Banner

Frank Thilliez

Het Gruwelhuis

jurgen boel - 15 augustus 2007

Thrillers en misdaadromans worden al lange tijd met een zeker dédain bekeken door zij die betere roman verkiezen. Op Eco’s De naam van de roos en Thomas Harris’ "Hannibalverhalen" na, bereikt dit segment van literatuur nog steeds vooral de liefhebbers, een enkele hype niet te na gesproken.

De vele positieve recensies, literaire prijzen en de op til staande verfilming maken duidelijk dat Het Gruwelhuis van de Franse auteur Franck Thilliez één van die romans is die zijn eigen genre weet te overstijgen en een ruimer publiek weet aan te spreken. Helaas maakt het boek die belofte nergens waar en wordt er vooral op veilig gespeeld: Thilliez schuwt duidelijk de gemeenplaatsen niet.

Het boek start nochtans veelbelovend wanneer twee ontslagen werknemers (Vigo Novak en Sylvain Coutteure) na enkele vandalenstreken — ze bekladden de buitenmuur van het bedrijf waar ze werkten — een ongeluk veroorzaken en daardoor een gruwelijke bal aan het rollen brengen, die niet alleen meerdere levens zal verwoesten maar hen ook genadeloos zal achtervolgen. Thilliez vervalt na deze interessante premisse echter in clichématige beschrijvingen waarbij vooral het hoofdpersonage Lucie Hennebelle meer dan eens aan een ruw geschetste versie van Clarice Starling (uit Harris’ boeken) doet denken.

Thilliez heeft dan ook duidelijk de boeken van Harris en consoorten geabsorbeerd alvorens zelf aan de schrijftafel te gaan zitten. En dus poneert Hennebelle de ene wetenswaardigheid na de andere over seriemoordenaars en verklaart ze gaarne aan haar onwetende collega’s hoe de psyche van deze wezens werkt. Maar waar Harris als een klinisch analist de vinger op de wonde legt en weet waarover hij spreekt, overstijgt Thilliez nergens de anekdotiek.

En daar verzuipt een deel van zijn verhaal ook in. De jacht op de moordenares — in het boek wordt consequent over "zij" en "het Beest" gesproken wanneer de dader in beeld komt — is van bedroevende kwaliteit en overduidelijk gericht op een publiek dat van cliffhanger naar cliffhanger huppelt zonder zich al te veel om logica te bekommeren. Wanneer Thilliez zich echter richt op Novak en Coutteure, die alles toevallig in gang gezet hebben, weet hij veel beter de juiste snaren te raken, en krijgt het verhaal enkele knappe film noir-allures.

Thilliez kan zeker schrijven maar in zijn poging om een intellectuele misdaadroman te schrijven waarbinnen er ruimte is voor én een grimmig verhaal over hebzucht én een grotesk verhaal rond een seriemoordenaar, vertilt hij zich maar al te duidelijk. Daarenboven is het boek zozeer gericht op een verfilming dat het soms wel lijkt alsof er een screenplay in plaats van een roman gepubliceerd werd.

Het Gruwelhuis leest met een rotvaart weg, maar laat een onbevredigende leegte achter. Het is vreemd om vast te stellen dat net dit boek een ruimer publiek weet te bereiken terwijl er ongetwijfeld een pak interessantere auteurs zijn die een uitgemolken thema als seriemoord wél met de nodige flair of diepgravendheid weten te brengen. Maar ach, nu de zomer toch maar niet wil zomeren, kan Thilliez’ roman misschien wel voor een paar uurtjes verpozing zorgen.

E-mailadres Afdrukken