Banner

Dead Neanderthals

Worship The Sun (en meer…)

Guy Peters - foto's: Elza Zijlstra - 11 september 2015

Daar zijn ze weer, ons favoriete terreurduo uit Nijmegen. Waren ze eerder dit jaar nog de aanvoerders van het zootje dat zich verenigde onder de noemer The New Wave Of Dutch Heavy Jazz, dat zowel op cd als live fors uithaalde, dan staan ze intussen alweer een paar releases verder. Welkom in een wereld van voortdurende transformatie.

De discografie bedraagt intussen al meer dan een dozijn titels. Sinds dit voorjaar verscheen de opname van hun Endless Voids-project (op Incubate 2014) en nu ook hun debuutalbum bij het uitstekende New Yorkse Relative Pitch-label, bekend van recente releases van o.m. Mette Rasmussen & Chris Corsano, Matana Roberts, Nate Wooley en Matthew Shipp. Maar intussen staat er alweer een album aan te komen van een nieuw kwartet - Fantoom - met Dirk Serries en diens vrouw Martina Verhoeven (contrabas), hebben ze een album opgenomen met techno-producer Drvg Cvltvre én een Britse tour afgewerkt met de Spaanse doomexperimentalisten van Orthodox.

Maar Worship The Sun is allereerst een terugkeer naar het naakte duoformaat, wat alweer geleden is van Polaris (toch als we CD-r Random Acts Of Nuclear Devastation buiten beschouwing laten) uit 2013. Was dat nog een vrij traditionele freejazzplaat, voor zover je Dead Neanderthals, die altijd als zichzelf klinken, traditioneel kan noemen, dan worden dergelijke verwachtingen hardhandig van tafel geveegd met deze nieuwe plaat. Zevenendertig minuten, alleen drums en sax, maar je kan hier bezwaarlijk gewag maken van een plaat in de Coltrane/Ali-traditie.

Net zoals Prime een fysieke krachttoer was in de uithoek van de brute, vrije improvisatie, zo is ook dit album eentje voor de doorzetters. Een abstracte en bijzonder intense uitdaging via twee stukken, van respectievelijk negentien en achttien minuten. Er worden een paar nieuwe elementen geïntroduceerd – Otto Kokko speelt voor het eerst sopraansax en René Aquarius gebruikt zowaar brushes -- , maar dit is vooral heel erg in your face. Niet alleen door de manische energie en koppige rechtlijnigheid van de muziek, maar ook door de rauwe sound. Worship The Sun klinkt niet warm en intiem, maar een beetje vuil en afstandelijk. Het lijkt wel alsof Kokke weg wordt gehouden door rollen prikkeldraad, terwijl Aquarius’ basdrum zo snel aangeslagen wordt, dat het een brommende stroom van slagen creëert die haast aanvoelt als een diepe drone onder het samenspel.

Aquarius roffelt en borstelt er meteen op los in “Worship”, maar zit dichter bij Sunny Murray dan bij Art Blakey. Jazz valt hier niet te bespeuren, knallen op instinct des te meer. En Kokke focust zich vooral op het extreme register van die sopraansax, laat het gematigde geneuzel snel voor wat het is, mikt via cyclische patronen, herhalingen en gierende uitschieters op extase en totale aanslag. Het giert en piept en jankt, met excentrieke frequenties die eerder ook al ontgonnen werden door figuren als Kaoru Abe, John Butcher en Evan Parker. Dit is hard, radicaal, op zijn manier al net zo’n mindfuck als Prime. En “The Sun” doet er dan nog een schep bovenop.

Meteen een knal en rammelen maar, met nadrukkelijke roffels en gegier. Halfweg even de boel laten ruisen met alleen cimbalen en VLAM, opnieuw de beuk erin. “Sounds like a goose getting raped in the ass”, luidde ooit een commentaar bij een YouTube-filmpje van Kaoru Abe, en dat soort reacties gaat Kokke’s spel ook kunnen uitlokken. Zeker wanneer Aquarius het met zijn gedonder in de finale helemaal richting Apocalyps jaagt. Die zachte roterende bewegingen aan het einde geven de kans om naar adem te happen, maar laat er geen twijfel over bestaan: Dead Neanderthals toont voorlopig nog geen spoor van matiging. Het blijft alles of niks. Fijn dat dit nu ook aan bod kan komen bij een van de boeiendste labels voor geïmproviseerde muziek van het moment.

Maar er is dus nog meer. Onlangs verscheen Endless Voids (Alone Records), het resultaat van een carte blanche tijdens het Incubate festival van 2014. Zij die er bij waren spraken van een indrukwekkende belevenis, en nu valt ook te ontdekken waarom. Op zijn manier is dit dubbelalbum al net zo radicaal als Prime, DNMF en Worship The Sun, maar het resultaat is van een heel andere orde. Al is het maar omdat er een achtkoppige line-up aan te pas komt, met naast Kokke en Aquarius ook nog Dirk Serries en Steven Vinkenoog (gitaar), Colin Webster (sax, klarinet), Thomas Ekelund (stem, elektronica), Peter Johan Nÿland (string percussion, wat dat ook moge zijn) en Rutger Zuydervelt (elektronica). Samen maken deze acht een tachtig minuten durende trip waarvoor de grove metaforen bovengehaald moeten worden.

