Banner

Brutus

Burst

8.0
Joris Vanden Broeck - 06 februari 2017

Bam! Daar spat een brok muziek kapot tegen de muur. Brutus, het Leuvense trio dat zijn kleine thuisstad al een tijdje op haar grondvesten doet daveren, heeft een langspeler gemaakt en zorgt daarmee voor een aardverschuiving in woonkamers in binnen- en buitenland.

Musth. Starfucker. Refused Party Program. Het cv van de leden van Brutus oogt niet slecht, maar in het licht van wat ze nu doen, lijkt het verleden niet meer dan een vingeroefening in afwachting van de Grote Slooptocht. Door veelvuldig in steeds wijder wordende concentrische cirkels rond Leuven op te treden, eerst in hipsterplaatsen als Aarschot en Mechelen, wordt er sinds een drietal jaar hard aan de weg getimmerd.

Drie singles zijn aan deze Burst voorafgegaan. Fraai vormgegeven 7”-plaatjes die telkens de deur uit haar scharnieren lichten, een daadkrachtige plundertocht ondernemen om vervolgens, voor iemand goed en wel beseft wat er aan de hand is, opnieuw stormenderhand het hazenpad te kiezen. Die singles - probeer ze te bemachtigen, want ze zijn verdomd goed - vormen de ideale voedingsbodem voor Burst, waarmee Brutus toont ook werk van lange adem aan te kunnen.

Hoewel, lang: de elf songs op het album worden erdoor gejaagd, voortgestuwd door de snoeiharde en trefzekere drums van Stefanie Mannaerts, tevens stem van het gezelschap. En een keel heeft ze, let maar eens op hoe die stem tot het uiterste gaat in “Bird”.
Om, tussen haakjes, nog eventjes op de singles terug te komen: het enige minpunt aan Burst is het ontbreken van “Horde”, dat prijsbeest van een song waarmee Brutus het ultieme visitekaartje aflevert en waarin iedereen tot het uiterste gaat.

Want Mannaerts doet dit natuurlijk niet in haar eentje. Stijn Vanhoegaarden weet hoe hij een spannende riff uit zijn gitaar moet persen. Check wat dat betreft zeker “Horde II”, dat de plaat wél haalde. In dat nummer weven gitaar en bas een spanningsboog die de frontvrouw uiteindelijk boven het geheel uittilt alvorens de boel, uiteraard, helemaal ontploft.
Die baslijnen zijn dan weer afkomstig van Peter Mulders, die een zekere Slayer-dreiging over zich heeft, maar diep vanbinnen een funkjongen is zoals ze heden ten dage nog maar moeilijk te vinden zijn.

Die combinatie zorgt voor loeiharde, messcherpe songs die echter niet gebukt gaan onder hun eigen volume, maar gewoon catchy zijn, wat van te weinig overweldigende gitaarsongs gezegd kan worden. Een knal voor je kop, maar tegelijk zo’n adrenaline-injectie dat je méér wil. “Justice De Julia II” als muzikale Fight Club, zoiets.

Rijdt Brutus daarmee een foutloos parcours? Voorlopig wel, maar het is een glibberige weg waar het trio aan een moordsnelheid over scheurt. Een tikje naar rechts en de band vliegt zomaar Evanescence-land in. Te veel naar links sturen en Brutus rijdt zich verloren in een woud van Death Magnetic-riffs. Maar momenteel zit de band pal op koers en worden alle valkuilen vlotweg vermeden op de moordende raid op weg naar uw en mijn kruis.

Brutus stelt Burst de komende weken en maanden voor in Europa. Onder meer op 11 februari in Trix en op 27 april in Het Depot.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Brutus