Banner

Stratosphere

Rise

Guy Peters - 18 maart 2016

Stratosphere (Ronald Mariën) laat er geen gras over groeien. Lag er tussen In A Place Of Mutual Understanding, de samenwerking met Dirk Serries, en Aftermath nog zo’n anderhalf jaar, dat is die afstand nu ingekort tot een stuk minder dan een jaar. Daardoor krijgt dit deel van z’n carrière, die zich helemaal afspeelt op het fijne Projekt-label, stilaan het gewicht van een uit de kluiten gewassen verhaal.

En dat verhaal mag er zijn, want ondanks die voorkeur voor ambient, drones en gitaarminimalisme, zijn de drie albums echt niet inwisselbaar, of variaties op eenzelfde teneur of klankkleur. Kort door de bocht: was In A Place Of Mutual Understanding nog een vrij donkere en ongemakkelijke plaat die werd opgedeeld in vier stukken, dan liet Aftermath stilaan meer licht en nuance toe, een tendens die wordt verder gezet op Rise, dat misschien nog niet klinkt als radiovriendelijke pop (verre van), maar wel als het geluid van iemand die stilaan klaar is voor een nieuwe start.

Openen gebeurt meteen met een hoogtepunt, en “Melancholy” is misschien wel het meest toegankelijke stuk dat te horen valt op deze drie albums. Een zacht aanzwellende stroom van geluid met een basmelodie die als fundament fungeert, waarop vervolgens wordt uitgepakt met een harmonieus samengaan van geluiden dat kwetsbaarder en gevoeliger, maar ook mooier dan ooit tevoren is. Het is atmosferisch, filmisch, maar ook hoopvol én een emotionele kopstoot, met motieven die een nakende ochtend suggereren en verpakt zijn in klanken met wortels in vroege new wave of synthpop, waarbij het zelfs even lijkt alsof er klarinetten aan te pas komen.

Nochtans is dat niet het geval. Mariën werkt nog altijd enkel met gitaar, basgitaar en hopen effecten, en die lijkt hij hier nog vernuftiger dan tevoren te kunnen uitspelen. Je zou ergens wel willen dat hij dat zo’n keer of zes zou herhalen, maar dat hij dat niet doet strekt hem tot eer. Hij laat verderop in het album nog momenten horen die nooit zouden voorgekomen zijn op het eerste deel van deze trilogie, maar van makkelijk bandwerk is geen sprake. Al blijft het wel een spel van stabiele grondtonen en opduikende, variërende en stilletjes vertrekkende motieven en melodieën, van zweefmomenten die gradueel aandikken tot stevige, maar geen ondoordringbare composities.

Zo is “Hypnotic” (hij weet z’n titels wel te kiezen) een wentelende, aanzwellende geluidsmassa die vloeit als een levend organisme, dat suggereert dat er heel wat meer aan de gang is dan die relatief eenvoudige middelen en waarin iele klanken neigen naar een folky ondertoon. “Enmity” kan je vertalen als een gevoel van vijandigheid, maar het krijgt niet zo’n radicale invulling, al is het wel iets afstandelijker dan de aanzet van het album, met dramatische en meer onderkoelde ideeën. Als er al wordt teruggekeerd naar het wat meer bedrukte werk, dan gebeurt dat in “Desolation”, dat van start gaat vanuit diepe, donkere golven, maar in z’n tweede helft helemaal wordt opengescheurd door iets dat haast lijkt op pianogedender.

Meest opvallend, na de opener, is vermoedelijk “Duality”, dat aanvankelijk zorgt voor een ingetogen, spacey hypnose die wat verwant is aan de ambientexploraties van IIVII, maar die gaandeweg uitmondt in een grandioze stroom tussen euforie en extase. In handen van foute muzikanten zou zoiets uitmonden in kleffe bombast, maar niet bij Mariën, die zorgvuldig naar dit moment toewerkte en het plaatst in een omgeving waar goedkope effecten ver te zoeken zijn (het zijn nog altijd geen popsongs). Door de afwisseling tussen de albums, maar ook de onderlinge samenhang, krijg je als het ware het beeld van een muzikale en mentale/emotionele wederopstanding, die ook nu vorm krijgt in een stijlvol geheel, van een artiest die duidelijk z’n draai gevonden heeft. Dat is hem ook gegund, zeker met zo’n innemende resultaten.

Stratosphere stelt zijn album op 21 maart voor in Poppodium Volt (Sittard, NL), waar hij speelt in het voorprogramma van Kodian Trio.

E-mailadres Afdrukken