Banner

Vivian Maier. De ontdekking van een fotografe

Sint-Pietersabdij, Gent

7.5
Guy Peters - 24 juli 2014

Geen naam rolde de voorbije jaren in de wereld van de fotografie zo vaak over de tongen als die van Vivian Maier. Sinds de ontdekking van haar werk, amper een half decennium geleden, is ze uitgegroeid tot een fenomeen in de kunstwereld, goed voor drukbezochte tentoonstellingen, een aantal boeken, korte documentaires én een langspeelfilm die het uitstekend doet in het filmfestivalcircuit, Finding Vivian Maier. Na Gallery Fifty One (2013), biedt nu ook de Sint-Pietersabdij van Gent een overzichtstentoonstelling van deze ‘Mary Poppins met een camera’.

Niemand had er een idee van dat Vivian Maier (1926-2009) ooit gefotografeerd had, tot ene John Maloof in 2009 een doorbraak forceerde met ontwikkelde negatieven die hij twee jaar ervoor bij een veiling op de kop had getikt. Het werk sloeg in als een bom. De net ervoor overleden Maier werd een sensatie en door sommigen meteen gebombardeerd tot een van de beste straatfotografen van de twintigste eeuw. Om daar dergelijke uitspraken over te doen, is het vermoedelijk nog wat vroeg (al heb je maar een handvol foto’s nodig om te zien dat ze immens getalenteerd was), maar het zijn niet enkel de foto’s, maar ook de verhalen over en rond Maier die de verbeelding beroeren.

Over de gouvernante is immers weinig bekend. Ze bracht een deel van haar jeugd door in de Alpen en ging, aan het begin van de jaren vijftig, toen ze startte als gouvernante in de Verenigde Staten, ook aan de slag met haar eerste camera. Ze had blijkbaar geen familie of vrienden en zelfs voor haar werkgevers was het een geheim hoe ver haar obsessie voor fotografie ging. Op basis van de hoeveelheid nagelaten werk wordt geschat dat zowat al haar geld opging aan filmrolletjes en apparatuur. Het meest frappante is dat deze gesloten, wat schuwe vrouw, als hoofdonderwerp net de mens nam. De expo, die vooral inzoomt op haar stadsfotografie in de jaren vijftig en zestig, voelt dan ook aan als een logboek van een half zichtbare vrouw die zich geruisloos onder de mensen begeeft, zorgvuldig documenterend met haar camera.

Haar stijl is spontaan, ‘anoniem’ en toegankelijk. Vrij van maniërisme, maar ook van al te nadrukkelijke processen, experimenten, politiek of concepten. Dat geeft haar stadsfoto’s een onweerstaanbare en pretentieloze naturel, maar misschien missen ze daardoor ook de rijke gelaagdheid en vormexperimenten die je wel terugvond bij leeftijdsgenoten als Diane Arbus, Garry Winogrand en William Klein. Maier gaat nergens zo ver in de confrontatie met haar subjecten als Klein, zoekt niet zo sterk de marginaliteit op als Arbus en mijdt de abstractie van een Friedlander, al krijg je ook een paar foto’s te zien die toch experimenteren met licht, lijnen en texturen.

Maiers stelde dus de mens centraal. Daarbij valt op dat ze vaak portretten van individuen trok, vaak in vrij statische beelden. Opnieuw een opmerkelijk verschil met de, vol bewegingen en sociale interactie gestoken, beelden van o.m. Klein en Winogrand. Door die meer ingetogen en klassieke aanpak leunt ze meer aan bij het werk van Helen Levitt en Robert Frank, dat ook al sterk geïnspireerd was door de Europese voorgangers. Het is ook niet de zelfkant die primeert, al is er wel een voorkeur voor figuren die zich dichter bij de marge begeven en, net als bij Levitt, kinderen. Door het feit dat ze haar Rolleiflex (die je scherp stelde door er langs boven in te kijken) tegen de borst hield, lijken zij vaak de sterren van haar foto’s, terwijl volwassenen in een ander perspectief (vanuit een lager standpunt) geportretteerd worden. Doordat de camera lager hing is er vaak geen directe confrontatie met het subject, dat de blik doorgaans hoger richtte dan de camera.

De vraag die het meest relevant lijkt, is dan ook wat voor iemand Maier was, wat haar doel was, haar visie op mens en kunst. Soms lijkt het dat het fotograferen van mensen een levenslange compensatie was voor een onwil of onvermogen om actief deel te nemen aan de maatschappij en het sociale leven. Een outsider status met haast antropologische neigingen, alsof Maier met haar foto’s en filmpjes (een paar discreet registrerende voorbeelden daarvan zijn ook te zien in Gent) wil tonen: “Kijk, dit zijn mensen en dit is hoe ze zich gedragen”. Er zijn hier en daar een paar foto’s waarvan je voelt dat ze met geduld in beeld gebracht werden, of waarvoor ze vast een hele tijd moest wachten om dat bepalende moment vast te leggen, maar de algemene indruk van spontaniteit overheerst. Dat ze zelf slechts een fractie van de foto’s ontwikkelde, bevestigt de indruk dat het fotograferen op zich belangrijker was dan het tastbare resultaat.

Opvallend is ook het grote aantal zelfportretten in haar werk, doorgaans via spiegels, vitrines, etc. Intussen is dat een cliché, maar bij Maier was het duidelijk een manier om zichzelf te positioneren. Haar gelaatsuitdrukking is doorgaans neutraal en vrij van emotie, soms een beetje bedrukt. Een enkele keer zie je een glimlach (een foto waarin ze zichzelf vindt in een spiegel die door een werkman langs gedragen wordt), alsof ze plezier beleeft aan de gelukkige vondst. Een eerder zeldzaam moment van humor, dat je wel vaker ziet terugkomen in de beperkte greep uit haar latere kleurenfotografie.

Verrassingen biedt de expositie weinig: zowat alle bekende beelden van Maier die al opdoken als posters, omslaghoezen en postkaarten zijn aanwezig, waardoor het niet zozeer een ontdekkingsreis is, maar eerder een dwarsdoorsnede biedt (de expo werd dan ook als overzichtstentoonstelling aangekondigd). Het beeld van Maier als ruwe diamant wordt er wel nog eens door versterkt, dus hopelijk gunt de toekomst een nog betere inkijk in het werk van dit opmerkelijke enigma.

De tentoonstelling loopt nog tot 17 augustus. Meer info hier.

E-mailadres Afdrukken