Banner

Vinny Peculiar

Silver Meadows (Fables From The Institution)

9.0
Marc Goossens - 19 juni 2016

Vinny Peculiar heeft een verleden in de psychiatrie; hij bezocht er jarenlang zijn schizofrene broer en werkte er een hele poos als verpleger. De verhalen die hij sprokkelde in de ziekezielenzorg vinden nu hun weg naar een nieuwe plaat. Op het meesterlijke Silver Meadows (Fables From The Institution) overtreft Alan Wilkes – Peculiars echte naam - niet alleen zichzelf, maar geeft hij ook zijn collega’s-singer-songwriters het nakijken met zijn persoonlijke mix van Engelse pop, folk en americana.

Silver Meadows verschijnt nauwelijks een jaar na Down The Bright Stream, Peculiars vorige, uitstekende themaplaat over de excentrieke inwoners van een archetypische, oer-Engelse village uit de jaren zeventig. Deze keer laat hij ons kennismaken met de patiënten van Silver Meadows, een fictieve psychiatrische kliniek uit de jaren tachtig en negentig.

Het materiaal voor dit album kwam heel snel tot stand: twintig nieuwe songs op amper drie weken tijd, waarvan er uiteindelijk veertien belandden op deze langspeler. Dat Peculiar ooit een heel album zou wijden aan dit onderwerp is hoe dan ook geen verrassing; getormenteerde zielen zijn immers al langer vaste klant op zijn platen. Deze keer reikten de ambities echter verder: dit moest een ‘conceptplaat’ worden, een soort ‘Het leven zoals het is: de psychiatrie’, met op waargebeurde feiten gebaseerde verhalen.

Een onderneming als deze houdt natuurlijk gevaren in, zeker wanneer het vertelperspectief dat van de patiënten is. Hun verhalen zijn echter meer getuigenissen dan ‘livestreams of consciousness’ tijdens een crisismoment, zodat we alvast gespaard blijven van gênante overacting in de zang. Andere valkuilen die vakkundig worden ontweken zijn goedkope tranentrekkerij (géén engelachtige kinderstemmetjes dus om de innerlijke strijd van de levensmoeë patiënt te verklanken) of gezwollen pathos (een overdosis stroperige strijkers, iemand?). Door zo nadrukkelijk niet te willen scoren op een gratuite manier, wordt de impact van de songs wél eens zo groot.

Wat Vinny Peuliar vooral doet is observeren, registreren en rapporteren, zonder veel te interpreteren. De luisteraar is immers slim genoeg om zelf te oordelen en mee te voelen. Het is ook pas wanneer je alle songs naast elkaar legt dat de verhalen in elkaar klikken, en je een vollediger beeld krijgt van het geheel en - vooral - van wat er destijds allemaal mank liep in de Britse geestelijke gezondheidszorg. Heel wat songs gaan dan ook over de angsten, de uitzichtloosheid en het isolement van de bewoners van Silver Meadows, en de vaak weinig adequate behandeling die hen te beurt viel.

Dat vertaalt zich in beklemmende momenten zoals “Hospital Wing” (uitbehandelde jongeman komt nu zelf terecht op de afdeling waar zijn broer overleed), “Community Care” (de angst van een andere jongeman die de routine van de instelling moet inruilen voor een ongewisse toekomst in een woongroep) en het epische “The Back Wards” (de afdeling waar de hopeloze gevallen terechtkomen en niet zelden hardhandig worden aangepakt). Even beklijvend zijn folkgetinte, akoestische nummers als “Saviour Of Challenging Behaviour” en “Waiting Games”.
Daarnaast staan er ook achttienkaraats gitaarpopsongs op de plaat, zoals als “Everyone Has Something To Say” en “This Is What I Do Now”, en aanstekelijke, gezwinde uptemponummers als “Room Management” en “The Wednesday Club”. Het pakkendste nummer is echter de weemoedige americanasong “Silver Meadows”, waarin een man na de zoveelste mislukte (re-)integratiepoging terugkeert naar de instelling en het gevoel heeft thuis te komen.

Het is zeker niet allemaal kommer en kwel; ook de – schaarse - gelukkige momenten, het gevoel van geborgenheid en ergens bij te horen vinden we hier terug. Bovendien weet de tekstschrijver Wilkes - volleerd chroniqueur in de traditie van Ray Davies, Jarvis Cocker en Mark E Everett – de pil geregeld te vergulden met de nodige (zwarte) humor. Er mag af en toe ook gelachen worden, maar dan wel met het nodige respect voor de eigenwaarde van personages: zo overleeft de zwakbegaafde “Albert” (fijne countrydeun) keer op keer zijn eigen calamiteiten dankzij een geweldige beschermengel, en voorziet de prettig gestoorde, drugs dealende “Gerald The Porter” de patiënten van een alternatief voor hun medicatie.

Dat Peculiar op muzikaal vlak van heel wat markten thuis is, wisten we van zijn vorige platen. Die variatie zorgde telkens voor de nodige verrassingen en instant adrenalinekicks. Die afwisseling is hier iets minder uitgesproken. Op het eerste gehoor lijkt Silver Meadows zelfs meer van hetzelfde. De subtiliteit en de variatie komen echter naar boven wanneer je het album voldoende draaibeurten gunt; elke keer ontdek je nieuwe details en nuances – een toefje psychedelica hier, een proggy toets daar - die zowel de afzonderlijke songs als de hele plaat beter maken.

Het is een spijker waar we al enkele jaren koppig op kloppen en ook op zullen blíjven kloppen: Vinny Peculiar zit al (veel te) lang te wachten op het publiek dat hij verdient op basis van zijn ijzersterke, eclectische oeuvre. Silver Meadows (Fables From The Institution) is niet alleen een mijlpaal in zijn carrière, voor wie nog niet vertrouwd is met ’s mans werk kan het een ideaal beginpunt zijn. Dit is een plaat die moét gehoord worden door een zo groot mogelijk publiek.

E-mailadres Afdrukken