momenteel verfilmd wordt door Studio Canal, het productiehuis dat mogelijks ook filmplannen heeft voor het recente How To Stop Time (2017).

Die laatste is onder de titel Het eeuwige leven in het Nederlands verschenen en geldt als een van de zevental boeken van Haig die vertaald zijn. Een grote naam in het Nederlandstalige taalgebied is Haig dus nog niet, al lijkt uitgeverij Lebowski er alvast in te geloven. Na de voorbije jaren Wezens (The Humans, 2015) en het eerder vermelde Redenen om te blijven leven uitgebracht te hebben, publiceert ze dit jaar zowel Haigs laatste roman als diens non-fictiewerk Planeet Paranoia (Notes On A Nervous Planet, (2017)). In hoeverre dat vertrouwen gegrond is, moet uiteraard nog blijken, maar Het eeuwige leven stelt vooralsnog niet teleur, ook al grijpt Haig terug naar enkele van de klassieke ingrepen eigen aan het verhaal van een `onsterfelijk en oud` personage. In dit verhaal staat immers het leven van Tom Hazzard centraal, een man die al meer dan vierhonderd jaar leeft (sinds 1581 om precies te zijn) en er toch niet ouder dan veertig uitziet. Maar Hazzard is niet eeuwig jong noch onsterfelijk, hij veroudert gewoon gruwelijk traag.

Het vertraagde verouderingsproces geeft een interessante wending aan de onsterfelijken-insteek, al weet Haig dit niet ten volle te benutten. Zo wordt al snel duidelijk dat de ontluikende liefde en interesse tussen Hazzard, die voorwendt een geschiedenisleraar te zijn, en de lerares Frans Camille Guerin uit zal komen, in het bijzonder omdat Guerin (niet verwonderlijk) vermoedt dat Hazzard meer is dan hij laat uitschijnen. En ook de geheime organisatie van de langlevenden die Hazzard helpt met het uitbouwen van zijn opeenvolgende identiteiten is niet zo onschuldig als ze lijkt, al maakt Haig dat laatste alvast met bijna zoveel woorden snel duidelijk via de twijfels van Hazzard. Die laatste is overigens niet de grote denker, briljante manipulator of mysterieuze identiteitskameleon die men zou verwachten, maar bovenal een Jan Modaal die toevallig heel lang heeft weten te leven en overleven.

Dat laatste verleent aan Hazzard een soort sympathie en herkenbaarheid die zijn semi-onsterfelijkheid haast doet vergeten. Bovendien loopt Hazzard wel enkele grote namen uit de geschiedenis tegen het lijf, maar blijven die ontmoetingen vaak beperkt en realistisch. Zo duikt Shakespeare (Haig herwerkte eerder al werken van de bard in zijn romans) kort op als een werkgever voor Hazzard door hem een baantje als muzikant te geven, terwijl F. Scott Fitzgerald met Hazzard louter een praatje in een Franse bar slaat (Hazzard is er de vaste pianist), alvorens terug uit diens leven te verdwijnen. De reden hiervoor is even eenvoudig als voor de hand liggend, zo maakt Haig/Hazzard duidelijk: wie onmerkbaar veroudert, zoekt best het spotlicht niet op wil hij geen vervelende vragen krijgen over hoe het komt dat hij bijvoorbeeld op deze of gene foto van weleer prijkt.

Het is een van de subtielere elementen die Haigs roman onderscheiden van de minder inventieve verhalen. Ook in de voor het genre typerende tijdsprongen tussen het heden en een (ver) verleden komen niet echt storend over. Uiteraard bouwt Haigh op die manier een zekere spanning op en licht hij door de niet-lineaire vertelstijl slechts met mondjesmaat het leven van Hazzard toe (inclusief enkele donkere geheimen), maar het oogt nergens gratuit of puur op effect. Haig heeft duidelijk nagedacht over het soort leven dat hij Hazzard wenste te geven en hoe hij door zijn `aandoening` nu eenmaal bepaalde overlevingsinstincten moest aankweken die even hard als noodzakelijk zijn. In het bijzonder de prijs van de eenzaamheid weet Haig daarbij treffend weer te geven.

Wat Het eeuwige leven boeiend maakt, is dan ook dat Haig goed heeft nagedacht over de nadelen die aan een eeuwig aanvoelend leven vasthangen en die vaak over het hoofd gezien worden. Haigs hoofdpersonage is veeleer een slachtoffer van zijn lot dan dat hij er meester van is. Doorheen de roman worden vooral het verlies en de vlucht tastbaar en niet het genot lang te leven of het genoegen om op de eerste rij van de geschiedenis te kunnen zitten en het na te vertellen. Toch maakt die aparte insteek van Het eeuwige leven niet meteen grootse literatuur, daarvoor is Haig te veel een vakman zonder echte bevlogenheid. Hij weet hoe een verhaal te vertellen en kan een aparte insteek aanleveren, maar daarna stokt de motor en krijgt de roman een doordeweekse uitwerking. Het maakt van Het eeuwige leven een aangename en vlotte leeservaring die de tand des tijds niet zal weerstaan, maar -- zoals Tom Hazzard duidelijk maakt -- het eeuwige leven is nu eenmaal allesbehalve een geschenk.

E-mailadres Afdrukken