Hier immers geen knetterende hysterie of explosieve roffels, maar een massieve beweging die de werelden van dark ambient, drone en industrial compleet binnenstebuiten keert, en dat met ziekelijk geduld. Het vertrekt vanuit stilte, met wat ruis, geknisper en gekraak, om gaandeweg slome gedaantewisselingen te ondergaan, waarbij alle leden zich eens kenbaar kunnen maken, maar niemand echt het laken naar zich toetrekt. Het is een egalitaire democratie, maar dan wel eentje van de gitzwarte soort. Hoogstens vallen er wat donkergrijze tinten te rapen, want licht, laat staan melodie, komt er niet aan te pas. Het gromt en huilt, zeurt en bromt en pruttelt, met gitaren die kerven als windstoten in een doods landschap, elektronica die desoriënteert of versmacht, blazers die inzetten op benauwende effecten.

De eerste vinylkant kan je zien als een lange aanloop door een kapotgebrande leegte, om vervolgens te belanden bij iets dat aanvoelt als een industriële betonmolen. Welkom in de hel van Dante, met Dead Neanderthals die, als Vergilius van dienst, de luisteraar langs de hellecirkels leidt. Dit is meegesleurd worden, staren in een bodemloze put, een helse galmbak, een zwarte modderstroom. En toch zijn ze erin geslaagd om er geen ondoorzichtige pap van te maken. Er zit detail in, nuance, een komen en gaan van ideeën, soms een keer op verrassend spacey terrein, maar dat is dan van korte duur, want de donkere ambient lonkt. Na een goede drie kwartier komt een galopperend ritme naar de voorgrond, waardoor het wat meer tribal wordt, als een auditieve stammendans, maar ook die golfbeweging wordt vervangen door een andere, om uiteindelijk te belanden bij een laatste, onthutsende stilte. Endless Voids is geen fraaie, hapklare brok, maar iets dat je in alle rust (nu ja, met dichtgeknepen billen) uit moet zitten, liefst met een koptelefoon ofwel door massieve speakers in een huis dat je even voor jezelf hebt.

Het album verscheen op 2CD, 2LP en digitaal. Vinyl lijkt misschien niet ideaal voor een ononderbroken stuk van tachtig minuten, maar het artwork is ronduit subliem.

Ook nog de moeite: Dietary Restrictions (Obsedante). Begin dit jaar op cassette verschenen, en naar goede Dead Neanderthals-gewoonte in beperkte oplage (en dus uitverkocht), maar intussen ook digitaal verkrijgbaar via het name your price-principe. Met deze dertig minuten wordt teruggekeerd naar een Europese tournee van eind 2013, toen het duo de hort op ging met gitarist Nick Millevoi. Waren de meeste andere avonden ingedeeld in een solo- en duoconcert, dan zijn ze hier als trio te horen, voor een publiek dat blijkbaar niet goed wist wat ervan te maken. Ondanks de lo-fi opnamekwaliteit is dit nochtans een prima staaltje muzikale terreur.

Met “No Nuts” wordt gestart in de traditie van power impro, met die kletterende ra-tat-tats van Aquarius en Kokke die er lekker wild op los toetert. Misschien iets dichter bij Polaris dan Worship The Sun. Maar dan, na 2,5 minuten, gaat Millevoi zich er ook mee moeien en zijn de drie vertrokken voor een hels potje tyfusherrie, met hortende en stotende dynamiek en een gierende climax. “No Coriander” klinkt vervolgens wat minder hysterisch, dichter bij het terrein van drone, noise en feedback, waarbij Kokke knap het gejank van Millevoi spiegelt. Slotstuk “No Alcohol” raast de boel vervolgens helemaal aan flarden. Als een losgeslagen Cactus Truck, maar noisier, stampt het trio om zich heen met een woeste energie. Een even lompe als efficiënte muilpeer.

Ten slotte: een one-sided lathe cut 7”: Hollow (Utech Records). Intussen ook alweer uitverkocht, maar ook aan te schaffen via name your price en te interessant om onbesproken te laten. Voor deze opname, die uitgebracht werd voor het tienjarig bestaan van Utech Records, werkte het duo immers samen met de Noorse elektronica-experimentalist Sten Ove Toft. En dat levert heel andere resultaten op dan met, pakweg, Zuydervelt (Machinefabriek) op DNMF. Eerst een herhaalde sample “Today I will not kill myself” en vervolgens een exotisch (!) getint ritme (het lijkt wel alsof er een carnavalsfeestje aan de gang is), sissende elektronica en, ergens, een blaasinstrument (ja toch?), dat een piepende bijdrage levert in een volgeprakte geluidsmuur. Halverwege is de sound ineens zo zwaar en heavy, dat het lijkt alsof er sludgegitaren aan te passen komen. De distortion en het volume gaan enkel de hoogte in, tot je belandt bij een angstaanjagende aanslag op de kop. Een heftige oorspoeling.

E-mailadres Afdrukken
 
Dead Neanderthals

Uit ons archief
Banner

TEST