Banner

Blanck Mass

World Eater

7.0
Matthieu Van Steenkiste - 17 maart 2017

Benjamin John Power is kwaad, dus krijst en brult World Eater als een stampvoetende reus. Klein denkt hij nog steeds niet, maar afstandelijk is het al lang niet meer. De derde Blanck Mass gaat zo opnieuw een stap vooruit, niet alleen ver verwijderd van dat titelloze debuut, maar net zo goed van alles wat hij eerder bij Fuck Buttons deed.

Met instrumentale muziek is perceptie alles, geeft Power zelf toe, maar dat van die woede kon hij toch moeilijk tegenspreken. Ruwweg opgenomen tussen Brexit en Trumps verkiezing, is World Eater de samenvatting van alle verbijstering en afkeer die dat half jaar tekenden. Het mag dan ook niet verbazen dat deze plaat directer klinkt dan alles wat vooraf ging. Blanck Mass is deze keer virulent in yer face, groots en bedreigend.

Het gevaar is overal, dus starten tracks plotsklaps of houden ze er even abrupt weer mee op. "John Doe's Carnival Of Error" is met zijn twee minuten en een half geen intro, maar een verhaal waar we halfweg de tweede acte invallen. Ergens net voordat de actie ontbrandt met vervormd stemmenwerk en een monotone technodreun. "Rhesus Negative" wordt er bewust onhandig meteen aangelijmd, van de beat in de noise, want dit is een lap lelijk lawaai. Goéd lelijk lawaai, maar: lawaai. Het klankenarsenaal is dat van Nine Inch Nails, de razende beat is er eentje die Reznor ten tijde van Broken ten onrechte in een schuif liet liggen. De woede is echter woordeloos, en dat maakt het nog net iets gemakkelijker: u mag op de stippellijn een doelwit naar keuze invullen . Power slaat alweer een andere richting in en de industrial maakt plaats voor iets dat melodie voorop stelt. Het is op zo'n moment dat je merkt hoe World Eater gevormd is door de liveshows die Blanck Mass sinds dat debuut is gaan spelen. Waar toen iets glaciaals, levenloos overheerste, krijg je nu een warmbloedig geluid, dat met het stuwen van het bloed een tent bij het nekvel kan grijpen.

Wat dan wel gebleven is? De schaal. Blanck Mass bouwt geen kleine kapelletjes maar kathedralen, creëert geen golven maar tsunami's. Groot, groter, grootst, Blanck Mass. Zelfs "Please", bedoeld als de stilte na de storm en dus Burial-achtig mooi in de manier waarop engelenzang, hoge Knifesynths en tegen het ritme huppelende beats versmelten, is immens. De drop valt, een mannenstem brengt de soul binnen. Het is dubbel werk, we wisten zo al dat hier het hart van World Eater klopt, daar waar de kwaadheid even plaatsmaakt voor tristesse.

Als eb en vloed wil Power dat de plaat vloeit, en dus slaat hij ons opnieuw om de oren in "The Rat" met een vuile synthriedel die hij uit The Fragile is gaan pikken. Trent Reznor zou hier de abyss opzoeken, iets krijsen over "tearing apaaaart". Power saboteert zijn eigen zwartheid door er met een andere synth een luchtige popmelodie door te jagen. Het wordt zelfs een beetje dansbaar.

Die tweespalt blijft. Met ritmisch geadem, stemsamples en diepe, pulserende baslijnen is ook "Silent Treatment" van het dansend soort. Je begint te begrijpen dat Power iemand is die niet echt, écht kwaad kan blijven. Hij zou wel willen, maar knipoog eens schalks en die mondhoeken gaan al krullen. Zo erg is het allemaal niet, en we overleven het uiteindelijk wel weer. De eerste zonnige dagen zijn alweer aangebroken, de meeste festivalaffiches raken stilaan compleet, en wij kunnen bij World Eater de herinneringen aan de laatste keer dat we Blanck Mass live zagen maar niet afschudden. Het studioproject en de performer zijn eindelijk samengevallen, en dat levert een plaat op die zich vooral niet wil afzonderen van de wereld. We mogen dan allemaal wel een béétje boos zijn, we willen het toch vooral gezellig houden. World Eater gaat straks goed werken in die hete zomernachten.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Blanck Mass