Banner

Suetonius

Keizers van Rome

7.0
Jurgen Boel - 04 april 2019

Het leven van de rijken en machtigen heeft de mensheid altijd al geboeid. Nog voor de media zich in steeds meer vormen ontwikkelden, waren er al roddels en geruchten, wilde verhalen en feitelijke overleveringen. Het is maar een van de bronnen waar goede biografen zich doorheen ploegen om een waarheid te vinden die het onderwerp van hun biografie in een bepaald licht plaatst. Maar niet elke biograaf is geïnteresseerd in het onthullen van een waarheid of het vertellen van een verhaal, voor sommigen onder hen volstaat niet meer dan een loutere opsomming waarbij het aan de lezer is om keuzes te maken.

alt

Geen werk onderschrijft dit duidelijker dan De vita Caesarum (Over het leven van de twaalf Caesars) van Gaius Suetonius Tranquillus die in het jaar 121 verscheen ten tijde van Hadrianus` heerschappij. Suetonius is naar alle waarschijnlijkheid rond het jaar 69 geboren in het hedendaagse Algerije als zoon van een lid van de ridderklasse (lagere Romeinse adel). Als vriend en medewerker van de senator Plinius de jongere had hij toegang tot verschillende bronnen en manuscripten waarvan hij dankbaar gebruik maakte voor het schrijven van zijn eigen werken. Naast zijn biografie van Romeinse keizers publiceerde hij immers ook werken over onder meer dichters, grammatici, geschiedschrijvers en filosofen. Daarnaast verschenen ook werken over allerlei gebruiken en instellingen, zoals de Griekse spelen, wagenrennen en zelfs het Romeinse kalenderjaar en scheldwoorden.

De meeste werken van Suetonius zijn tussen de plooien van de tijd verloren geraakt, waarbij slechts via overleveringen van latere auteurs enigszins zijn omvattende en encyclopedische oeuvre te achterhalen valt. In feite geldt zijn keizersbiografie als zowat zijn best bewaarde werk, al mag ook daarbij opgemerkt worden dat lemma`s verloren zijn gegaan (in de eerste plaats bij zijn biografie van Julius Caesar). Dat bij de latere keizers de informatie summierder wordt, heeft volgens sommige moderne auteurs dan weer te maken met het feit dat Suetonius later in zijn carrière om de een of andere reden minder in de gunst kwam te liggen bij keizer Hadrianus, waardoor zijn toegang tot de keizerlijke archieven en dus ook zijn bronnen ernstig verstoord werden. Het is een omstreden theorie die ironisch genoeg onderstreept hoezeer het leven van de biograaf Suetonius zelf een onderwerp van studie geworden is.

Als biograaf brengt hij het er ,naargelang de visie, overigens heel beroerd dan net heel goed van af. Bij geen enkele keizer, zelfs bij Nero en Caligula, laat Suetonius zich uitgesproken negatief uit. Veeleer laat hij het aan de lezer over om zelf een beeld te vormen en biedt hij zonder enig onderscheid alle informatie aan die hij daarbij voorhanden had. Zo goed als altijd gaat hij daarbij op dezelfde manier aan de slag, waarbij hij puntsgewijs tewerk gaat en de chronologie weinig respecteert. Zo valt op hoe hij na een korte samenvatting van het leven van de caesar in kwestie overgaat tot een onderverdeling in rubrieken waardoor bepaalde fases in de regeerperiode van een keizer verschillende keren aan bod komen, zij het telkens vanuit een ander standpunt. Hierbij komen ook de positieve en negatieve aspecten van elke keizer aan bod, waarbij Suetonius zelfs geen onderscheid maakt tussen feiten, roddels en achterklap.

Wie een duidelijk overwogen beeld van de behandelde keizers hoopt te vinden, is bij Suetonius aan het verkeerde adres. Als een encyclopedist verzamelt en rangschikt hij alle beschikbare informatie zonder onderscheid of veel kritische zin. Ook de schrijfstijl van Suetonius laat wel eens te wensen over, in die zin dat hij zo nuchter en zakelijk schrijft dat het niet mag verbazen dat hij zowat zijn hele leven als Romeins staatsambtenaar gediend heeft. Toch heeft de aanpak van Suetonius eeuwenlang navolging gekend, in het bijzonder daar hij net wars van franjes en eigen voorkeuren of enige vooringenomenheid schreef. Voor Suetonius gold alleen wat overgeleverd was. Het was niet aan hem om te oordelen of zaken al dan niet weggelaten moesten worden.

Wervende literatuur kan Keizers van Rome bezwaarlijk genoemd worden, maar om het boek daarom meteen als niet relevant aan de kant te schuiven, is meer dan een brug te ver. Uiteraard zal een moderne lezer meer hebben aam hedendaagse biografieën van Romeinse keizers, maar daar sluipt vaak ook een zekere vooringenomenheid in die in het bijzonder voor keizers als Nero en Caligula lange tijd nadelig uitviel. Suetonius daarentegen maakt op zijn manier duidelijk dat beide keizers zeker niet louter of zozeer monsters waren en dat hier net als bij elke overlevering men geducht moet blijven voor interpretaties en als waarheden overgeleverde roddels en achterklap. Bovendien is het boeiend te lezen hoe bijna-tijdgenoten over keizers dachten die bijna tweeduizend jaar later nog steeds tot de verbeelding spreken.

Hoewel Suetonoius`werk in de eerste plaats relevant is voor historici en academici, die zich bovendien op het originele Latijnse schrift baseren, kan ook de geïnteresseerde leek hier zeker relevante infomatiebrokjes rapen. Naast de al vermelde `nuancering` gaat hij immers ook in op het Romeinse leven van toen en de gebruiken waardoor er ook een beter beeld ontstaat van de samenleving waarbinnen deze keizers leefden en heersten en hoe men aan politiek bedreef (inclusief de vermelde laster). Wie zijn biografieën literair wenst, is weliswaar beter af met Tacitus, maar de zakelijke en encyclopedische aanpak van Suetonius heeft hoe dan ook zijn merites.

E-mailadres Afdrukken