The Bureau Of Atomic Tourism

Spinning Jenny

8.0
Guy Peters - foto's: Archief Geert Vandepoele - 05 mei 2014

Het is behoorlijk straf dat die Verbruggen dit project zo actief weet te houden. Is het al een helse klus om ’s mans doen en laten te volgen, dan slaagt hij er ook nog eens in om volk bij z’n projecthoppen te betrekken dat elk jaar vermoedelijk drie paspoorten vult met internationale stempels. Als dan ook nog eens blijkt dat het niveau al even uitzonderlijk is, valt er al helemaal niet meer te klagen.

alt

Een jaar geleden werd het uitstekende debuutalbum Second Law Of Thermodynamics gevierd met een reeks concerten, waarbij ook Brussel werd aangedaan. Nu is er Spinning Jenny, dat opnames uit die tour bevat en laat horen dat het sextet enkel nog aan hechtheid gewonnen heeft.

Op het schijfje treden vijf leden aan die er vanaf het begin bij waren, met naast drummer Teun Verbruggen ook Jozef Dumoulin (Fender Rhodes), Andrew D’Angelo (altsax, basklarinet), Nate Wooley (trompet), Marc Ducret (gitaar) en één nieuweling: bassist Jasper Stadhouders die Trevor Dunn verving. Verwacht zeker niet dat de band daardoor aan kracht inboet, want met de Nederlander aan z’n zijde vormt Verbruggen een ritmesectie die soms op één been lijkt rond te tollen, maar in een vingerknip kan overschakelen op muzikale oorvijgen met een keiharde punch.

Grootste verschil is misschien wel dat we deze keer te maken hebben met composities van vier leden, terwijl het de vorige keer nog verdeeld werd over composities en vrije improvisaties. Misschien omdat de band nog niet kon terugvallen op eigen werk, maar ook omdat dat nu eenmaal makkelijker is, op voorwaarde dat je te maken hebt met goede muzikanten. Wat Spinning Jenny zo bijzonder maakt, is dat je ondanks de aanwezigheid van die composities nergens het gevoel hebt dat de leden het zich makkelijker maken. Integendeel, dit is levende, lillende en spannende muziek van het moment.

Er duiken vaste elementen op, hier en daar zelfs meefluitthema’s, maar die worden met zo’n vrijpostige creativiteit aan elkaar genaaid dat het snel duidelijk wordt dat er van een conservatieve reflex geen sprake is. Van een spelletje egotripperij evenmin. Zo’n D’Angelo is live nogal een dominante figuur, maar op Spinning Jenny krijgt elk lid, inclusief Stadhouders, volop de kans om te schitteren, z’n karakter toe te voegen aan het geheel, ook al krijg je als luisteraar soms eerst de intimiderende opdracht om een kluwen van ideeën te ontwarren. De zes beheersen immers allerhande complexe camouflagetechnieken, lijken stukken regelmatig volledig te laten desintegreren, om vervolgens terug te slaan met imponerende eensgezindheid.

Het is een aanpak die al vanaf opener “Back To My Steel” z’n intrede doet. Het start afgemeten, fragiel haast, met blazers die zachtjes rond elkaar wentelen. Ideetjes vallen als zand tussen de vingers door, ronkende toetsen en kletterende drums doen hun intrede, wat zorgt voor een schijnbare blokkering van de systemen. En dan beland je plots bij een abrupte drive of een zwalpend thema dat je bij de lurven grijpt. Het in Brussel opgenomen “Canon” begint met zo’n typische Ducret-solo: spinachtig, wat neurotisch en volgestouwd met pedaaleffecten. Maar dan komt die sax en vleit iedereen zich er rond, ontstaan er onder het Rhodes-gedreun dialogen en wordt het kluwen chaotischer, tot je plots beland bij een tegen de rock aanschurkende groove. Nu ja, het is maar een provisoir label, want deze muziek blijft ontglippen.

Ook mooi hoe zo’n song verschillende gedaantes kan aannemen, zoals Dumoulins “19”, dat door een herhaald basmotief een haast dromerige sfeer creëert, waarin toetsen en gitaar voortdurend in elkaars vaarwater komen, tot je niet meer weet waar de ene ophoudt en de andere begint, om in de tweede helft dan naar een lomere zone te neigen. D’Angelo’s suite “FTDOY” was nogal een beproeving toen we het live hoorden, maar vindt hier een slingerende beweging via ontregelde klanken en spetterende rock, met geweldig stuwend spel van Stadhouders. Samen met het lang in abstracte wateren verkerende “Blues de l’Ombre” is het een taaie lap die duidelijk maakt dat het volle pond gegeven wordt en primitief gehak geen optie is.

Aan het einde van het album, zorgt “Aquatique” voor een moment van rust en lyrische ingetogenheid. Het lijkt wel alsof de band daar even een toegeving wil doen, afsluiten met een rustige noot om de luisteraar niet te veel op de proef te stellen. Maar op dat punt maken ze ons al lang niks meer wijs. Dit is een creatieve bende vrijbuiters die intussen met geen andere te vergelijken valt (dat was eigenlijk nooit het geval) en bewijst dat het ingeslagen parcours nog altijd voor uitdagingen en verrassingen op topniveau kan zorgen. Straf spul.

alt

Voor de vinylliefhebbers heeft Verbruggen ook nog een mooie bonus op zijn label Rat Records. Net zoals de vrij geïmproviseerde stukken van Second Law Of Thermodynamics al (met een extra nummer) op de vinylrelease Arco Idaho verschenen, is er nu ook het in beperkte oplage (250 stuks) uitgebrachte Scintigraphy, dat de composities van D’Angelo van het debuutalbum bevat en uitpakt met artwork van de legendarische kunstschilder Pierre Alechinsky. Er zijn bovendien twintig exemplaren met originele etsen van de kunstenaar. Meer info via het label.

De band is momenteel op tour en speelt op 8 mei in de Handelsbeurs (Ha’fest), op 9 mei in KC nOna (Mechelen) en op 10 mei op het Rumor Festival (Utrecht). Op 14 augustus, de eerste dag van Jazz Middelheim, speelt B.O.A.T. vier korte concerten op de Club Stage. Bassist van dienst is deze keer Tim Dahl (o.m. ex-The Hub en Child Abuse) en Hilmar Jensson (Alasnoaxis, Mógil, Tyft, etc) vervangt Ducret.

E-mailadres Afdrukken
 
The Bureau Of Atomic Tourism

advertentie
Banner

TEST