Hugault & Yann

Edelweiss: 2. Sidonie

6.0
Thomas Bartosik - 24 maart 2013

Met Sidonie krijgen we het tweede deel van een van de vele vliegtuigstripreeksen van Hugault voorgeschoteld. Ook Edelweiss kan gecatalogeerd worden als een middelmatige, brave strip.

In deel 1, Valentine, was het nog niet helemaal duidelijk of het verhaal voldoende zou doorwegen. Het geronk van de vliegmachines droop van de pagina's af; verder diende het eerste deel enkel om de personages te schetsen. In Sidonie begint duidelijk te worden waar de auteurs naartoe willen met het relaas over de twee broers Castillac, beiden piloot. De heren vechten aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog, al dient enkel Henri bij de Franse luchtmacht. Zijn tweelingbroer Alphonse is na een incident overgeplaatst naar een tankdivisie. In dit tweede deel van de driedelige reeks komen we te weten waarom Alphonse geen deel meer mocht uitmaken van het beruchte Ooievaarseskader.

Dat er vrouwen mee gemoeid zijn, mag al blijken uit de titels. Niet verwonderlijk trouwens, gezien Hugaults vroegere werk. De man tekende in het verleden al vaak rondborstige vrouwen in de nabijheid van historische vliegtuigen (en vulde er zelfs een solotentoonstelling mee). Ook in Sidonie krijgen we hier en daar vrouwelijk bloot te zien en zelfs een vruchtbare poging tot toetreding tot de Mile High Club. De bewuste vlucht loopt echter slecht af. Wanneer Henri op het slagveld door een Duitse piloot wordt uitgedaagd, komen alle eerdere verhaallijnen samen. Slechts één personage dient nog geduid te worden: op de een of andere manier zal ook de Duitse Walburga -- verpleegster aan het front, grote borsten, zwaar geschminkt en een tatoeage van een edelweiss op de arm -- een plaats krijgen in deze semi-spannende oorlogsstrip.

Net als bij de reeks Le Grand Duc (in het Nederlands vertaald als De Nachtuil en eveneens uitgegeven door Silvester) tekent Yann voor het scenario. Hugault zorgt voor de pseudo-realistische tekeningen. De tekenaar is de zoon van een Franse luchtmachtpiloot en groeide op tussen het lawaai van opstijgende vliegtuigen. Zijn grote interesse voor het luchtvaartwezen uit zich in zijn strips in een ruime aandacht voor de technische details van de ijzeren gevaartes. Dat maakt dat de onderdeeltjes van een cockpit zorgvuldiger aan het blad worden toevertrouwd dan pakweg de bijzonderheden van een emotie in het gezicht van een hoofdpersonage. Het contrast is op zijn minst gezegd bevreemdend.

Bij het weergeven van de luchtgevechten durft Hugault de bladspiegel ten dienste te stellen van het verhaal. Daardoor zijn de confrontaties tussen de Ooievaar van Henri en de Duitse tweedekkers de pakkendste passages uit de strip. Tussendoor moeten we het stellen met net iets te steriele plaatjes waarin de karakters van de hoofdrolspelers te weinig vorm krijgen, al is dat misschien niet eens relevante kritiek voor al wie gefascineerd is door de afgebeelde machinerie. Hoe dan ook, die gladde, weinig tot de verbeelding sprekende figuren zijn een oud zeer bij Hugault. Misschien is het hoog tijd om eens een vliegtuig te promoveren tot protagonist?

Silvester, 2012 Metadata:
E-mailadres Afdrukken