Banner

Blackie & The Oohoos

Lacuna

7.0
Steven Vervaet - 03 februari 2016

Bij Flying Horseman lokken Loesje en Martha Maieu je al mee naar de donkerste krochten van de grootstad, maar ook bij Blackie & The Oohoos is de nacht lang en vol gevaren. Zonder de grillige bluesgitaar van Bert Dockx én met extra synths grossieren de zusjes in schimmige droompop en pulserende elektronica. En net als bij Flying Horseman klopt ook bij dit geesteskind van de Maieus het plaatje beter met elk nieuw album. Lacuna is met voorsprong hun beste plaat tot nu toe.

Angel Olsen bij Bonnie ‘Prince’ Billy, Janelle Monáe bij Outkast, …: vele artiesten komen tot wasdom op de achtergrond, om dan succesvol uit de schaduw te treden. Het is bij Blackie & The Oohoos niet anders. Loesje en Martha Maieu stellen hun ijle sirenenzang al van bij het prille begin ten dienste van de nachtraven van Flying Horseman, maar ook hun eigen band neemt een steeds hogere vlucht. Op het titelloze debuut en Song for Two Sisters hoor je geen inktzwarte grootstadsblues, maar pastorale spookfolk. Koortsdromen van donkere romantiek en broeierige sensualiteit die zich afspelen in een sprookjesbos in plaats van een grimmig steegje in de metropool. Kortom, qua sfeerschepping zat het altijd al snor bij Blackie & The Oohoos, maar het ontbrak sommige songs nog aan spankracht en dynamiek om van begin tot eind te beklijven. Goed nieuws echter, want Lacuna vult die, welja, lacune op met een strakker geluid, waarin stuwende ritmes, nachtelijke synths en hypnotiserende loops een hoofdrol opeisen.

Daar is de inbreng van co-producer en mixer Dijf Sanders ongetwijfeld niet vreemd aan. Onder zijn eigen naam en bij Teddiedrum is de Gentse duivel-doet-al ook in de weer met pulserende elektronica en die invloed is onmiskenbaar aanwezig op deze plaat. “Aphexy” is zelfs volledig instrumentaal en koppelt de klankexperimenten van (uiteraard!) Aphex Twin aan de nachtelijke electropop van Chromatics. Als de stemmen van de Maieus dan nog eens als zwarte weduwen over dat web van ragfijne synths en gitaareffecten kruipen, is ook de gedachte aan Fever Ray nooit veraf.

Vooral “Golden Rain” bevaart met z’n onheilszwangere sfeer, geduldige opbouw en intense climax dezelfde inktzwarte wateren als Karin Dreijer Andersson. Toch gloort er altijd licht aan het einde van de tunnel op Lacuna. Ook “Lost Plane” drijft op echoënde beats en zoemende synths, maar is dan weer een kinderlijk eenvoudig liefdesliedje. En zo speelt Blackie & The Oohoos een plaat lang een spelletje clair-obscur.

Bovendien zorgen Alfredo Bravo en Milan Warmoeskerken, respectievelijk drummer en gitarist bij Flying Horseman, voor nog extra kleurschakeringen die de songs naar een hoger niveau tillen. De schemerige synthpop van “In Silence” huppelt dartel voorbij op een strak drumpatroontje en in de bloedmooie single “Little Jewel” dansen synths en dromerige gitaarlijntjes een innige slow. En zo klinkt de band een pak dwingender dan voorheen. Songs slaan minder aan het meanderen en houden ondanks de aandacht voor sfeer een strakkere koers aan.

En ook de fluisterstemmen van de Maieus gedijen perfect binnen die nieuwe sound. Soms giftig als vitriool (“Golden Rain”) en dan weer honingzoet (“Lost Plane”, “Little Jewel”). Nu eens breekbaar en atmosferisch als de folk noir van Marissa Nadler (“Drive”), maar soms ook met de onderkoelde dreiging van Ellen Allien (“Hero”). Ook op deze plaat blijven hun vocals de kransslagader die bloed door Blackie & The Oohoos pompt, maar ze klonken wel nooit zo krachtig.

Blackie & The Oohoos doet niet meer aan sluimersongs die je traag bekruipen. De nummers op Lacuna slaan al van bij de eerste luisterbeurt hun weerhaken in je vel om dan niet meer los te laten. Net als Flying Horseman met Night Is Long zetten de Maieus ook met hun band een zevenmijlslaarspas voorwaarts. Waar gaat dat eindigen?

E-mailadres Afdrukken