Banner

Sonore

Cafe OTO/London

Guy Peters - 14 mei 2012

Koning, keizer, admiraal: bij Sonore spelen ze allemaal. Flauwe woordspeling misschien, maar het is een feit dat Sonore drie artiesten verenigt die binnen de geïmproviseerde muziek intussen synoniem geworden zijn voor een niet ter discussie staande toewijding, razende werkethiek en eindeloze hunker naar uitdagingen. Album nummer vier, opgenomen in de gelijknamige club in 2011, is na No One Ever Works Alone (2004), Only The Devil Has No Dreams (2007) en dubbelaar Call Before You Dig (2009) misschien wel de meest indrukwekkende en zeker de sterkst gedoseerde plaat van het trio tot nu toe.

Op de vorige albums hanteerden Ken Vandermark (1964), Mats Gustafsson (1964) en Peter Brötzmann (1941) elk verschillende blaasinstrumenten. Op Cafe OTO/London beperkt Gustafsson zich tot de baritonsax, waardoor het vrij eenvoudig wordt om de drie verschillende stemmen op deze plaat te herkennen. Die van Gustafsson en Brötzmann kunnen soms immers vrij nauw bij elkaar liggen maar Vandermark klinkt doorgaans iets minder bruut dan zijn collega’s. Voor wie er nog niet helemaal aan uit geraakt, is de koptelefoon een aanrader: Gustafsson zit mooi centraal in het geluidsbeeld, Vandermark links en Brötzmann rechts.

Elk van de muzikanten droeg één stuk bij terwijl het vierde een collectieve improvisatie is. Wie bij de andere stukken verwacht dat het gaat om zorgvuldig uitgewerkte composities, die is er natuurlijk aan voor de moeite, want als deze drie muzikanten bij elkaar komen, gelden doorgaans de regels van de spontane heruitvinding en ‘actie vs. reactie’. Ze beschikken alle drie over zo’n gevorderde instrumentbeheersing (ook al is die in het geval van autodidact Brötzmann niet altijd even koosjer in technisch opzicht) en zo’n brede ervaring binnen de improvisatie dat de communicatie bijna uitgroeit tot een vanzelfsprekendheid en het album beluisteren je getuige maakt van een wisselwerking tussen die vermaarde expressiviteit en een merkwaardig sterk ontwikkeld gevoel voor detail.

Vanaf opener “Fragments For An Endgame” (Vandermark) krijg je meteen te maken met die unieke drievuldigheid: luister naar Vandermarks ingetogen klarinetspel dat wordt gecounterd door Gustafssons repetitieve herhalingen en de langere uithalen van Brötzmann. Het stuk wordt steeds lyrischer, bewandelt de grens tussen geweld en emotie, tot het plotsklaps in zichzelf terugplooit en Vandermark en Gustafsson vanuit amper hoorbaar pointillisme opnieuw steeds meer buiten de lijntjes stippelen, tot de bitsig jakkerende sax van Brötzmann het stuk een enorme adrenaline-injectie bezorgt.

“(I Was Arranging Her) Arms” laat een nog veel dwarsere aanpak horen, met een rauw zeurende Brötzmann op zijn tarogato. Het wordt een manke dans van de Zweed en de Duitser, waarbij de Amerikaan even buitenspel gezet lijkt, tot die het halverwege, na een bij de keel grijpend en in donkere melancholie gedrenkt samenspel, ook even mag overnemen met een rondschoppende solo en laat horen niet te moeten onderdoen voor zijn collega’s. Vanuit die tour de force wordt een kluwen van honkende, blatende en stotende klanken op poten gezet, tot Brötzmann het stuk met de tarogato uitgeleide doet met een sound die een pervertering van Aylers volkse schreeuw is.

Brötzmanns bijdrage, “Le Chien Perdu”, gaat van start met een verkenning van het extreme uiteinde van de improvisatie, met een schreeuwerige, vol ontredderd gereutel gestouwde solo van Gustafsson in doodstrijdmodus. Brötzmann en Vandermark spelen beiden klarinet en het is een machtig hoorspel om ze gaandeweg een hobbelig parcours te zien verkennen, terwijl Gustafsson een klaagzang afsteekt met een opvallend emotionele resonantie. Motiefjes duiken op, worden overgenomen, binnenstebuiten gekeerd en opnieuw opgegeven voor andere en het is prachtig om te horen hoe ze evolueren van de warme, ingetogen houtklank naar het hysterische gekwetter van de finale.

De limieten van de sax worden uiteindelijk nog eens op de proef gesteld in slotstuk “OTO”, dat misschien nog de meest overtuigende stoot is die het trio hier uithaalt. Voor één keer lijken ze zich te houden aan dat cliché van scheurend geweld, al gebeurt ook dat weer met een onophoudelijke stroom aan ideeën, die zorgen voor een kolossale dynamiek en een stuk dat even beproevend als opruiend is. De rust die gevonden wordt aan het einde laat de luisteraar murw geslagen tegen de touwen belanden. Cafe OTO/London is dan ook een veertig minuten durend staaltje improvisatie van het hoogste niveau. Door hun individuele klasse, ervaring en jarenlange wisselwerkingen zijn de drie in staat tot dingen die de som van de afzonderlijke delen moeiteloos overklassen. Buiten categorie, noemen ze dat.

Op maandag 21 mei speelt Sonore in de Trix (Antwerpen). Het is het vierde van vijf concerten in de "Chicago Jazz Connection"-reeks. Ook op het programma: Chaos Of The Haunted Spire feat. Sickboy & Pierre Vervloesem.

E-mailadres Afdrukken
 
Sonore

Uit ons archief
Banner

TEST