Jake Xerxes Fussell

What In The Natural World

7.0
Bjorn Weynants - foto's: Brad Bunyea - 21 maart 2017

Geen idee of Jake Xerxes Fussell aan naamkaartjes doet, maar als dat zo is dan zou er waarschijnlijk iets opstaan als “curator van vergeten folksongs”.

Het hoeft niet te verwonderen dat Jake Xerxes Fussell zich tot een muzikale archeoloog ontpopt. Vader Fred was immers een musicoloog/folklorist die zijn zoon meenam op zijn tochten doorheen het zuidoosten van de Verenigde Staten op zoek naar vergeten blues- en folksongs. Een academische benadering die nog op andere manieren zijn sporen nalaat want het album maakt per song niet alleen melding van de auteur maar verwijst evengoed naar naslagwerken waar hij teruggevonden werd of naar andere verwante folksongs met eenzelfde oorsprong.

What In The Natural World is het tweede album van de oorspronkelijk uit Mississippi afkomstige maar al een tijd in North Carolina residerende Fussell voor het plaatselijke Paradise Of Bachelors-label. Muzikaal past het album trouwens perfect binnen hun huisstijl waar ook artiesten als Steve Gunn en Nathan Bowles het mooie weer maken. Laatstgenoemde speelt overigens een prominente rol op dit album en neemt de percussie en banjo voor zijn rekening. Het album bestaat grotendeels uit traditionals, maar Fussell slaagt erin om de usual suspects en meer voor de hand liggende songs te vermijden. Het resultaat is een album vol vergeten nummers, die dankzij Fussell van de vergetelheid gered worden.

De meest verrassende bewerking krijgen we meteen bij het openingsnummer. In plaats van de orchestrale jazz van Duke Ellington's origineel krijgt “Jump For Joy” hier een lekker ouderwets folkjasje aangemeten. Eenzelfde bucolisch sfeertje zit er in “Have You Ever Seen Peaches Growing On A Sweet Potato Vine?”. Dit is muziek als een Amerikaanse pastorale. Eenzelfde uitgepuurdheid is terug vinden in “Pinnacle Mountain Silver Mine”, organisch aandoende folk die zonder tierlantijntjes teruggaat tot de essentie. Toch is niet alles even idyllisch op het album. “Furniture Man” vertelt het verhaal van een gezin dat have en goed geconfisqueerd zag worden. De pedal steel klinkt weemoedig op de achtergrond, de verteller blikt berustend terug bij het vallen van de avond.

Enkel bij het over een mijnstaking handelende gedicht van de Welshe poëet Idris Davies “Bells Of Rhymney” schreef Fussell zelf de muziek. Weinig verwonderlijk sluit het dan ook nauwer aan bij de rest van het album dan bij de bekendere versie van The Byrds. Of het nu met het schuifelende “Canyoneers” is of met de valse trage “Billy Button”, het is bijzonder knap te horen hoe Fussell die oude songs met alle respect naar zijn hand zet en het hele album een homogene sfeer weet te geven. Als er al een accentverschuiving waar te nemen valt, is het op “St. Brendan’s Isle”, een Iers aandoende wals. Afsluiten doet Fussel met het minimalistische, breekbare “Lowe Bonnie”, een murder ballad vermomd als slaapliedje.

Jake Xerxes Fussell heeft een grenzeloos maar geen slaafs respect voor de traditie. Toch slaagt hij erin om de nummers niet alleen een eigenheid mee te geven, maar in hun eenvoud en soberheid evengoed een tijdloosheid. What In The Natural World is het muzikale equivalent van een vlucht uit de jachtige moderne maatschappij. Een album om te koesteren.

E-mailadres Afdrukken