Robbedoes en Kwabbernoot Hoop in bange dagen 1

Een valse start (Emile Bravo)

8.0
Joris Vanden Broeck - 21 februari 2019

Robbedoes en Kwabbernoot tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het klinkt als een slechte parodie, maar het is wis en waarachter de nieuwe Robbedoes in een notendop. Waar andere familiestrips een dergelijk beladen thema ontwijken, waagt de nieuwe auteur Emile Bravo het er op. Met succes.

alt1938. Oostenrijk wordt ingelijfd bij Duitsland, de Kristallnacht vindt plaats en uitgeverij Dupuis drukt het allereerste nummer van Spirou, nog hetzelfde jaar gevolgd door zijn Nederlandstalige neefje Robbedoes. Dat laatste is de start van een lange geschiedenis. Het weekblad bestaat, in het Frans, nog steeds en de stripreeks Robbedoes en Kwabbernoot, die uit het tijdschrift voortvloeide, geldt als een van de meest succesvolle exponenten van het Frans-Belgische beeldverhaal.

Sinds de jaren 1950, toen de eerste albums verschenen, werd Robbedoes en Kwabbernoot een vaste waarde. Auteurs kwamen en gingen, met Franquin als meest tot de verbeelding sprekende. Generatie na generatie striplezers ontdekte de albums, beleefde er jarenlang plezier aan en, zo gaat dat nu eenmaal, groeide er nadien ook weer uit.

Net zoals de Amoras-reeks nodig was om bij sommige afgehaakte lezers een hernieuwde interesse in Suske en Wiske teweeg te brengen, zo was de aankondiging dat Robbedoes en Kwabbernoot een vierluik zou krijgen rond de Tweede Wereldoorlog aanleiding om een zekere nieuwsgierigheid te doen losbranden naar deze jeugdhelden van weleer.

Een moedige stap is het zeker: bij Suske en Wiske kostte een dergelijke idee nog een auteur zijn job. Nochtans is het idee om de Tweede Wereldoorlog een familiestrip binnen te loodsen heus zo gek niet. Anne Frank was al in de lagere school aanwezig op leeslijsten en als recente geschiedenis vandaag nog op het leerplan staat, dan zou die bladzijde uit de twintigste eeuw heus geen onbekend terrein mogen zijn bij jongeren. Als bij de huidige jonge generatie Robbedoes en Kwabbernoot het veld nog niet geruimd heeft voor nieuwe helden, wacht hen een genuanceerd en meeslepend verhaal.

Robbedoes probeert de eindjes aan elkaar te knopen nadat het uitbreken van de oorlog hem zonder inkomen doet vallen. Kwabbernoot, wannabe-journalist, doet hetzelfde. Het begrip twaalf stielen en dertien ongelukken dient zich daarbij aan. Na een niet echt succesvolle passage in het Belgische leger, vindt Kwabbernoot onderdak bij de collaborerende krant Le Soir, terwijl zijn makker, die zoals bekend als liftjongen aan de kost kwam, bij gebrek aan beter aan de slag gaat als scoutsleider. In die hoedanigheid probeert Robbedoes enkele op puberen staande jongelui op het rechte pad te houden. Niet makkelijk, met de hete adem, en de occasionele vuistslag, van het VNV in je nek.

Collaboratie, goed en kwaad, de jodenvervolging, het dagdagelijks overleven, vriendschap onder penibele omstandigheden, heldenmoed versus lafheid: geen thema wordt onberoerd gelaten. Bravo slaagt er in het allemaal met de nodige naturel in het verhaal te weven. Hij neemt dan ook zijn tijd: bijna honderd pagina's lang wordt geschetst hoe Robbedoes en Kwabbernoot, en bij uitbreiding de Brusselaars, het begin van de oorlog beleven.

Bij momenten gaat het er stijfjes aan toe, maar dat is eerder een knipoog naar het tijdvak, dan een echte stijlgebruik. Bravo heeft zich in ieder geval de personages prima meester gemaakt en brengt een omvangrijk en kwalitatief hoogstaand verhaal, dat de Robbedoes-stripverhalen een nieuw elan geeft. Hoewel we heel wat in te halen hebben op het vlak van Robbedoes en Kwabbernoot, lijkt het er immers sterk op dat de reeks een nieuw hoogtepunt bereikt heeft. Niet slecht voor een creatie die al zowat 80 jaar meedraait.

E-mailadres Afdrukken