Dead Neanderthals

Craters

Guy Peters - 17 maart 2017

“They are always different, they are always the same,” zei een wijs man ooit over zijn favoriete band, en stilaan kan je over Dead Neanderthals gelijkaardige uitspraken beginnen doen. Hoewel het duo altijd op zoek is naar nieuwe uitdagingen -- ideeën die nog niet uitgeprobeerd, maar wel haalbaar zijn -- is het net die rusteloosheid die uitgegroeid is tot hun handelsmerk. Dat is op Craters niet anders.

Paar verschuivingen: met ongeveer hun twintigste release in een jaar of zes (!) hebben Otto Kokke en René Aquarius even hun thuisbasis bij het Gentse Consouling Sounds. Dat is intussen uitgegroeid tot een Belgisch kwaliteitsmerk voor boeiende muziek, waarvan zich heel wat afspeelt in de marge. Voor Craters, dat bestaat uit één lange track van 36 minuten, heeft de band bassist Maxime Petit aan boord gehesen. Net als bij de releases met Colin Webster (…And It Ended Badly en Prime) en het met een XL-formatie opgenomen Endless Voids, blijft het dus op naam van Dead Neanderthals. Niet omdat de aanwezigheid van de gast er niet toe doet, maar (zo vermoeden we althans) omdat die voor dat moment helemaal in de groep werd opgenomen. Petit is meer dan een gast, hij hoort er gewoon bij.

Een lange track, dus. Je weet dat het alle kanten uit kan. Was dat in het begin iets op de wip tussen ziedende punk en freejazz, dan verschoof het later naar iets conventionelere freejazz, keiharde impro, door razende grindbeats voortgejakkerde gekte en meer. Eigenlijk heeft dit dan ook meer gemeen met DNMF, de samenwerking met Machinefabriek, en met Endless Voids, dan met de meer uitgesproken grind- of jazzgetinte releases. Er zit wel een sax in, maar die valt amper zo te herkennen. Er zit ook improvisatie in, maar die heeft weinig te maken met jazzwortels. Petit hing al rond in Be Coq-oorden met improvisatoren als Will Guthrie en Jean-Luc Guionnet, en zit zelf ook in Louis Minus XVI. Hij hanteert al net zo’n open vizier als zijn kompanen, anders schud je zoiets niet uit de mouwen.

Craters is een trip, een sonische ontdekkingsreis die van start gaat met ziek borrelende basklanken die zich dichter ophouden bij Orthodox’ recentste of het onheilsgedonder van ZU, dan iets dat nauwer bij de jazz zit. Wat volgt, is een samengaan van ratelende saxklanken, verpakt in effecten en duister gebrom waarbij je er eigenlijk het raden naar hebt hoe al die stukjes op hun plaats vallen. Het is muziek vol sirenes en onderwaterexplosies, met brommende frequenties en pikzwarte drones, met onheilspellende doom tussen noise en akoesmatisch experiment. En het is vooral een trigger voor een op hol geslagen verbeelding.

Denk je het ene moment aan een gekweld onderwatermonster dat ontwaakt, dan lijkt het wel alsof er daarbuiten ergens helikopters hangen te daveren in een moderne Duke Nukem, wordt percussie naadloos verwerkt in een modderige stroom van geluid. Nu en dan lijkt het zelfs op iets van John Butcher en Gino Robair, tenminste als die twee waren opgegroeid met een dieet van Sunn O))) en Skullflower. Schrille fluitjes en borrelende bassen duiken op, terwijl je midden in een MRI-scan zit. Veel concreter kan je niet worden, want hier wordt een recept gehanteerd waarbij je maar kan raden naar de samenstelling. Het resultaat is echter een beklijvende audiofilm die je best solitair en met volle concentratie beluistert.

Onlangs werd het Nijmeegse duo vermeld op de website van Rolling Stone. Toch wel. Goed, het was dan wel in een artikel over de invloed van Interstellar Space (de allereerste sax/drums-plaat, van John Coltrane en Rashid Ali, die vijftig jaar geleden opgenomen werd) en van de hand van een auteur die de avant-garde genegen is, maar toch zegt het ook wel iets over wat ze bereikt hebben met dat zoeken en proberen. Dead Neanderthals blijft de vruchten plukken van een inspiratie die intussen een even schizofrene als productieve discografie heeft opgeleverd. De recente samenwerking met Drvg Cvltvre als Krishna liet alweer een elektronischer geluid horen, en Aquarius’ solorelease Blight was een lesje in beheersing en minimalistisch klankexperiment. Met Craters wordt een zone aangesneden die herkenbaar aanvoelt, maar toch weer anders is. Je moet het maar klaarspelen. En dan te beseffen dat ze intussen vast weer wat anders zitten uit te vreten dat binnenkort losgelaten wordt.

E-mailadres Afdrukken