Nino

Het Amerikaanse avontuur

9.0
Joris Vanden Broeck - 10 april 2018

De nostalgie die de wereld in zijn greep heeft, is ook in het beeldverhaal op te merken. De ene na de andere jeugd- en familiestrip uit lang vervlogen tijden wordt opnieuw op de markt gebracht. Waar dat in sommige gevallen vooral de toenmalige knulligheid voor het voetlicht brengt, heeft Nino na meer dan twintig jaar zijn initiële frisheid behouden en is Het Amerikaanse avontuur een waar leesplezier.

Doet Nino nog een belletje rinkelen? Het is het geesteskind van Hec Leemans en Dirk Stallaert, een duo dat slechts kortstondig samenwerkte, maar met indrukwekkend resultaat. Leemans was op dat ogenblik, eind jaren ‘80, begin jaren ‘90, vooral bekend als de geestelijke vader van Bakelandt, een -voor een krantenstrip- zeer goed uitgewerkte serie die bovendien vandaag ook nog relevant is en menige uren leesplezier kan opleveren.

Stallaert van zijn kant gold in die dagen als een kameleon-tekenaar, die elke klus aan kon. Hij verdiende zijn sporen bij Kramikske en zou later Nero naar een nieuw visueel niveau tillen. Tussendoor produceerde deze perfectionist drie prachtige werkstukken waarvoor hij de mosterd haalde bij Hergé.

Geen onlogische keuze, want Nino speelt zich af in de jaren ’30 van de twintigste eeuw, het Kuifje-tijdperk bij uitstek. Het verhaal volgt een weesjongen die als verstekeling de Atlantische Oceaan oversteekt om een nieuw leven te beginnen in de VS. Gespreid over de verhalen volgen we de boottocht van Nino, zijn conflict met de New Yorkse maffia en een avontuur in het diepe zuiden, waarin de jongeman bijgestaan wordt door een Schotse immigrant, de taxichauffeur MacCab (boemtsjing!) en samen met hem in een dust bowl-achtig decor de strijd met de Ku Klux Klan aangaat.

Nino vandaag lezen, of herlezen, voelt bijna als een verademing. Wie ouder is dan elf en uit nieuwsgierigheid vandaag een kinderstrip inkijkt, voelt zelden de drang tot lezen. Idem dito zullen er weinig lagere schoolkinderen een zogenaamde volwassenenstrip ter hand nemen. De kloof die tussen beiden gaapt, werd ooit overspannen door strips als Nino, waarin succesvol een evenwichtsoefening werd uitgevoerd. Holderdebolderkolder en slapstick maken thema's als de maffia, racisme, ja zelfs de KKK verteerbaar, zonder dat het ooit geforceerd of onnozel aanvoelt.

Hoewel de zin bij beide auteurs aanwezig is om Nino alsnog nieuw leven in te blazen, is het misschien oké zoals het nu is: een fraaie trilogie waar weinig of niks op aan te merken valt. De stripwereld is sinds het oorspronkelijke verschijnen van de albums zodanig veranderd dat het maar de vraag is of nieuwe Nino's in het huidige, door marketingjongens in doelgroepen opgedeelde landschap, zou kunnen overleven. Nino mag dan vandaag meesurfen op de golf van nostalgie die een hernieuwde interesse voor familiestrips van vorige eeuw verklaart, hij laat zich daar opmerken als een na al die jaren niet gedateerde, frisse strip die doet dagdromen van wilde avonturen in het oude, mythische Amerika. Meer hoeft dat niet te zijn.

E-mailadres Afdrukken
 
Nino
Uitgever: Matsuoka / Standaard Uitgeverij
Tekeningen: Dirk Stallaert
Scenario: Hec Leemans
www.standaarduitgeverij.be

Advertentie
Banner
Advertentie