Banner

Gurli Octavia

Philophobia

8.5
Matthieu Van Steenkiste - 30 mei 2017

Philophobia: schrik voor de liefde. De titel van de debuut-EP van Gurli Octavia liegt er niet om, maar kon niet accurater gekozen zijn. Vijf songs lang bezweert de folkzangeres dat ze geen ‘girlfriend material’ is, maar ze doet dat zo warm en mooi dat de drang haar ongelijk te bewijzen wel heel erg groot wordt.

"I know I sound cold and cruel at times / I’m just tired of constantly providing evidence / to prove that I care / And I don’t care that much, I guess I just don’t believe in everlasting love". Neen, Gurli (dat is een echte naam in Scandinavië, zo blijkt) Octavia windt er geen doekjes om: ze is zo niet van de goede en kwade dagen. En zo gaat het vijf songs lang, soms zelfs venijnig: "I know it’s a matter of taste but to me you were always a waste / Such a waste, such disgrace, but beautiful face". Die jongen uit "You Lay Low" wil niemand zijn.

We snappen het wel, wanneer we aan "Winter Arrived" zijn aanbeland, waar het van "And I loved you most the day you looked at me across that rigid room / And I could see that you would love me till the end of time" naar "And I hated you most the day you went away / No promises you made could ease that pain" gaat. Een keer te veel op het hart getrapt en dus moet het wel eindigen in "So I slowly let my heart grow cold". Hier staan we: met een straffe EP onder de arm, maar ook met een hart dat zich beschermt met prikkeldraad.

Het punt? Gurli Octavia, verder ook maar een Deense twintiger als alle andere, verweert zich tegen de stekels van het leven in bloedmooie folksongs waar een hart vanzelf week van wordt. Met een stem die de helderheid van Brits bronwater benadert en arrangementen die inventief en rijk zijn, toont ze dat de beste folk tijdloos blijft.

"Copenhagen" is het soort opener dat zo in de canon mag. Het enige strijkersmomentje van de plaat gaat over in een stapvoets ritme en een hamerend pianootje, maar het is die stem die alles naar zich toetrekt: licht hees, hoog, maar vooral zuiver. "I’ll play the streets for courtesy until I dare to ask for more / Until I learn to be seen and heard, unafraid of being a bore" zingt ze, en het is die kwetsbaarheid die pakt. Als een Anna Ternheim zonder jazzfixaties gaat ze voor de open zenuw. Háár open zenuw.

Gurli Octavia brengt folk op klassieke wijze, maar weet hoe dat moet. Het trippelende "You Lay Low" is een bezwerend riedeltje, "Winter Arrived" heeft niet meer dan een getokkelde gitaar nodig om zijn vertelling pakkend te maken. Octavia heeft het soort stem dat emotie overbrengt als een besmettelijke ziekte; een lichte snik, een halve aarzeling zorgt al voor infectie. De handclaps van "Everlasting" zijn al even aanstekelijk, maar de boodschap blijft: " Don’t ask if my heart is truly yours this time / If you’re scared your own will break then don’t engage this time". Goeie teksten, zeiden we dat al?

Het is niets nieuws. Het is niets unieks. Folk bestaat al eeuwen en wat Gurli Octavia doet, werd al eerder gedaan en minstens even goed. Maar het is lang geleden dat het nog eens zó knap werd gedaan. Philophobia is het soort EP dat meer is dan een debuut. Het is een visitekaartje dat zegt: "Hou me in de gaten, ik ben nog niet klaar". We turen vanaf nu ingespannen richting Kopenhagen, om vooral die volgende move niet te missen.

De hele EP is hier te beluisteren.

E-mailadres Afdrukken