De Blauwbloezen 50

De klopjacht (Lambil & Cauvin)

Marc Bastijns - 25 september 2006

Met De Klopjacht vieren sergeant Chesterfield en korporaal Blutch hun vijftigste album. Deze uitzonderlijke verjaardag was voor goddeau de geschikte gelegenheid om het nieuwste deel van deze klassieke stripreeks eens onder de loep te nemen.

In 1968 verschenen de eerste verhalen over het komische duo soldaten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. De combinatie van humor en historische precisie maakte van De Blauwbloezen al snel een publieksfavoriet in het weekblad Robbedoes. Wanneer Louis Salvérius in 1973 overleed, nam de jonge tekenaar Lambil (echte naam Willy Lambillotte) het van hem over. Vanaf het vijfde album, De deserteurs, stond hij in voor het tekenwerk. De Blauwbloezen was ook een van de eerste creaties van later successcenarist Raoul Cauvin. Terwijl hij in de jaren tachtig en negentig vooral met gagseries als Vrouwen in’ t Wit en G.Raf Zerk opgang zou maken, maakte hij eerst naam met langere verhalen voor onder meer De Blauwbloezen en Sammy. De combinatie van goed uitgewerkte personages en verrassende plots sloeg meteen aan en maakte De Blauwbloezen tot een klassieker in het fonds van Dupuis.

In De klopjacht worden de immer vlijtige sergeant Chesterfield en de beroepsdeserteur Blutch ingeschakeld om hun gevluchte medesoldaten terug tot de orde te roepen. Het spreekt voor zich dat het gekibbel tussen beide mannen hen moeilijkheden bezorgt. Opnieuw serveren de Lambil en Cauvin ons dus een klassiek maar oerdegelijk stripverhaal dat een waardige aanvulling vormt voor de 49 eerder verschenen delen. Zoals vaker vormt ook hier een mislukking bij de hoogste legerofficieren de aanleiding voor een avontuur vol misverstanden en situatiehumor.

De Blauwbloezen is een van de zeldzame klassieke stripreeksen die nog maar weinig aan charme heeft ingeboet. Ondanks de nu al vijftig albums slagen de auteurs er elke keer opnieuw in om een lezenswaardig avontuur af te leveren. Daarbij valt op hoe weinig de wereld van de Blauwbloezen verandert. Nu en dan duikt bijvoorbeeld Miss Appleton, Chesterfields platonische liefde, weer eens op. Grote veranderingen vallen op dat gebied echter nooit te verwachten, hun liefde zal steeds onbereikbaar blijven. Net deze vertrouwdheid en herkenbaarheid zorgen er dan ook voor dat de reeks de lezers blijft boeien en nog steeds nieuwe lezers weet aan te spreken. Zelfs De klopjacht blinkt uit in een grote toegankelijkheid en verliest nergens nieuwe lezers door een overdaad aan verwijzingen naar eerdere delen.

Het is natuurlijk niet meer dan logisch dat af en toe een album de mist in gaat, maar toch kleeft aan De Blauwbloezen niet de muffe lucht van overjaarse geldkoeien. Vooralsnog blijven Chesterfield en Blutch op hun vijftigste even springlevend als bij het verschijnen van het eerste deel.

E-mailadres Afdrukken