Elbow

Little Fictions

8.5
Philippe Nuyts - 13 februari 2017

“I found peace in your arms / Fall in love with me every day”. Ja, Guy Garvey is weer verliefd en wordt in april zelfs vader. “It’s all gonna be magnificent”, oreert hij dan ook met een minzame grijns. Maar onder die gelukzalige zanglijnen broeit er als vanouds wat bij Elbow. Dat maakt ook van Little Fictions weer een uitstekende, pakkende plaat die minder evident is dan het lijkt.

Drie jaar geleden raapte Garvey op The Take Off And Landing Of Everything nog de scherven van z’n hart bij elkaar. De toon was er één van troost, het geluid koppelde de grandeur van doorbraakalbum The Seldom Seen Kid aan de grilligheid van die eerste twee oermelancholische platen. Toch even slikken voor het sinds 2008 stevig aangedikte publiek. Vervolgens herpakte Garvey zich, vond een nieuwe liefde en bezong die al op zijn uitstekende soloplaat Courting The Squall. Daarop was geen strijker te horen (“Die houden we voor Elbow”). Garvey experimenteerde met texturen en ritmes, meer dan de laatste jaren mogelijk was geweest in zijn band. Bovendien vertrok Elbows drummer Richard Jupp, die het bandleven duchtig beu was geworden.

En dan rees de vraag welke stempels dat allemaal zou drukken op Elbows zevende. Wel, op het eerste gehoor bijna geen. Maar zoals bij de beste Elbowplaten geldt slechts het derde of vierde gehoor. Ergens voel je de band opbouwen naar een plaat die de hand uitsteekt naar The Seldom Seen Kid, om die status van authentieke wereldband te vrijwaren na één zoekende (Build A Rocket, Boys) en één donkere plaat. Eerste (pracht)single “Magnificent (She Says)” bevestigt dat vermoeden, door de band zelf omschreven als “een nummer waarop ons publiek zat te wachten”. Strijkers jutten op en zalven als vanouds, Garvey strooit karaatgouden zanglijnen in het rond die de soundtrack vormen bij een jaar zwanger van mooie beloftes. Vintage Elbow, en dat is goed zo.

Maar het blijkt slechts een van de enige twee nummers met strijkers te zijn. Niet dat het vertrek van Jupp leidt tot de experimenteerdrift van pakweg R.E.M. op Up na het vertrek van drummer Bill Berry, maar er klinken frisse impulsen. Al openbaren die zich slechts na een paar luisterbeurten, omdat ze onder de dikke laag honing van Garvey’s zanglijnen liggen. Maar dat is Elbow op z’n best: licht bevreemdende geluiden, ritmes en grillige melodietjes onder zalvende schoonheid.

Luister naar de opbouwende groove, naar de gitaar en piano die op één tegel dansen onder Garvey’s stem in “Trust The Sun”. Het draait u maar heel traag per luisterbeurt iets meer rond z’n vinger en had zomaar op Asleep In The Back kunnen staan. Hier krijgt volksmenner Garvey geen kans. Onder de oppervlakte van “Firebrand & Angel” doet de piano dan weer enkele silly walks die de vertelsels van Garvey een rafelig randje geven.

Maar het orgelpunt van deze plaat is het fantastische titelnummer “Little Fictions” – genoemd naar “alternatieve feiten” die Garvey aanhaalt om zich uit een ruzie met zijn vrouw te lullen. Het stuitert, wrikt en wroet met piano en snuifjes elektronica tot het halverwege uitbreekt in een finale die doet vermoeden dat er ook Sigur Rós op het huwelijksfeest van Garvey gespeeld is. Wanneer Garvey er de veruit mooiste zanglijn van de plaat over drapeert als een moeder een dekentje over haar pasgeboren kind (“Life is the original miracle”), is het effect totaal. En echoot het besef dat dit los op elke toekomstige best of van Elbow prijken moet.

Nog magische momentjes op Little Fictions zijn de meest spaarzame songs: in liefdesverklaring “Gentle Storm” (Garvey’s koosnaampje voor z’n vrouw) rollen eentonige percussie en welgemikte pianoaanslagen een rode loper uit voor in nectar gedrenkte zanglijnen. “Montparnasse” en “Head For Supplies” zijn groeibriljantjes die drijven op subtiele gitaar en piano die hun geldingsdrang net op tijd laten varen. Schrik niet als u een van die songs plots tegenkomt in uw hoofd na enkele beluisteringen. Dát is het moment waarop Little Fictions zich aan u ontvouwt. En dan gaan de deuren van alle songs finaal open.

Pasklare refreinen die tot armen zwaaien aanzetten, zoals het ondertussen weggestopte “Open Arms”, zijn dus ver te zoeken op Little Fictions. Dat maakt van Elbows zevende een veel minder evidente plaat dan er her en daar van gemaakt wordt. Integendeel, Garvey is, meer nog dan als zanger, goed op dreef als verteller, zoals in “K2”, dat niet in een grote arena zou overleven. Garvey is er namelijk niet blind voor dat z’n nieuwe liefde zich afspeelt in een grillige onvoorspelbare wereld waarin parvenu’s de dans dreigen te leiden: hij zet zich carrément af tegen de Brexit en refereert aan Farage als een “dickhead”.

Dat alles maakt van Little Fictions inderdaad een typische Elbow-plaat: de perfecte combinatie van zuur en zoet, zowel muzikaal als tekstueel. Onder de liefde en de troost broeit onrust, onder zalvende melodieën broeit agitatie of ademt er, meer dan op vorige platen, stilte. Daardoor is “All Disco”, het meest bezadigde typische Elbow-nummer op Little Fictions, het zwakke broertje. Dat zegt genoeg: dit is geen Elbow op automatische piloot -- dan had de band met gemak tien van zulke nummers geschreven. Maar dit is eindelijk weer een plaat waarin Elbow alles perfect op balans heeft. Een zevende soundtrack bij uw leven. Een broodnodige dam tegen cynisme. Los het podium op naast The Seldom Seen Kid en Cast Of Thousands.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Elbow