Oorlog en liefde (1 & 2) (Beuriot & Richelle)

Joris Vanden Broeck - 07 februari 2011

Romantiek in tijden van oorlog, het blijft een gedroomd onderwerp voor zowel schrijvers, filmmakers als striptekenaars. Met Oorlog en liefde, waarvan het eerste deel alweer tien jaar geleden verscheen in Frankrijk, zorgen tekenaar Jean-Michel Beuriot en scenarist Philippe Richelle voor een serie die door de eerste twee delen tot de top van het genre gekatapulteerd wordt.

Stel, je bent een keurige jongeling die vlijtig aan het aftellen is tot het einde van je dagen als scholier. Je gaat nu en dan naar een feestje met vrienden, jongedames interesseren je best, maar hoe je ze moet benaderen, dat is je nog niet helemaal duidelijk. En dan komt het meisje van je dromen je leven binnengewandeld en weet je dat je flink je best zal moeten doen om haar te veroveren. Komt velen vast vaagweg bekend voor. Jammer genoeg is dat niet het hele verhaal.
Want je hebt nu eenmaal de pech om op te groeien in het Duitsland van de vroege jaren 1930. Terwijl jij de handen vol hebt met je liefdesperikelen, bromt je vader goedkeurend wanneer de stem van Adolf Hitler uit de radio schalt en wanneer die laatste de macht overneemt, verandert er ook in jouw leven het een en ander, en daarom niet ten goede. Plots blijkt bijvoorbeeld de oude man waarbij je al je ganse leven je kleren laat maken tot een minderwaardige levensvorm te behoren. Ook het meisje van je dromen is opeens persona non grata in de ogen van een groot deel van je omgeving.
Dat is, in een notendop, wat Martin Mahner overkomt in Laatste lente, het eerste deel van Oorlog en liefde, een serie waarvan de eerste albums nu in Nederlandse vertaling zijn verschenen.

Oorlog en liefde is meer dan een liefdesgeschiedenis die onderdeel wordt van een politiek verhaal, of vice versa. Het is eveneens het verhaal van de menselijke natuur: hoe in de grond goedaardige mensen zich voor de kar laten spannen van diegene die het goed kan uitleggen, maar het daarom eigenlijk nog niet goed voorheeft met zijn volgelingen. Zolang die laatsten maar geloven in de boodschap dat een oplossing voor alle problemen voor het oprapen ligt, is het goed volgens de mooiprater. Dat daardoor de levens van velen grondig door elkaar geschud worden, ach wat zou het.

In het tweede deel, Een zomer in Parijs, verplaatst het verhaal zich naar Parijs aan het einde van de jaren dertig. De hoofdrolspelers proberen, los van elkaar én tezamen, een bestaan op te bouwen in allesbehalve makkelijke tijden in een omgeving die hen niet per se gunstig gezind is. Want zoals Martin zich in het Duitsland van de nazi's niet thuis voelde, zo staan de Fransen wantrouwig tegenover wie afkomstig is uit nazi-Duitsland.

Aan het eind van het tweede deel wordt ook de brug geslagen naar het begin van Laatste lente, wanneer de lezer in het verhaal geworpen wordt op een punt dat alles behalve houvast biedt. Daarmee zijn enkele knopen ontward, maar blijven er nog genoeg vraagtekens rondzweven om reikhalzend uit te kijken naar de twee volgende delen, die nu ongeveer in de winkel zouden moeten liggen.

Doordat Beuriot en Richelle een verhaal brengen vanuit Duits vertelstandpunt, is de vergelijking met Jason Lutes' Berlijn snel gemaakt. En deels gaat die ook op. Maar waar Berlijn -- waarvan het overigens hoog tijd wordt dat het derde deel verschijnt -- kan bogen op personages die meer rechtstreeks betrokken zijn bij de politiek die hun leven beïnvloedt, worden Martin en Katarina hier eerder pionnen wiens leven in een serieuze soep draait door omstandigheden waar zij geen vat op hebben. Dat het er in de nog te verschijnen delen niet beter op zal worden, mag blijken uit het niet bepaald rooskleurige einde waarmee Een zomer in Parijs een blik werpt op de donkerste kant van de menselijke aard.

E-mailadres Afdrukken