Banner

Keiji Haino, Jozef Dumoulin & Teun Verbruggen

The Miracles Of Only One Thing

Guy Peters - foto's: Johan Rooms - 19 december 2016

Een reeks duoconcerten in Japan in september van 2015, dat was iets waar Jozef Dumoulin en Teun Verbruggen -- de flexibele ruggengraat van (onder andere) Othin Spake, Warped Dreamer en The Bureau Of Atomic Tourism -- al even naar uitkeken. Maar waarom zou je er geen extra spannende belevenis van maken? De twee nodigden avant-garde icoon Keiji Haino uit en zo geschiedde: het trio testte zowel live als in de studio of de lijm pakte en een goed jaar later is The Miracles Of Only One Thing het uitdagende resultaat.

Dat uitdagende komt natuurlijk niet als een verrassing. Want hoewel Verbruggen en Dumoulin regelmatig rondhangen in de wereld van iets meer traditionele jazz, zijn ze het voorbije decennium vooral in de weer geweest met gretig met conventies rotzooiende improvisatiesessies waarbij jazz, rock, elektronica, pop en allerhande bricolages werden uitgeprobeerd. Regelmatig leidde dat tot machtige resultaten, zoals toen ze eerder dit jaar met Warped Dreamer, een kwartet met Noren Stian Westerhus en Arve Henriksen, een verbluffend concert speelden in De Singer. Een futuristische trip die leidde tot een compleet nieuw geluid.

Maar gitarist (en zoveel meer) Keiji Haino hoef je natuurlijk niets te vertellen over een uitdaging. De intussen 62-jarige sjamaan is al decennialang een van de markante gezichten van de experimentele muziek, een iconoclast die even intens als ongrijpbaar tussen de werelden van improvisatie, noise, psychedelische rock, minimalisme en theater beweegt en een aura van mysterie blijft bewaren. Ook op The Miracles Of Only One Thing valt de muziek zelden vast te pinnen. Het werd een slopend uurtje waar liefhebbers van het taaie werk de tanden in kunnen zetten. En als Warped Dreamer soms al uitging van een bereidheid bij de luisteraar om mee in het diepe te duiken, dan word je hier al helemaal zonder kaart een labyrint in gestuurd.

Op deze plaat krijg je twee kolossen van respectievelijk 26 en 19 minuten voor de kiezen, en dan nog eens twee relatief compacte stukken van vijf en acht minuten. Dat het in opener “Non-Dark Destinations” meer dan achttien minuten duurt voor je er zeker van bent dat je een gitaar hoort, zegt genoeg. Het is een samenspel van klanken waarbij je er vaak het raden naar hebt wat er precies gebeurt, wie wat doet. Ronkende golven, metalig geschuur, zeurende feedback en talloze andere effecten leiden tot een voluptueuze geluidscollage waarin het onophoudelijk verdwalen is. Dumoulins Fender Rhodes is een soundgenerator met schier onbeperkte mogelijkheden, maar in combinatie met de effecten van zijn kompanen leidt het al helemaal tot een abstracte kermis van geluid, die nu eens pruttelt op een laag vuurtje, maar ook genadeloos omslaat in semi-industriële chaos.

Het is een transformerende geluidsmassa die klinkt als een wraaktocht van de machines, met halverwege even een dromerig moment met een meer repetitieve, ambientgetinte aanpak die neigt naar het zoekende van Warped Dreamer en het grootstedelijke gekletter van Othin Spake. Een lunapark dat stilletjes uit z’n voegen barst en pas na lange tijd speelt met een meer uitgedunde klank, waarin het spookachtige gitaarkerven van Haino even centraal kan staan. Hoewel veel van die kenmerken ook opgaan voor “Hotel Chaika”, is dat stuk wat directer en ritmischer (en daardoor iets toegankelijker). Het vertrekt vanuit een tweespalt, een koortsachtige poging om een meer etherische ideeënstroom uit te balanceren met een wringende tegenbeweging vol stoorzenders. Hier laat Haino ook van zich horen met stotterende zang die zo uit een verboden ritueel lijkt te komen, terwijl Dumoulin indruk maakt met een schreeuwende Rhodes-solo terwijl het ruimteschip opstijgt.

Daarna fungeren de kortere stukken als landingsmoment. Zo lijkt “Snow Is Frequent, Though Light, In Winter” haast een poëtische beschrijving bij een simpele schets, en zo klinkt het ook. Percussie, zachtjes sputterend contactgebrom en pas naar het einde stekelig gitaarspel. Het laat een fraaie, minimalistische gedaante horen die knap contrasteert met het geweld van de drie kwartier ervoor. Slotstuk “Tonight” (weggelaten op de vinylversie) vaart al helemaal een andere koers, met de fluit van Haino die ongestoord z’n gang kan gaan. En ook daar slaat hij weer aan het zingen, schijnbaar improviserend en ouderwets theatraal.

Het zal duidelijk zijn dat The Miracles Of Only One Thing geen album voor alle gelegenheden is. En evenmin voor alle oren. Hier wordt immers resoluut gekozen voor een exploratie naar en door het onbekende, waarbij de luisteraar te kiezen heeft: volgen, de oren spitsen en proberen bijbenen, ofwel hopeloos verloren lopen. Het went nooit helemaal en het blijft vooral in de lange stukken zoeken naar een richting of houvast, maar de nieuwsgierigheid en opwinding spatten intussen wel uit de speakers.

E-mailadres Afdrukken