Banner

Stadt

Escalators

8.0
Freek Lauwers - 26 oktober 2015

Experimenteel is in het geval van Stadt een understatement. De Gentse band heeft van dat predikaat – denk Can, Kraftwerk, vroege Pink Floyd of late Blur – immers zijn missie gemaakt. Uit zowat de hele popgeschiedenis halen ze geuren en kleuren.

Segers, Segers, Cool en Ottervanger, stuk voor stuk rasmuzikanten, wisselen tussen genres alsof het niets kost en zonder daarbij geforceerd of onnatuurlijk te klinken. Voor Escalators stapten ze weg van de bluesy rocksound van hun vorige plaat, Kind Of Diversion, en zijn ze wat meer gaan aanleunen bij de Europese elektronische popmuziek. Ze gebruikten meer synthesizers dan ooit tevoren en leefden zich in de studio eens flink uit met effectbakken, sequencers en ander muzikantenspeelgoed. Niet dat Stadt geen popsongs meer maakt, vrees niet, onder de lagen noise en effecten schuilen nog steeds parels van nummers.

Opener en vooruitgeschoven single “Aching Not To Call”, bijvoorbeeld, barst los met een monumentaal overstuurde baslijn en een breed uitwaaierende synthesizer, die even later bijval krijgen van een koppig dwars gespeelde drumpartij en de lekker smerig klinkende gitaar van Frederik Segers, die er aan het eind van de song nog de lekkerste gitaarsolo die we in tijden hoorden, tegenaan knalt. “Human Interference” switcht van galmende hardrock naar iets tussen afrobeat en krautrock en een lieflijk klinkend intermezzo dat de band er hier en daar nog à la Syd Barrett tussen weeft. Zou slagwerker Simon Segers trouwens een Tony Allen-adept zijn? Vooral in de strofes dringt een vergelijking met de legendarische Nigeriaanse drummer zich op.

In het dromerige “The Picture Came” filosofeert Ottervanger over hoe herinneringen vervagen en daarom dan maar aangevuld worden met foto’s die de desbetreffende herinneringen dan weer onherroepelijk veranderen. Hoe het ook zij: muzikaal begint het lied opgewekt doch ingetogen om gaandeweg te ontbolsteren tot een stevige, erg melodieuze rocksong vol muzikale spielereien en kwinkslagen. In het tegelijk zwoele en onderkoelde “False Alarm” speelt de band ingehouden en met veel gevoel voor suspense. Denk er donkerblauw bij: het klinkt alsof Stadt onder water of in een grot staat te spelen. Bijna kan je de druppels die Segers van zijn flangerende gitaar schudt horen vallen. En door de baslijn die Joris Cool te berde brengt – veel hoge tonen en tonnen chorus - krijgt de song ook nog wat van Joy Division mee.

Het stuiterende “Voice Of A Land” lijkt wel de soundtrack bij een hobbelige rit op een gekke futuristische trein. Er komen volop verbazende klanken en verrassende geluiden voorbij, erg psychedelisch allemaal. Vooral de uitgesponnen outro zit ergens tussen Kraftwerk’s “Trans-Europa Express” en The Beatles’ “Magical Mystery Tour” met nog wat hoempapa en chanson erbij. Een erg fijn en grappig stukje muziek. In “Horizon” – een futuristische grootstadsballade - komt de crooner in Ottervanger naar boven. De band neemt gas terug en laat de song slechts eenmaal, ergens in het midden, tot een hoogtepunt aanzwellen, om daarna wederom de teugels te vieren, waarna Ottervanger zijn fragiele ballade voortzet en de band nog een engelachtig mooi einde aan de song breit.

Tweede single “Catch Or Fall” doet meteen aan het fantastische Tame Impala denken: een catchy sixties popsong die verstopt zit onder een boel maffe klanken en een hoop reverb. De intro van titeltrack “Escalators” daarentegen lijkt een machine die zich sissend en piepend op gang trekt. Het is de dreigende voorbode van een zes minuten durende brok muziek waarin de band zijn duistere en hypnotische kant toont. Industrial op Stadtse wijze. Het lekker uptempo gespeelde “Be Aware” zorgt voor vrolijker tegengewicht. Het lied heeft met zijn arsenaal aan synthesizers en zijn batterij effecten flink wat weg van de freakpop die pakweg Flaming Lips de wereld instuurt. Een song om lekker op tien te draaien en de woonkamer bij af te breken.

Na een stugge drumintro groeit het slepende “Breakthrough” uit tot een trippy slow waarin een zoetgevooisde Ottervanger zichzelf kwetsbaar begeleidt op een spacy sixtiesorgel - telkens lijkt het lied stil te vallen om zich dan toch weer op gang te trekken. Tot slot drijft afsluiter “Public Man” op een synthesizerarpeggio genre Kraftwerk, dat de band gebruikt als basis voor een lied dat alle kanten van het popspectrum verkent. Ottervanger bezingt de implicaties van een leven als frontman en publieke figuur: “I’m the public man/Seesaw man/I’m dragged down/And pulled up again.”

Escalators is een erg fijne en interessante plaat, die je laag per laag kan afpellen en maar moeilijk dood kan draaien. Bij elke nieuwe afspeelbeurt lijken er geluiden op te duiken die je niet eerder hoorde. Geef toe: véél interessanter dan van die gladde instant oorwurmen die zich zo snel zo diep in je hersenen boren dat je ze na een keer of tien begint te vervloeken als waren ze een irritant steentje in je schoen. Om maar te zeggen: Go Stadt!

E-mailadres Afdrukken