Banner

Paul Weller

A Kind Revolution

8.0
Marc Goossens - 04 juni 2017

Veertig jaar geleden verscheen In The City, het debuut van The Jam waarmee Paul Weller zich aan de wereld presenteerde als angry young man. De woede is intussen flink geluwd, maar de maatschappelijke betrokkenheid bleef intact. De wereld is nog altijd om zeep en ook onze huidige leiders deugen voor geen meter. Als we verandering willen, dan moeten we daar dus zelf voor zorgen. Niet met plundering en brandschatting, maar met A Kind Revolution, zo predikt een opvallend mild gestemde Weller op zijn uitmuntende dertiende langspeelplaat.

alt

Niet alleen de woede, ook de rechttoe-rechtaanstijl van de begindagen heeft al langer het veld geruimd. In de plaats daarvan kwam een brede waaier aan uiteenlopende stijlen, die vaak in een en dezelfde song naadloos in elkaar overgaan en in subtiele, fraaie arrangementen worden gegoten. Sinds 22 Dreams en - vooral - Sonik Kicks horen daar ook allerlei vorm- en geluidsexperimenten bij. Dat is op A Kind Revolution niet anders. Net als elke nieuwe Weller-plaat klinkt ook deze van bij het begin vertrouwd in de oren. De songs krijgen echter bij elke luisterbeurt meer en meer reliëf, en al gauw wordt duidelijk dat er ook nu weer voldoende variatie en evolutie in zit om te boeien en relevant te blijven.

Een nieuwe plaat beluisteren is altijd een beetje als goud zoeken, zo ook bij deze Weller. Je dompelt je zeef een paar keer onder in troebel rivierwater, in de hoop dat er een paar brokjes edelmetaal zullen achterblijven. Op A Kind Revolution diepten we zo al snel “Nova” en “One Tear” op. De ene had met zijn spacey sound en kille synthesizerklanken zeker niet misstaan op Sonik Kicks, de andere is een uiterst dansbare track met house-invloeden en dub-effecten waarvoor niemand minder dan Boy George zijn ferm doorleefde stembanden uitleende.

Ook het broeierige “New York” doet zijn naam meteen alle eer aan: het is een opzwepende smeltkroes van soulvolle vocalen, latin percussie en een funky ritmegitaar. Het is niet de enige song waarin Weller zijn liefde betuigt aan van oorsprong zwarte muziekgenres. Ook het zweverige “She Moves With The Fayre” – jazzy ondertoon, bezwerende strijkers, Robert Wyatt die een paar regels mee murmelt alvorens het stof van (en uit) zijn trompet te blazen – doet denken aan de soulpop van Wellers eerste soloplaat. In “The Cranes Are Back” (een prachtige song met mooie samenzang) trekt hij zelfs voluit de kaart van de gospel. Het is een song over hoop: er komen andere en betere tijden, want kijk: de kraanvogels zijn terug!

In opener “Woo Sé Mama” en “The Satellite Kid”, twee songs die eerder aanleunen bij rhythm-and-blues, is een belangrijke rol weggelegd voor het snarenwerk van Josh McClorey van The Strypes. “The Satellite Kid” – bluesy licks in de strofen, Beatlesque koortje in het refrein – zoemde al langer rond in Wellers hoofd, en ventileert de frustraties van de alle-pogingen-ten-spijt-net-niet-geïntegreerde migrant. In “Woo Sé Mama” eisen P. P. Arnold en Madeline Bell alle aandacht op. Beide dames zijn inmiddels in de zeventig, maar de tijd heeft duidelijk geen vat op de soulvolle vocalen waarmee ze een halve eeuw geleden ook al The Small Faces en The Rolling Stones aanvuurden.

”Long Long Road” was lang-lang een twijfelgeval. Pas nadat we deze ballad en stoemelings en op het juiste moment hoorden passeren, gingen we door de knieën. Weller – de flurk – brengt de eerste regels nog als een volleerde crooner, maar na achtenveertig seconden trekt hij alle stem- en andere registers open en waan je je even in de slotscène van een Disneyfilm. “Goed fout,” heet zoiets dan, maar het wérkt. Ook stemmig maar veel ingetogener zijn “Hopper” - een dromerige, licht psychedelische hommage aan de beroemde schilder – en het opvallend sobere “The Impossible Idea”, waarmee de plaat rustig naar het einde schuifelt. Na tien nummers is het immers welle(r)tjes geweest. De modfather wil naar huis, waar vrouw en kinderen op hem wachten.

“Weller kan het nog,” klonk het na 22 Dreams en Wake Up The Nation. Beide platen betekenden dan ook een trendbreuk met de niet altijd even geïnspireerde platen van vlak na de eeuwwisseling. Maar sinds hij ook nog Sonik Kicks, Saturns Pattern en nu ook deze A Kind Revolution toevoegde aan zijn oeuvre, kunnen we vandaag alleen besluiten dat Weller er met de jaren nóg beter op lijkt te worden.

Naschrift voor wie er niet genoeg van krijgt: er is ook een deluxe-editie met de instrumentale versie van de plaat én een schijfje met een extra track en acht remixes. Eerder dit jaar bracht Weller ook nog een - grotendeels – instrumentale soundtrack uit voor Jawbone, een Engelse film over een ex-bokskampioen.

Paul Weller speelt op maandag 5 juni in de Ancienne Belgique. Voor wie zijn pinksterweekend in schoonheid wil afsluiten: er zijn nog kaarten beschikbaar.

E-mailadres Afdrukken