Banner

Dead Neanderthals

Meat Shovel + …And It Ended Badly

Guy Peters - foto's: Tom Roelofs - 22 november 2013

Op geen tijd is het Nijmeegse duo Dead Neanderthals – drummer René Aquarius en saxofonist Otto Kokke – uitgegroeid tot een van onze favoriete Nederlandse bands. Het waarom daarvan ligt eigenlijk voor de hand: weinig artiesten belichamen zo mooi de geestdrift en avontuurlijke geest die in een muzikale ontdekkingstocht kan zitten. Met Polaris lieten ze de balans eerder dit jaar overhellen naar de freejazz, en intussen zijn er alweer twee releases die daar een vervolg een breien.

Meat Shovel bevat de meest recente opnames (uit juni van dit jaar, rechtstreeks uit het repetitiehok), maar verscheen het eerst. Dat gebeurde in een erg gelimiteerde oplage van 50 stuks, enkel op cassette, en verscheen exact achtenzestig jaar naar het bombardement op Hiroshima. Beetje slechte smaak, zou je dan kunnen zeggen, zeker met zo’n titel, maar het duo heeft niet voor niets een verleden dat gevuld is met allerlei aanstootgevende iconografie, grindcore-uitspattingen, etc. De muziek op Meat Shovel sluit eigenlijk goed aan bij die van Polaris. Kon je vroeger spreken van allerhande teringherrie (welk label je er dan ook op wilde plakken) met een jazzinslag, dan houdt het duo zich de dag van vandaag vooral op in de zone van freejazz en vrije improvisatie, al hebben ze die oude invloeden helemaal niet weggestopt.

Het gaat allemaal van start met een misthoornuithaal van Kokke, die meteen gevolg wordt door cimbaalslagen van Aquarius. Die laat horen dat hij nog steeds metal in z’n lijf heeft zitten (de onbedwingbare manier waarop hij omgaat met die basdrum alleen al), maar bevestigt nog eens dat er een verschuiving heeft gevonden naar een muzikale bevrijding. Gedurende zeventien minuten kaatst het duo de kokende bal heen en weer, regelmatig behoorlijk heftig, met verwijzingen naar de scherpe Europese improvisatie uit de jaren zestig en zeventig, hier en daar een ingetogener moment, dat steeds opnieuw overmand wordt door een tegendraadse beweging waarin het potten- en pannengeluid van Aquarius en het begeesterde blaaswerk van Kokke een mooi signaal vanuit het ondergrondse sturen. Taai, maar gedreven.

… And It Ended Badly vermeldt enkel Dead Neanderthals op het artwork, maar laat een trio aan het werk horen, omdat de Nederlanders op deze release in de weer zijn met de in Londen gebaseerde saxofonist Colin Webster. Dat leidt hier tot een behoorlijk explosief samengaan dat het resultaat lijkt van een jarenlange vertrouwdheid met elkaar en elkaars methoden. Webster speelt in deze zes compacte stukken, samen goed voor een dik half uur, net als z’n collega’s met haar op de tanden, maar de indruk die je meeneemt is er vooral een van gelijkgezindheid.

De titels vormen samen trouwens een coherent verhaal over oorlogsvoering (al zijn het zes aparte stukken), wat vooral in het begin van de release wordt ingevuld met heftig kabaal. In “There was a great battle” worden de registers immers al volledig opengetrokken. De saxofonisten geven heftig naar adem happend van jetje, razen en tieren, of beter gezegd: ze jammeren en scheuren er een eindje op los, alsof je te maken hebt met een muzikale staarcompetitie, de strijd van de saxen, een Fight Club voor bloeddorstige toeteraars, waarbij Aquarius, die hulpeloos in de tang genomen wordt, niet veel meer kan doen dan de blik naar beneden gericht houden en er op los rammelen als een halvegare.

In “Weapons drawn, blood spilled” volgt nog zo’n uitwisseling, maar dan via horten en stoten, geblaat en gebeuk, visceraal vertoon van opponenten die steeds dichter naar elkaar toe komen, enkel nog gescheiden door het stampvoeten van een scheidsrechter die de twee net ver genoeg uit elkaar kan houden opdat ze mekaar geen verwondingen toebrengen. Een intimidatiematch van twee bronstige beren. “Both sides fought bravely” start ingetogen, haast elegisch, maar ontwikkelt gaandeweg een hectische sparringwedstrijd van gesprekspartners die steeds giftiger met verwijten slingeren. De ritmische ondersteuning van Aquarius, haast pompeus rockgedaver, vergroot enkel nog het dramatische effect.

“It went on for days” en “It ended badly” vinden een mooi evenwicht van ontrafelde soberheid en rauwe kracht, maar het is afsluiter “And in tears… of course” dat hier al het vaakst passeerde. Het stuk is een en al ruisende cimbalen en gehavende saxen die zij aan zij het met bloed doordrenkte slagveld overschouwen. Er zit soul, vuur én harmonie in, de menselijkheid die je ook hoort in de samenwerkingen van bijvoorbeeld een Joe McPhee en een Vandermark. Bakken emotie ook, vooral in de manier waarop die tenorsaxen naast elkaar blijven schuren, aanvullen, imperfect contrasteren, maar vooral ook een bloedmooie dialoog laten horen. Wie had dat durven verwachten van het stel dat ooit als een stel hondsdolle zotten grindjazz over z’n nietsvermoedende luisteraars kieperde? Dàt bedoelen we dus. Dat we al die verschillende gedaanten op zo’n korte tijd te zien krijgen van twee kerels, in dit geval met een geestverwant erbij, is toch bijzonder. Straf hoor.

De cassette is al even uitverkocht, maar kan wel beluisterd en gedownload (voor een zelf te bepalen bedrag) worden via Bandcamp. De trioplaat is zowel op cd als digitaal verkrijgbaar.

E-mailadres Afdrukken
 
Dead Neanderthals

Uit ons archief
Banner

TEST